Notitie Overzicht....................................................................................................................................1
Week 1:..................................................................................................................................................2
Week 2:..................................................................................................................................................8
Week 3:................................................................................................................................................12
Week 4:................................................................................................................................................21
Week 5:................................................................................................................................................33
Week 6.................................................................................................................................................47
Week 7:................................................................................................................................................60
Notitie Overzicht
Begrip
Begrip toelichting
Belangrijke toevoeging
Toelichting wetsartikel
(Voorbeeld)
{Wetsartikel}
,Week 1:
Recht (taak) heeft in de samenleving de taak om conflicten te voorkomen of op te lossen.
Het recht (doel) tracht (probeert) de vrede in de samenleving te bewaren door de belangen van
leden in de samenleving te beschermen.
Rechtsregels hebben als doel om menselijke gedragingen te ordenen en uniformeren. Meestal zie je
dit in vorm van een gebod of verbod. (Denk aan geef verkeer van rechts altijd voorrang en regels uit
het strafrecht die dingen zoals diefstal verbieden.)
Positief recht/objectief recht is alle geldende rechtsregels in Nederland. De rechtsregels van het
objectief recht ordenen de verhouding tussen personen door aan hen bevoegdheden en
verplichtingen toe te kennen.
Natuurrecht recht dat voor iedereen geldt ongeacht plaats en tijd om dat het door de ‘natuur’ is
gekomen. Tegenwoordig niet meer relevant in het rechtsleven.
Subjectief recht is wanneer een bevoegdheid van een objectief rechtsregel in een concreet geval
wordt ontleend. (Gebruik maken van objectief recht). (In artikel 4 van de grondwet staat dat iedere
NL’er kiesgerechtigd is. Dat is een regel van het objectief recht. Als er op een bepaalde dag
verkiezingen zijn voor de 2e kamer dan komt de abstracte regel van artikel 4 tot leven, want op grond
daarvan is iedere Nederlander bevoegd om die dag zijn stem uit te brengen.)
Recht (bevoegdheid) houdt in dat je bevoegdheid hebt om iets de toen. (Ik ben een student dus ik
heb recht op stufi)
Rechtsbronnen
Rechtsbronnen. Zijn waar de bronnen waaruit het geldende recht als ware voortvloeit. Dit zijn: De
wet, jurisprudentie (rechtspraak), gewoonte recht, verdragen, algemene rechtsbeginselen en
beleidsregels zijn
Een wet wordt gemaakt door een tot wet bevoegde wettenmaker.
Jurisprudentie (rechtspraak) de rechter maakt bij een onduidelijke regel duidelijkheid
scheppen (rechtersrecht = onduidelijke recht wordt uitgelegd)
De gewoonte als rechtsbron, er zijn gewoontes die niet in het recht zijn vastgelegd, maar wel
een regel is. (Zie vorming van kabinet of oplezen van troonrede, dat staat niet in de wet maar
wordt wel als normaal gezien.)
Verdragen als rechtsbron, verdragen en wetgevende besluiten van internationale
organisaties (UN maakt verdragen)
Algemene rechtsbeginselen, als je dezelfde situatie hebt en een krijgt een vergunning en de
andere niet is er sprake van ongelijke behandeling.
Gepubliceerde beleidsregels, interne instructienormen waar een BO beslist hoe het zijn
bevoegdheden uitoefent. (Recht voor het beleid NIET voor de burger)
,Soevereiniteit houdt in dat je als staatzijne binnen je eigen grondgebied de vrijheid hebt van
wetmaking. Je bent onafhankelijk en hebt exclusieve bevoegdheid over het recht. (Een ander land
kan je niks zeggen over wat je wel of niet kan.)
Internationaal publiekrecht: bestaat vooral tussen staten. Wordt beheerst door het volkenrecht of
het internationaal publiekrecht. (Verdragen en besluiten van internationale organisaties)
Nl heeft een incorporatie systeem dit houdt in dat rechtsregels uit verdragen direct door kunnen
werken in nl. EU verdragen kunnen deel zijn van nl recht (alleen als het voor iedereen geldt, niet een
groep)
Het gevolg van een incorporatie systeem is dat ons recht 2 type verdragsbepalingen heeft;
Ieder verbindende verdragsbepalingen: een verdrag die een bepaling bevat waar haar
inhoud een ieder kan verbinden. (Zo’n bepaling schept binnen het rechtsorde afdwingbare
bevoegdheden en verplichtingen waarop iedereen tijdens een procedure een beroep kan
doen)
o Een ieder = alle deelnemers van het rechtsverkeer (natuurlijk-, privaatrechtelijke- en
publiekrechtelijke rechtspersonen.)
Niet ieder verbindende verdragsbepaling:
Of een verdragsbepaling eenieder verbindt, is ter beoordeling aan de rechter. Volgens een bepaling
{Zie: Art. 2 lid 2 ??}, moet de Regering bij iedere beslissing die zij ter goedkeuring voorleggen aan de
Staten-Generaal aangeven of het verdrag eenieder verbinden of niet. (Dit is om de rechter
handvatten te geven bij het oordelen of de verdragsbepaling voor ieder bindend is of niet.)
Eenieder verbindend verdragsbepaling heeft hetzelfde werking als wetten in de formele zin {Zie: Art.
94 Gw}. De rechter is bevoegd om een wettelijk recht van NL-herkomst te toetsen aan een
verdragsbepaling die eenieder verbindt. (Als de rechter vindt dat een wettelijk voorschrift in strijd
gaat met een verdragsbepaling (hoger), wordt de wet uitgezet.) (Verdragsbepalingen > wetten)
Verdragsbepalingen die eenieder verbinden, worden beschouwd als de hoogste rechtsregels binnen
de Nederlandse rechtsorde.
Een rechter mag geen wetten aan de grondwet toetsen. Ook mag hij niet ‘de grondwettigheid van
verdragen’ beoordelen. {Zie: Art. 120 Gw}
Maar toetsen van wetten aan eenieder verbindend verdragsbepaling is juist verplicht. {Zie: Art. 94
Gw}
Of een artikel voor ieder bindend woord verklaard ligt aan de rechter (incorporatie systeem) {Zie: Art.
93 GW}
Als een wet in strijd gaat met een verdrag wordt die uitgezet. Een verdrag gaat voor de grondwet
(wet hiërarchie) {Zie Art. 94 GW}
WET HIRARCHIE = de volgorde van de belangrijkste wetsoorten.
Eu verdrag -> statuut ->grondwet -> Wet in de formele zin (door 1 e- en 2e kamer) -> Algemene
Maatregel van Bestuur (AMvB) -> Ministeriële regeling -> Provinciale verordening -> overige
verordening (gemeente, waterschap ect.)
, Materieel recht: inhoud + rechten en plichten’ (de regels)
Ezelsbruggetje: denk aan Materie= inhoudelijk.
Als een bakker betaald (Plicht) krijg je een broodje (Recht).
Formeel recht: proces van materieelrecht. (Aka hoe materieel recht wordt gehandhaafd.)
Rechtsgebieden
Staatsrecht: De inrichting van de staat.
Grondwet
Organieke wetten: een wet die nadere regels op een grondwetsartikel geeft. (De grondwet
verwijst naar een andere wet)
o (Een wet in de Gw kan verwijzen naar een andere wet waar er dieper op het
onderwerp in wordt gegaan.)
o
Bestuursrecht:
De rechtsverhouding tussen burger en staat. (De overheid treedt op in haar exclusief toegekende
bevoegdheden)
o Beschikking: een besluit aan 1 persoon over een concreet geval. (Denk: vergunning.
1:3 Awb)
o Omvang: Het materieel bestuursrecht houdt zich voornamelijk bezig met
bevoegdheid van BO’s betreffende het maken van beschikkingen.
Beschikkingen zijn alleen rechtmatig als ze in overeenstemming zijn met de
wet en de algemene maatregelen van behoorlijk bestuur. (Abbb’s)
o Rechtsbescherming: in het formele bestuursrecht is vastgelegd dat een burger in
bezwaar mag gaan als die het niet eens is met een Bestuurlijk besluit.
Strafrecht: bepaalde gedragingen dreigen met straf.
Materieel strafrecht: geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn, wie strafbaar is en welke straffen
hiervoor opgelegd kunnen worden. (Dit wordt uitgevoerd in het wetboek van SR)
Formeel strafrecht: bevat voorschriften over het proces bij de; opsporing, onderzoek ter
terechtzitting en de te uitvoering van de straf. (Dit wordt uitgevoerd in het wetboek van SV)
Strafbaar feit: een in de wet met straf bedreigende gedraging. (dit kan gepleegd worden door;
natuurlijk- en rechtspersonen)
Handhaving: het vervolgen en berechten van strafbare feiten ligt aan de overheid. (Specifiek de OM
onder de Minister van J&V.) de rechter beslist welke straf wordt opgelegd.
Belangrijkste sancties: Gevangenisstraf, hechtenis (soort gevangenisstraf), Taakstraf en de geldboete.
Burgerlijkrecht (privaatrecht):