Biologie van Dieren
Leerdoelen Hoorcolleges Deeltoets 2
Hormonale Regulatie
• Verschillende vormen van intercellulaire communicatie
Endocriene communicatie: gesecreteerde moleculen verspreiden zich door de
bloedbaan en activeren reacties in targetcellen door het hele lichaam.
Paracriene communicatie: moleculen diffunderen lokaal en activeren reacties in
naburige cellen.
Autocriene communicatie: gesecreteerde moleculen activeren reacties in de cel door
welke ze gesecreteerd zijn.
Neuro-endocriene communicatie: neurohormonen diffunderen door de bloedbaan en
activeren reacties in cellen door het hele lichaam.
Feromonen: chemische stoffen die vrijkomen in de externe omgeving.
• Chemische klassen hormonen
Hormonen vallen binnen drie chemische klassen: polypeptiden, steroïden en amines.
Hormonen variëren in hun oplosbaarheid. Wateroplosbare hormonen zijn de
polypeptiden en de meeste amines (catecholamines en eiwithormonen), vetoplosbare
hormonen zijn de steroïde hormonen (bijvoorbeeld cholesterol en
geslachtshormonen) en andere grote apolaire hormonen (bio-amines).
Dus:
Wateroplosbaar: peptiden, catecholamines (epinefrine en norepinefrine) en
eiwithormonen.
Vetoplosbaar: steroïdhormonen (cholesterol en geslachtshormonen) en bio-amines
(T3 en T4).
• Signaal transductie hormonaal signaal; membraangebonden receptor vs.
intracellulaire receptor
Wateroplosbare en vetoplosbare hormonen verschillen in hun respons pathway. Een
belangrijk verschil is de locatie van de receptoreiwitten in doelcellen.
Wateroplosbare hormonen worden afgescheiden door exocytose en reizen vrij in de
bloedbaan. Omdat ze niet oplossen in lipiden, kunnen ze niet over plasmamembranen
diffunderen. Deze hormonen binden aan membraangebonden receptoren
(celoppervlakte-receptoren), waardoor veranderingen in cytoplasmatische moleculen
ontstaan.
Vetoplosbare hormonen diffunderen uit endocriene cellen over het membraan.
Vervolgens binden ze aan transporteiwitten, waardoor ze oplosbaar zijn in bloed. Na
bloed circulatie, diffunderen deze hormonen in targetcellen en binden aan receptoren
in het cytoplasma of in de kern, intracellulaire receptoren.
, • Rol feedbacksysteem in handhaving homeostase
Short-loop feedback: negatieve feedback door hypofyse hormonen kan de synthese
en/of secretie van de gerelateerde hypothalamische hormonen remmen.
Long-loop feedback: het hormoon dat vrijkomt uit de perifere endocriene klieren remt
de hypofyse en/of hypothalamische secretie van hormonen die vrijkomen.
• Centrale rol hypothalamus-hypofyse-as
De hypothalamus staat in verbinding met de hypofyse. De neurosecreterende cellen
van de hypothalamus vormen een directe verbinding met de neurohypofyse. In de
neurohypofyse zelf worden ADH en oxytocine geproduceerd. Andere
neurosecreterende cellen van de hypothalamus secreteren stoffen die via een capillair
netwerk in verbinding staat met de adenohypofyse (voorste hypofyse). De
adenohypofyse geeft FSH en LH, TSH, ACTH, prolactine, MSH en GH af.
Achterste hypofyse/neurohypofyse (posterior): extensie van de hypothalamus en
secreteert neurohormonen gesynthetiseerd in de hypothalamus. Deze hormonen
handelen rechtstreeks op non-endocriene weefsels.
Voorste hypofyse/adenohypofyse (anterior): endocriene klier die hormonen
synthetiseert en secreteert als reactie op hormonen uit de hypothalamus.
Leerdoelen Hoorcolleges Deeltoets 2
Hormonale Regulatie
• Verschillende vormen van intercellulaire communicatie
Endocriene communicatie: gesecreteerde moleculen verspreiden zich door de
bloedbaan en activeren reacties in targetcellen door het hele lichaam.
Paracriene communicatie: moleculen diffunderen lokaal en activeren reacties in
naburige cellen.
Autocriene communicatie: gesecreteerde moleculen activeren reacties in de cel door
welke ze gesecreteerd zijn.
Neuro-endocriene communicatie: neurohormonen diffunderen door de bloedbaan en
activeren reacties in cellen door het hele lichaam.
Feromonen: chemische stoffen die vrijkomen in de externe omgeving.
• Chemische klassen hormonen
Hormonen vallen binnen drie chemische klassen: polypeptiden, steroïden en amines.
Hormonen variëren in hun oplosbaarheid. Wateroplosbare hormonen zijn de
polypeptiden en de meeste amines (catecholamines en eiwithormonen), vetoplosbare
hormonen zijn de steroïde hormonen (bijvoorbeeld cholesterol en
geslachtshormonen) en andere grote apolaire hormonen (bio-amines).
Dus:
Wateroplosbaar: peptiden, catecholamines (epinefrine en norepinefrine) en
eiwithormonen.
Vetoplosbaar: steroïdhormonen (cholesterol en geslachtshormonen) en bio-amines
(T3 en T4).
• Signaal transductie hormonaal signaal; membraangebonden receptor vs.
intracellulaire receptor
Wateroplosbare en vetoplosbare hormonen verschillen in hun respons pathway. Een
belangrijk verschil is de locatie van de receptoreiwitten in doelcellen.
Wateroplosbare hormonen worden afgescheiden door exocytose en reizen vrij in de
bloedbaan. Omdat ze niet oplossen in lipiden, kunnen ze niet over plasmamembranen
diffunderen. Deze hormonen binden aan membraangebonden receptoren
(celoppervlakte-receptoren), waardoor veranderingen in cytoplasmatische moleculen
ontstaan.
Vetoplosbare hormonen diffunderen uit endocriene cellen over het membraan.
Vervolgens binden ze aan transporteiwitten, waardoor ze oplosbaar zijn in bloed. Na
bloed circulatie, diffunderen deze hormonen in targetcellen en binden aan receptoren
in het cytoplasma of in de kern, intracellulaire receptoren.
, • Rol feedbacksysteem in handhaving homeostase
Short-loop feedback: negatieve feedback door hypofyse hormonen kan de synthese
en/of secretie van de gerelateerde hypothalamische hormonen remmen.
Long-loop feedback: het hormoon dat vrijkomt uit de perifere endocriene klieren remt
de hypofyse en/of hypothalamische secretie van hormonen die vrijkomen.
• Centrale rol hypothalamus-hypofyse-as
De hypothalamus staat in verbinding met de hypofyse. De neurosecreterende cellen
van de hypothalamus vormen een directe verbinding met de neurohypofyse. In de
neurohypofyse zelf worden ADH en oxytocine geproduceerd. Andere
neurosecreterende cellen van de hypothalamus secreteren stoffen die via een capillair
netwerk in verbinding staat met de adenohypofyse (voorste hypofyse). De
adenohypofyse geeft FSH en LH, TSH, ACTH, prolactine, MSH en GH af.
Achterste hypofyse/neurohypofyse (posterior): extensie van de hypothalamus en
secreteert neurohormonen gesynthetiseerd in de hypothalamus. Deze hormonen
handelen rechtstreeks op non-endocriene weefsels.
Voorste hypofyse/adenohypofyse (anterior): endocriene klier die hormonen
synthetiseert en secreteert als reactie op hormonen uit de hypothalamus.