PUBLIEKRECHT
Collegejaar: 2025-2026
,HC 1: STATEN, SOEVEREINITEIT, STAATSKARAKTER, ERKENNIGN VAN STATEN
Rechtssubjecten: personen/entiteiten met juridische bekwaamheid binnen de internationaler
rechtsorde
- Staten (primair)
- IO’s
- Individuen
- Ondernemingen/multinationals
- Gewapende niet-statelijke actoren (IHR)
- Volkeren (recht op zelfbeschikking)
- Heilige stoel (Vaticaan)
IPR (doel):
- Regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale gemeenschap;
- kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen (vooral staten en IO);
- biedt een juridisch kader voor deze bevoegdheden.
Soevereiniteit: exclusief gezag over grondgebied en bevolking
- Verhouding tot IR à ook het recht om te participeren in de internationale rechtsorde
(verdragen sluiten, lid worden IO’s)
• Beperking: IO (bijv. EU) kunnen staatsmacht beperken, maar staten stemmen
daar vrijwillig mee in en kunnen uittreden
- Beginsel van soevereine gelijkwaardigheid ex. art. 2 lid 1 VN-HV:
• Staten mogen elkaar niet onderwerpen aan hun rechtsmacht (immuniteit)
• Elke staat heeft formeel gelijk stemgewicht bij IO’s
o Geen politieke gelijkheid, bijv. vetorecht ex. art. 23 jo. 27 VN-HV
- Par in parem non habet imperium (beginsel): gelijken hebben geen gezag over elkaar
Een staat ex. art. 1 Montevideo
1. Permanente bevolking à ook nomadisch, nationaliteit niet vereist
2. Gedefinieerd grondgebied à land, binnenwateren, territoriale zee en lucht hierboven
• Grenzen hoeven niet vast te staan
• Grootte/bevolkingsaantal irrelevant
3. Regering à stabiel en effectief gezag
4. Capaciteit tot internationale betrekkingen à geen zelfstandig criterium, volgt uit 1-3
à Onafhankelijk: kan worden uitgeroepen, terwijl nog onderdeel van andere staat
- IR verbiedt onafhankelijkheidsverklaring niet (Kosovo)
- Beginsel van territoriale integriteit geldt enkel tussen staten à staten moeten elkaars
grondgebied en grenzen respecteren
HC 2: ZELFBESCHIKKINGSRECHT VAN VOLKEREN
Manieren waarop staten tot stand komen
1. Afscheiding à beperkt door beginsel territoriale integriteit
2. Ontbinding à VB: Sovjet-Unie
3. Aaneensluiting à samengaan bestaande staten
4. Verovering à verboden ex. art. 2 lid 4 VN-HV
Totstandkoming nieuwe staat
1. Effectief gezag (feitelijke criterium) à stabiele controle over bevolking en grondgebied
• Afscheiding: moederstaat mag geweld gebruiken om afscheiding te verhinderen
2. Legaliteit (rechtmatigheid) à ontstaan mag niet in strijd zijn met fundamentele regels,
bijv. art. 2 lid 4 VN-HV (geweldsverbod)
, 3. Zelfbeschikking ex. art. 1 IVBPR/IVESCR: alle volken hebben recht om vrij hun
politieke status te bepalen en hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na te
streven
Vormen:
a. Interne zelfbeschikking: ontwikkeling binnen bestaande staat
b. Externe zelfbeschikking: keuze voor onafhankelijkheid (nieuwe staat)
*Quebec: recht op afscheiding bestaat niet bij ‘slechts’ interne onderdrukking. Zelfbeschikking
is primair intern
à LET OP: Remediërende afscheiding (externe zelfbeschikking) mogelijk, indien:
- Koloniale volkeren
- Volkeren onder vreemde bezetting
- Ernstige schending interne zelfbeschikking
Declaration 2626: bevestigt zelfbeschikkingsrecht, maar grond voor externe afscheiding blijft
betwist.
4. Erkenning à declatoir: bevestigt slechts bestaan feit (voldaan Montevideo-criteria)
• Geen constitutief vereiste
• Vormen: expliciet of impliciet
• Effect: juridische bewijskracht en praktische betekenis in internationale
betrekkingen
Soevereiniteit luchtruim ex. art. 1 Chicago Convention 1944 à staten hebben volledige en
exclusieve soevereiniteit over luchtruim boven eigen grondgebied
- Schending zonder toestemming = internationale OD
*Nicaragua: militair ingrijpen of steun aan gewapende groepen in andere staat schendt het non-
intervention-beginsel = verbiedt inmenging in de binnenlandse of buitenlandse
aangelegenheden van een andere staat.
HC 3: BRONNEN VAN IR
Internationaal rechtspositivisme: recht ontstaat door wil gezagsdrager, waarvan
regels/beginselen kenbaar zijn via rechtsbronnen
*Lotus: Turkije mocht jurisdictie uitoefenen over buitenlands misdrijf
- Staten zijn soeverein en alleen gebonden aan regels van IR die zij aanvaarden
- Beperkingen op staatsvrijheid worden niet snel aangenomen, maar geen IR-regel gold,
dus beide landen mochten jurisdictie uitoefenen
Rechtsbronnen ex. art. 38 lid 1 IGH
1. Primaire bronnen (sub a-c):
a. Verdragen
b. Gewoonterecht
c. Algemene rechtsbeginselen
à LET OP: geen hiërarch, maar verdragen zijn schriftelijk en gewoonterecht niet
2. Subsidiaire bronnen (sub d)
d. Rechtelijke beslissingen
e. Opvattingen van de meest bevoegde schrijvers
à LET OP: gebruikt ter interpretatie en niet uitputtend
- Besluiten IO’s (HC 9)
- Eenzijdige handelingen/verklaringen: berusting, erkenning, protest, eenzijdige
toezegging, opgewerkt vertrouwen
*Nuclear Test: reactie staat op handeling andere staat bindend als staat bedoeling had zichzelf
te binden