- Ik spreek mijn waardering uit voor mensen die ons werk respecteren.
- Ik steun actief collega’s of anderen die onze groep positief belichten.
- Ik voel me verbonden met degenen die ons moreel of publiekelijk ondersteunen.
Sociale identiteit
- Ik zie mezelf vooral als lid van mijn groep.
- Mijn groepslidmaatschap is een belangrijk deel van wie ik ben.
- Anderen herkennen mij vaak aan de groep waartoe ik behoor.
Sociale identi catie
- Ik voel me sterk verbonden met de groep waar ik toe behoor.
- De successen van mijn groep ervaar ik als mijn eigen successen.
- Ik voel me één geheel met de andere groepsleden.
Organizational identi cation
- Ik ervaar de prestaties van mijn organisatie als mijn eigen prestaties.
- Ik voel me trots om deel uit te maken van mijn organisatie.
- Ik beschouw de problemen van de organisatie als mijn eigen problemen.
Commitment
- Ik ben bereid mij extra in te zetten voor mijn organisatie.
- Ik wil ook in de toekomst deel blijven uitmaken van deze organisatie.
- Ik voel een sterke plicht om mijn organisatie te ondersteunen.
Internalisatie
- Ik gebruik de waarden van de organisatie als richtlijn voor mijn gedrag.
- Ik neem beslissingen in lijn met de normen van mijn organisatie.
- Ik beschouw de waarden van mijn organisatie ook als mijn persoonlijke waarden.
Distinctiviteit
- Mijn groep onderscheidt zich duidelijk van andere groepen.
- Ik zie mijn groep als uniek vergeleken met andere groepen.
- Het voelt belangrijk dat mijn groep anders is dan de rest.
Prestige
- Mijn groep geniet veel aanzien bij anderen.
- Ik ervaar trots doordat mijn groep een hoge status heeft.
- Mijn groepslidmaatschap versterkt mijn eigen gevoel van waarde.
Out-group salience
- Ik merk vaak de aanwezigheid van andere groepen op.
- Het zien van andere groepen versterkt mijn gevoel van verbondenheid met mijn eigen groep.
- Wanneer andere groepen zichtbaar zijn, voel ik sterker dat ik bij mijn groep hoor.
Zelfstereotypering (depersonalisatie)
- Ik zie mezelf vooral in termen van de kenmerken van mijn groep.
- Mijn persoonlijke identiteit vervaagt wanneer ik me met mijn groep identi ceer.
- Ik beschouw mijn eigenschappen vooral als overeenkomend met die van mijn groep.
Rolcon ict
- Ik ervaar spanning tussen de verwachtingen van mijn verschillende rollen.
- Soms botsen de eisen van mijn rollen met elkaar.
- Het combineren van mijn verschillende rollen zorgt geregeld voor con icten.
Symbolisch management
- Rituelen binnen de organisatie versterken mijn gevoel erbij te horen.
- Verhalen en symbolen van de organisatie vergroten mijn identi catie.
- Leiders gebruiken symbolen die mijn verbondenheid met de organisatie versterken.
fl fi fi fi fl fi
,Intergroepcon ict
- Er bestaan spanningen tussen mijn groep en andere groepen in de organisatie.
- Vergelijkingen met andere groepen leiden vaak tot con icten.
- Ik ervaar regelmatig strijd tussen groepen binnen mijn organisatie.
Altruïsme
- Ik help groepsleden ook als ik daar zelf niets voor terugkrijg.
- Ik bied spontaan ondersteuning aan anderen in mijn groep.
- Ik zet me in voor groepsleden, zelfs als dit mij extra moeite kost.
-
Dirty work (algemeen)
- Ik doe werk dat vaak als onaangenaam of vervelend wordt gezien.
- Mijn werk wordt door de maatschappij gezien als “vies” of onwenselijk.
- Anderen associëren mijn werk met dingen die ze liever vermijden.
Physical taint
- Mijn werk brengt mij regelmatig in contact met vieze of gevaarlijke omstandigheden.
- Ik ervaar dat mensen mijn werk lichamelijk weerzinwekkend vinden.
- Mijn werk wordt gezien als fysiek belastend of ongezond.
Social taint
- Ik werk veel met mensen die in de maatschappij als gestigmatiseerd worden gezien.
- Mijn werk wordt gezien als ondergeschikt of dienend aan anderen.
- Anderen beschouwen mijn sociale contacten op werk als minderwaardig.
Moral taint
- Mijn werk wordt door sommigen als moreel twijfelachtig gezien.
- Ik word soms geassocieerd met oneerlijke of onfatsoenlijke praktijken.
- Mijn werk roept bij anderen vragen op over moraliteit of fatsoen.
Occupational prestige
- Mijn beroep wordt door anderen als laag in status gezien.
- Het aanzien van mijn werk is binnen de maatschappij beperkt.
- Ik ervaar weinig maatschappelijke waardering voor mijn beroep.
Work role identi cation
- Ik zie mijn werk als een belangrijk deel van wie ik ben.
- Mijn werkrol bepaalt sterk mijn identiteit.
- Ik voel me verbonden met mijn beroep, ongeacht wat anderen ervan vinden.
Strong occupational/workgroup culture
- Binnen mijn beroep heerst een sterke groepscultuur.
- Ik ervaar duidelijke waarden en normen die alle collega’s delen.
- De saamhorigheid binnen mijn werkgroep is sterker dan in andere beroepen.
Occupational ideologies – Reframing
- Ik beschouw de kern van mijn werk als waardevol en belangrijk.
- Ik zie de “vieze” kanten van mijn werk juist als teken van kracht.
- Ik vind dat mijn beroep een hoger doel dient, ondanks negatieve beelden.
Occupational ideologies – Recalibrating
- Ik benadruk de positieve kanten van mijn werk, hoe klein ook.
- Ik vind dat de minder gewaardeerde taken eigenlijk belangrijker zijn dan mensen denken.
- Ik beschouw zelfs kleine prestaties in mijn werk als van grote waarde.
Occupational ideologies – Refocusing
- Ik richt mijn aandacht vooral op de prettige kanten van mijn werk.
- Ik besteed weinig aandacht aan de aspecten van mijn werk die anderen vies of slecht vinden.
- Ik waardeer vooral de niet-gestigmatiseerde kanten van mijn beroep.
fl fi fl
, Social weighting – Condemning the condemners
- Ik vind dat de mensen die mijn werk bekritiseren zelf hypocriet zijn.
- Ik hecht weinig waarde aan de negatieve meningen van buitenstaanders.
- Ik zie critici van mijn werk als minder betrouwbaar of geloofwaardig.
Social weighting – Supporting the supporters
- Ik hecht veel waarde aan mensen die mijn werk wél waarderen.
- Ik voel me gesteund door degenen die mijn beroep positief zien.
- Ik zoek actief steun bij buitenstaanders die mijn werk erkennen.
Social weighting – Selective social comparisons
- Ik vergelijk mijn werk liever met beroepen die minder gewaardeerd worden dan het mijne.
- Ik benadruk verschillen met andere groepen waardoor mijn beroep er beter uitziet.
- Ik voel me trots wanneer ik mijn werk vergelijk met dat van andere, lager gewaardeerde beroepen.
Socialization into dirty work
- In het begin moest ik wennen aan de onaangename kanten van mijn werk.
- Ik heb geleerd om de negatieve kanten van mijn beroep minder op te merken.
- Door verhalen en rituelen binnen mijn werk ben ik mijn beroep meer gaan waarderen.
Ambivalence toward dirty work
- Ik voel me trots op mijn werk, maar soms ook ongemakkelijk.
- Mijn gevoelens over mijn beroep wisselen tussen positief en negatief.
- Ik ervaar zowel verbondenheid met mijn beroep als twijfel erover.
Symbolic management (in dit artikel ook genoemd)
- Verhalen en rituelen binnen mijn werk helpen mij mijn beroep positief te zien.
- Symbolen en taalgebruik in mijn beroep versterken mijn trots.
- Ik ervaar dat symbolische uitingen in mijn werk mijn identiteit ondersteunen.
Unethical Pro-Organizational Behavior (UPB)
- Ik zou regels overtreden als dat mijn organisatie ten goede komt.
- Ik ben bereid informatie achter te houden om mijn organisatie te beschermen.
- Ik zou een misstap van mijn organisatie goedpraten om het imago te bewaren.
Resistance to Organizational Change
- Ik voel me ongemakkelijk bij veranderingen die mijn organisatiecultuur aantasten.
- Ik verzet me tegen veranderingen die mijn huidige manier van werken bedreigen.
- Ik vind het moeilijk om mijn loyaliteit te verleggen bij een fusie of overname.
Performance Problems (conformiteit / verminderde creativiteit)
- Ik blijf liever bij bestaande werkwijzen dan iets radicaal nieuws te proberen.
- Ik pas mijn werk liever aan bij wat als ‘typisch’ voor de organisatie geldt.
- Ik vermijd ideeën die sterk afwijken van de normen van de organisatie.
Interpersonal Con ict (in-group bias, projective identi cation)
- Ik vertrouw collega’s van mijn eigen afdeling meer dan die van andere afdelingen.
- Ik heb de neiging kritiek te uiten op collega’s die niet bij de organisatie passen.
- Ik vind het lastig om goed samen te werken met mensen die minder loyaal lijken.
Negative Emotions (bij identity threat)
- Ik voel me boos als mijn organisatie publiekelijk bekritiseerd wordt.
- Ik ervaar schaamte wanneer mijn organisatie in een schandaal terechtkomt.
- Ik voel me gekwetst wanneer anderen mijn organisatie in een negatief daglicht zetten.
Reduced Well-being (stress, workaholism, work–family con ict)
- Ik merk dat ik vaak werk boven mijn eigen welzijn stel.
- Ik voel me schuldig als ik tijd besteed aan mijn privéleven in plaats van werk.
- Ik raak gestrest door kleine tegenslagen omdat ik me zo sterk met mijn organisatie verbind.
fl fi fl