College 1 10/9/25
Introductie
- NL meer egalitair = gelijk, minder hierarchie
- De inrichting en interacties van onderwijs = door cultuur gebouwde constructie
- Machtsafstand verschillen
- Onderwijsmethode verschillen (reproductie = het kunnen nazeggen/doen van de docent
vs. kritisch denken/reflectie)
Conclusies
1. De rol van (de eigen) cultuur in de opvoeding en onderwijs bij uitstek duidelijk wordt in
cross- cultureel perspectief.
2. De ecologische benadering van het opgroeien en opvoeden van kinderen, toont dat
sociale invloeden op systemische manier inwerken op de socialisatie (Bronfenbrenner)
3. De fysieke settingen, in de gewoonten van verzorging en opvoeding, en de psychologie
van de ouders samen tonen dat het verschilt per cultuur wat competent wordt gevonden
en dus wat belangrijk is in de opvoeding. (Harkness/Super, Keller)
4. In veel niet westerse rurale stammen smnl wordt er pediatrisch opgevoed vlgs.
apprentice model, in westerse moderne stedelijk smnl wordt er pedagogisch opgevoed
via het equality model
Wat is cultuur?
Volgens antropologen:
Cultuur = gedeeld systeem van kennis en betekenisgeving
Gedeelde werkelijkheid over wat gewenst/geaccepteerd is en goed is voor het kind
Cultuur is aangeleerd: gezin verantwoordelijk voor enculturatie (= het inwijden van leden van
een samenvatting in een cultuur waarin ze zitten en waarin ze mee moeten komen)
Culturele transmissie (het overgeven van cultuur) en gezin: wederzijse beïnvloeding en
(dis)continuering
VB invloed van cultuur op opvoeding: Amy Schalet → studie naar opvoeding over seksualiteit
- Een cross-culturele vergelijking naar de heteroseksuele opvoeding in de middeklasse
VS en NL
Cultuur als kennis en betekenisgeving:
- VS: Seks = gevaarlijk! Vooral voor meisjes
- NL: Seks kan normaal onderdeel adolescentie zijn, kan erbij horen
,Culturen voeden ideeen en waarden over de opvoeding:
- VS : Stabiel romantisch samenzijn van tieners bestaat niet, zijn daartoe niet in staat,
ouders verbieden het bijna
- NL: Tienerseks kan, maar wel binnen een langdurige romantische relatie
Culturen beinvloeden dus opvoedingspraktijken:
- VS: Teenage sex ? Not under my roof!
- NL: Seks thuis mag, juist graag thuis (monitoring)
Relatie tussen omgeving, cultuur en opvoeding
Artikel Harkness & Super: cultureel psychologisch model
1. De sociaal historische ontwikkelingen die een samenleving heeft gekend, zijn van
invloed op…
2. manieren van opvoeden en verzorgen, die samen leiden tot..
3. ‘semi’ permanente psychologische effecten op leden van een samenleving.
4. Die effecten manifesteren en projecteren zich als uitingen in onze samenleving
→ en dan krijg je het systeem van betekenisgeving
Kritiek op model H&S - Whiting
- Het is wel heel causaal opgesteld, van 1 naar 2 naar 3 naar 4…
- Kunnen processen niet ook andersom plaatsvinden? Of met een andere volgorde
- Bijv: sinterklaas en rol van zwarte piet, na 10 jaar is er een meerderheid in de
samenleving die vindt dat zwarte piet niet meer kan, dus aanpassing in model
Bronfenbrenner Ecologisch Ontwikkelingsmodel
Microsysteem: is het directe contact dat het kind in zijn omgeving in een bepaalde microsetting
heeft met anderen (gezin, familie, crèche, school)
Het mesosysteem is het geheel van microsystemen waarvan een kind deel uitmaakt en in
participeert (zitten de ouders bijv op dezelfde lijn als de crèche)
Exosysteem: bestaat uit formele en informele sociale structuren rond het gezin (buurt, wereld
van het werk, etnische gemeenschap, sociale netwerk ouders)
Het macrosysteem heeft betrekking op de manier waarop instellingen in de samenleving op
macroniveau geregeld zij (religie, onderwijssysteem, etc)
,Harkness & Super: development niche - 3 subsystemen
Kritiek van H&S op BF: Bronfenbrenner erkent het opvoeden in culturen maar we zien dat
nergens in het model expliciet. Het is belangrijk dat er een model is waar de rol van cultuur wel
duidelijk te zien is.
Developmental niche: de culturele dimensies van de omgeving waarin kinderen opgroeien aan
de hand van 3 subsystemen:
1) de fysieke en sociale ‘settings’ waarin een kind leeft
2) de gewoontes van verzorging en opvoeding
3) de psychologie van de opvoeders
Uitleg aan de hand van opgroeien bij de kipgis stam (Kenya, H&S) en de Nso stam (Kameroen,
Keller) en middenklasse gezin (Duitsland, Keller)
1) de fysieke en sociale ‘settings’ waarin een kind leeft
- Waar en met wie brengt het kind tijd door en wat voor activiteiten
- Bepaalt type interacties, invloed op sociaal gedrag en ontwikkelingsmogelijkheden
VB:
- Stam in Kenya: directe nabijheid bij hun moeder, symbiose (niet of weinig gestuurd wordt
op onderscheiden van de baby als ik/eigen persoon, geen onderscheid tussen mam en
baby), warmte → afhankelijkheid (pediatrische opvoedstijl = als er sprake is van
maximaal lichaamscontact tussen mam en kind)
- Nso stam in Kameroen: kind helpt ouders dmv. imitatie brusjes → apprentice model
2) de gewoontes van verzorging en opvoeding
- Gedragsstrategieën om om te gaan met kinderen van een bepaalde levensfase →
vanzelfsprekende manieren, niet te veel over nadenken over hoe omgaan
VB:
- Nso stam in Kameroen: eten en drinken direct aanbieden (pediatrisch) →
emotieregulering. Gewoonten gericht snelle fysieke ontwikkeling → hulp in huishouden
3) de psychologie van de opvoeders
- Culturele denkmodellen over de opvoeding
- Opvoedingsdoelen
VB:
- Nso stam Kameroen: opvoedingsdoel: sociale verantwoordelijkheid nemen, gerichtheid
op de familie en de stam, interdependentie (bij Kenya, negom (?) als kind uit jezelf gaan
snappen dat je de sociale verantwoordelijkheid draagt en neemt in het huishouden voor
het welbevinden van je familie)
, - Middenklasse Duitsland: opvoedingsdoel: uniciteit, onafhankelijkheid, cogntieve
competenties, heel veel oogcontact en heel veel taal/spreken tot de baby. Doen alsof je
een dialoog hebt met de baby.
Keller over duitsland: Stimuli effect reportoire: de moeder zegt/doet/vraagt iets, kind
reageert daarop, moeder reageert daarop, dat herhaalt zich → dan bereik je het
tegenovergestelde van symbiose, ze hebben hun eigen ik, leren hun individualiteit aan
Keller: apprentice and equality model
Pediatrisch en pedagogisch
Pediatrische opvoedstijl - apprentice model
1. Voortdurend lichamelijk contact moeder
2. De behoefte van het kind wordt altijd gevolgd
3. Situationeel opvoeden (er wordt opgevoed, maar niet volgens een programma geleerd, niet
heel bewust van vandaag leert het kind dit en dit. Gaat meer om wat voor situatie is er nu)
Pedagogische opvoedstijl - equality model
1. Rust, regelmaat, vaste speel- en slaapschema’s
2. De behoeftebevrediging wordt gereguleerd
3. Leren vooral op cognitief gebied
4. Belang van wetenschappelijke kennis
Documentaire: baby’s