Toegepaste organisatiepsychologie
Hoofdstuk 15 niet
Leerdoelen:
1. De student heeft inzicht in intra persoonlijke factoren die invloed hebben op welzijn, motivatie en
prestatie van werknemers en weet deze toe te passen binnen HRM-instrumenten
2a. De student legt uit welke factoren volgens psychologische kennis invloed hebben op functioneren
en welbevinden van werkenden binnen een organisatiecontext
2b. De student past deze kennis toe in een rol als adviseur aan het management, als onderzoeker of
als coach in het kader van de ontwikkeling of implementatie van HR beleid of -instrumentarium
3. De student kent relevante factoren die volgens psychologische wetenschap een rol spelen in
aansturing, beheersing en optimalisatie van organisatieprocessen en inrichting
4. De student beschrijft hoe organisatieprocessen en -inrichting volgens psychologische wetenschap
van invloed is op functioneren en welbevinden van werkenden binnen de organisatie
5. De student kan psychologische wetenschappelijke kennis toepassen om als HR-expert of adviseur
het presteren en welbevinden van medewerkers in een organisatie duurzaam te behouden of te
vergroten.
Les 1:
Sociale beïnvloeding (staat niet in het boek)
Hoe kun je de mens doorgronden? Waar is alle kennis op gebaseerd?:
Wetenschap
Psychologische wetenschap
Sociale psychologie
Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociologie
Antropologie
Psychologie en HRM?
6 geheimen van overtuigen Robert Cialdini
1. social proof
2. wederkerigheid
3. commitment en consistentie
4. liking
5. wie zegt het autoriteit
6. scarcity
Social proof
Kijk naar gedrag van anderen om eigen gedragskeuzes te bepalen
Voorbeelden:
- In de lift, in de trein
- Al 15 duizend exemplaren gekocht (dus ook willen)
Wederkerigheid
Als je iets geeft verwacht je wel wat terug
Voor wat hoort wat
Autoriteit
, Kleding, auto, titel
Commitment en consistentie
We komen graag consistent over, daarom krabbelen we niet terug als we aan iets begonnen
zijn.
Liking
We doen liever iets voor iemand die we leuk en aardig vinden
Schaarste
Wees er snel bij, want op is op
Limited edition
Les 2 sociale beïnvloeding:
Thinking: fast and slow
System 1 System 2
Fast Slow
Unconsicious Conscious
Automatic Ettortful
Everday decisions Complex decisions
Error prone Reliable
Attitude = een houding die je hebt tegenover dingen, mensen, bepaald gedrag of gebeurtenissen
Drie componenten:
1. Affect (emotie)
2. Gedrag
3. Cognitief (denkproces)
Verschillende vormen:
1. Rationeel/ gevoelsmatig
2. ….
3. ….
Cognitief = evaluatie
Mijn chef gaf een collega promotie die dat minder verdiende dan ik. mijn chef is niet eerlijk
Affectief = gevoel
Ik heb een hekel aan mijn chef
Gedrag = actie
Ik ben op zoek naar ander werk, ik heb tegen iedereen die het horen wilde, verteld over mijn chef
Relatie afhankelijk van ‘moderatoren’
, - Belang van attitude
- Specificiteit van attitude
- Toegankelijkheid van attitude
- Aanwezigheid sociale druk
- Directe ervaring met attitude
Wat voor attitudes hebben mensen t.a.v. werk?
- Werktevredenheid
- Werkbetrokkenheid
- Organisatiebinding
- Bevlogenheid
- Motivatie
- Werkplezier
- Werkgeluk
Werktevredenheid = een positief gevoel over het werk op basis van een beoordeling van de
kenmerken ervan
Attitude richting werk: werktevredenheid:
Positief verband met:
- Werkprestaties
- Voorbeeldig werkgedrag
- Klanttevredenheid
Negatief verband met:
- Verzuim
- Verloop
- Ongewenst gedrag
Les 3:
, Diversiteit: waarom?
1. Diversiteit neemt toe
2. Kan werk ten goede komen
3. Kan ook fout gaan
Diversiteit
- Geslacht oppervlakte kenmerken
- Leeftijd
- Culturele achtergrond
- Seksuele oriëntatie
- Anciënniteit
Diversiteit
- Persoonlijkheid diepte kenmerken
- Attitudes
- Waarden
- Fysieke/mentale vermogens
Discriminatie
Het zien van verschillen
- Goed/slecht
- Buitensluiting
- Stress, verloop, ontevredenheid
- Verlopen potentieel
Hoe meet je attitudes?
Directe meting kloppen die antwoorden wel altijd?
- Vragenlijst, interview
Indirecte meting
- Foutieve keuze methode
- Projectieve technieken
- Gedragsobservatie/ lichaamstaal
Toepassingen in het HRM vak
Werving en selectie
- Diversiteitprogramma’s
- Assessments
- Anoniem solliciteren
Diversiteitsmanagement
- Positief werkklimaat
- Beeldvorming
- Inclusief HRM
Perceptie = Het proces waarin het individu zijn zintuigelijke indrukken ordent en interpreteert om zin
te geven aan zijn omgeving
2. perceptie van personen
Attributietheorie : jet toeschrijven van gedrag aan interne of externe factoren
- Anderen: gedrag vooral toeschrijven aan persoon
- Onszelf: afhankelijk van uitkomst.
Self-serving bias (eigenbelang)
Hoofdstuk 15 niet
Leerdoelen:
1. De student heeft inzicht in intra persoonlijke factoren die invloed hebben op welzijn, motivatie en
prestatie van werknemers en weet deze toe te passen binnen HRM-instrumenten
2a. De student legt uit welke factoren volgens psychologische kennis invloed hebben op functioneren
en welbevinden van werkenden binnen een organisatiecontext
2b. De student past deze kennis toe in een rol als adviseur aan het management, als onderzoeker of
als coach in het kader van de ontwikkeling of implementatie van HR beleid of -instrumentarium
3. De student kent relevante factoren die volgens psychologische wetenschap een rol spelen in
aansturing, beheersing en optimalisatie van organisatieprocessen en inrichting
4. De student beschrijft hoe organisatieprocessen en -inrichting volgens psychologische wetenschap
van invloed is op functioneren en welbevinden van werkenden binnen de organisatie
5. De student kan psychologische wetenschappelijke kennis toepassen om als HR-expert of adviseur
het presteren en welbevinden van medewerkers in een organisatie duurzaam te behouden of te
vergroten.
Les 1:
Sociale beïnvloeding (staat niet in het boek)
Hoe kun je de mens doorgronden? Waar is alle kennis op gebaseerd?:
Wetenschap
Psychologische wetenschap
Sociale psychologie
Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociologie
Antropologie
Psychologie en HRM?
6 geheimen van overtuigen Robert Cialdini
1. social proof
2. wederkerigheid
3. commitment en consistentie
4. liking
5. wie zegt het autoriteit
6. scarcity
Social proof
Kijk naar gedrag van anderen om eigen gedragskeuzes te bepalen
Voorbeelden:
- In de lift, in de trein
- Al 15 duizend exemplaren gekocht (dus ook willen)
Wederkerigheid
Als je iets geeft verwacht je wel wat terug
Voor wat hoort wat
Autoriteit
, Kleding, auto, titel
Commitment en consistentie
We komen graag consistent over, daarom krabbelen we niet terug als we aan iets begonnen
zijn.
Liking
We doen liever iets voor iemand die we leuk en aardig vinden
Schaarste
Wees er snel bij, want op is op
Limited edition
Les 2 sociale beïnvloeding:
Thinking: fast and slow
System 1 System 2
Fast Slow
Unconsicious Conscious
Automatic Ettortful
Everday decisions Complex decisions
Error prone Reliable
Attitude = een houding die je hebt tegenover dingen, mensen, bepaald gedrag of gebeurtenissen
Drie componenten:
1. Affect (emotie)
2. Gedrag
3. Cognitief (denkproces)
Verschillende vormen:
1. Rationeel/ gevoelsmatig
2. ….
3. ….
Cognitief = evaluatie
Mijn chef gaf een collega promotie die dat minder verdiende dan ik. mijn chef is niet eerlijk
Affectief = gevoel
Ik heb een hekel aan mijn chef
Gedrag = actie
Ik ben op zoek naar ander werk, ik heb tegen iedereen die het horen wilde, verteld over mijn chef
Relatie afhankelijk van ‘moderatoren’
, - Belang van attitude
- Specificiteit van attitude
- Toegankelijkheid van attitude
- Aanwezigheid sociale druk
- Directe ervaring met attitude
Wat voor attitudes hebben mensen t.a.v. werk?
- Werktevredenheid
- Werkbetrokkenheid
- Organisatiebinding
- Bevlogenheid
- Motivatie
- Werkplezier
- Werkgeluk
Werktevredenheid = een positief gevoel over het werk op basis van een beoordeling van de
kenmerken ervan
Attitude richting werk: werktevredenheid:
Positief verband met:
- Werkprestaties
- Voorbeeldig werkgedrag
- Klanttevredenheid
Negatief verband met:
- Verzuim
- Verloop
- Ongewenst gedrag
Les 3:
, Diversiteit: waarom?
1. Diversiteit neemt toe
2. Kan werk ten goede komen
3. Kan ook fout gaan
Diversiteit
- Geslacht oppervlakte kenmerken
- Leeftijd
- Culturele achtergrond
- Seksuele oriëntatie
- Anciënniteit
Diversiteit
- Persoonlijkheid diepte kenmerken
- Attitudes
- Waarden
- Fysieke/mentale vermogens
Discriminatie
Het zien van verschillen
- Goed/slecht
- Buitensluiting
- Stress, verloop, ontevredenheid
- Verlopen potentieel
Hoe meet je attitudes?
Directe meting kloppen die antwoorden wel altijd?
- Vragenlijst, interview
Indirecte meting
- Foutieve keuze methode
- Projectieve technieken
- Gedragsobservatie/ lichaamstaal
Toepassingen in het HRM vak
Werving en selectie
- Diversiteitprogramma’s
- Assessments
- Anoniem solliciteren
Diversiteitsmanagement
- Positief werkklimaat
- Beeldvorming
- Inclusief HRM
Perceptie = Het proces waarin het individu zijn zintuigelijke indrukken ordent en interpreteert om zin
te geven aan zijn omgeving
2. perceptie van personen
Attributietheorie : jet toeschrijven van gedrag aan interne of externe factoren
- Anderen: gedrag vooral toeschrijven aan persoon
- Onszelf: afhankelijk van uitkomst.
Self-serving bias (eigenbelang)