College 1
Wetenschappelijke artikelen zijn niet geschreven als een leerboek maar als een
onderzoek. Deze hebben meestal een structuur, incl de inleiding, onderzoeksvraag, wat is
het probleem, wat hebben ze gevonden en wat kunnen we daarmee. Meestal de grote
lijnen kennen van de wetenschappelijke onderzoeken.
Wat is Pedagogiek?
-opvoedingskunst
-leer van de opvoeding
Iemand die kijkt naar de ontwikkeling van de jeugdige, maar ook om de omgeving, de
context van de opvoeding. Waarom doen kinderen iets, of iets juist niet. Wat is het doel en
wat zijn de effecten en gevolgen.
Pedagogiek als opvoedingswetenschap. Kennis over de opvoeding (hoe spelen 2 kinderen
met elkaar en hoe komt dat) en kennis ten dienste van opvoeding (pedagogiek toepassen
in de opvoeding.
opvoeding: erfelijkheid en leren
Mesman en Groeneveld -> gendered parenting
Onderzoek bij ouders die zeggen dat ze gender neutraal willen opvoeden.
bewust/onbewust of impliciet/expliciet werkt dit niet altijd.
Direchte boodschappen: seksespecifiek speelgoed, roze/blauwe kleding geverfde kamer
Indirecte boodschappen: taakverdeling in het gezin, toeschrijven van emotie aan sekse.
bv. meisjes huilen sneller en jongens zijn sneller boos.
Je wil als opvoeder van een kind, het kind ondersteunen bij het leren omgaan met zichzelf,
met andere en met hun omgeving.
Omgaan met grenzen en met vrijheid=morele plicht gekoppeld aan o.a. democratische
samenlevingsvormen. Je wil niet kinderen vormen/kneden, ze moeten hun eigen ding
kunnen doen.
College 3
Gezinsopvoeding hoofdstuk 7
Een bericht over de hedendaagse opvoeding van kinderen.
Een onderzoek over wat ouders vinden van het opvoeden van hun kinderen, onderzoek
waren lage SES en vaders ondervertegenwoordigd. Er worden 3 aspecten van de
opvoeding onderscheden: cognitieve, affectieve en gedragsmatige aspecten.
Cognitieve aspecten: welke doelen willen de ouders voor hun kinderen, en welke doelen
stellen zij zichzelf. De verschillende dimensies uitgelegd (blz 158-169). Ouders vatten
opvoeding positiever op als ze het samen doen, dan is er minder stress.
,Mensen trouwen uit liefde maar kan ook voor financiële redenen of voor de kinderen zijn.
Stel de ouders scheiden dan gaat 60% bij de moeder wonen 10% bij de vader en 30% co-
ouderschap.
Maatschappelijke veranderingen sinds de jaren ’60
De-traditionalisering
-secularisering: afname van van religie/kerk in het dagelijks leven
-individualisering: eigen keuzes voor levensweg
-emancipatie van vrouwen
Stijging van opleidingsniveau: meer en langer onderwijs voor meer mensen. o.a.
Mammoetwet 1968:doorstroom van ene naar andere onderwijstype.
Gevolgen voor het gezin
Mensen maken meer hun eigen keuzes
-vaker samenwonen voor trouwen of ipv trouwen
-vaker echtscheidingen
-minder grote gezinnen
-eerste kind op latere leeftijd, ipv 25 -> 29
-toename deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt
“Van bevelhuishouding naar onderhandelingshuishouding”(vaker tegenkomen in literatuur
en opiniestukken”
Bevelshuishouding, de vader is het hoofd van het gezin, moeder stond daar iets onder
maar ouders waren duidelijk de baas.
Onderhandelingshuishouding, veel
gelijkwaardiger, inbreng en
creativiteit mag nu, ook iets ter
discussie stellen is goed.
1890-1930(tijd voor het
vrouwenstemrecht en leerplicht):kind
heeft steun nodig om te komen tot
zelfbeheersing en deugzaamheid.
“liefdevolle leiding” door ouders,
geduld en begrip en weinig straffen.
Dit kwam door de belangrijkste
adviseurs van de tijd, de arts,
dominee/pastoor
1930-1970(vanaf jaren ’30:opkomst psychologie): vroegkinderlijke ervaringen belangrijk
voor latere ontwikkeling. Kennis over ontwikkelingsfasen wenselijk voor ouders. Risico’s
van “opvoedingsfouten” moesten de ouders zoveel mogelijk verkleinen. Doel:
zelfvertrouwen van het kind . Belangrijkste adviseur is nu de psycholoog.
,1970-heden: extreme toename van ontwikkelingspsychologische kennis. Economische
groei waardoor groei boeken, tijdschriften over opvoeding etc. Iedereen kan
opvoedingsdeskundige zijn.
Boek: Dokter B Spock: Baby-en kinderverzorging
Spock geeft ouders heel veel informatie maar geeft ze evengoed heel veel vertrouwen.
Gebruik je gezonde verstand en dan komt het allemaal wel goed. Doel: zelfontpooiing.
Kind ruimte geven om zichzelf te kunnen vormen door ontwikkeling optimaal stimuleren.
(ook sociaal, spock zegt dat kinderen pas echt zielig zijn als ze geen vrienden hebben)
Ook de gelegenheid bieden om mee te denken\doen; stem te laten horen.(bevel-
onderhandelingshuishouden)
Toch ook veel dingen gelijk gebleven
Nog steeds doen de moeder meer in de dagelijkse opvoeding, een plekje in de
samenleving en de liefdevolle aandacht van ouders.
College 3B over gezinsopvoeding hoofdstuk 7(onderzoek naar opvoeding. 3 verschillende
vragen. Wat willen ouders, hoe ervaren ouders de opvoeding, wat is hun
opvoedingsgedrag):
Wat willen ouders
Op de vraag wat vind u belangrijk in de opvoeding en wat wil u overdragen kwamen 4
oriëntatiedoelen:
-prestatie: iets presteren, iets presteren in het leven
-autonomie: eigen keuzes maken
-conformiteit: je aanpassen(regels, wat wordt er van je verwacht etc)
-sociaal gevoel: oog hebben voor anderen
De rangorde verschilt (o.a.) tussen etnische groepen, opleidingsniveau, wel/niet religieuze
achtergrond…
Bij Nederlandse moeders(nederlandse afkomst) was de rangorde in 1996:
1. Autonomie
2. Sociaal gevoel
3. conformiteit
4. prestatie
Assertiviteit is
er later
bijgevoegd
omdat het toch
een belangrijk
doel is.
Bij
Marokkaanse moeders was deze rangorde precies omgekeerd.
Opvoedingsgedrag
Wat doen ouders? Of wat zeggen ze dat ze doen. Te karakteriseren aan de hand van
componenten(dimensies) van opvoedingsgedrag.
Verschillende combinaties van die dimensies=opvoedingsstijl
Dimensies
1. Steun en betrokkenheid: Tonen van affectie, Adequaat reageren op gevoelsuitingen
van het kind
2. Structuur: Consequent zijn. Regelmaat. Ordelijke omgeving.
3. A Controle->autoritatief: Wijs het kind op regels en leg ze uit, zo moedig je de
zelfstandigheid aan. “Niet slaan, nu doe je het toch en maak je je broertje verdrietig”
, 4. B Controle->autoritair: Afdwingen
van gehoorzaamheid, opleggen
van regels. “Niet slaan want dat
zeg ik”
1. On
ver
sc
hilli
g:
boeit
de ouder niet zoveel
2. Permissief: ouders willen graag vrienden zijn van hun kinderen
3. Autoritair: Bevelhuishouding, geen discussie mogelijk
4. Autoritatief: Duidelijke regels, maar wel duidelijk uitleggen waarom
Meestal is de opvoeding van ouders een combinatie van een paar van deze, kan liggen
aan de situatie en het kind bijvoorbeeld.
College 4. Opvoeding in de westerse cultuur. Tamis en LeMonda
Wetenschappelijke artikelen zijn niet geschreven als een leerboek maar als een
onderzoek. Deze hebben meestal een structuur, incl de inleiding, onderzoeksvraag, wat is
het probleem, wat hebben ze gevonden en wat kunnen we daarmee. Meestal de grote
lijnen kennen van de wetenschappelijke onderzoeken.
Wat is Pedagogiek?
-opvoedingskunst
-leer van de opvoeding
Iemand die kijkt naar de ontwikkeling van de jeugdige, maar ook om de omgeving, de
context van de opvoeding. Waarom doen kinderen iets, of iets juist niet. Wat is het doel en
wat zijn de effecten en gevolgen.
Pedagogiek als opvoedingswetenschap. Kennis over de opvoeding (hoe spelen 2 kinderen
met elkaar en hoe komt dat) en kennis ten dienste van opvoeding (pedagogiek toepassen
in de opvoeding.
opvoeding: erfelijkheid en leren
Mesman en Groeneveld -> gendered parenting
Onderzoek bij ouders die zeggen dat ze gender neutraal willen opvoeden.
bewust/onbewust of impliciet/expliciet werkt dit niet altijd.
Direchte boodschappen: seksespecifiek speelgoed, roze/blauwe kleding geverfde kamer
Indirecte boodschappen: taakverdeling in het gezin, toeschrijven van emotie aan sekse.
bv. meisjes huilen sneller en jongens zijn sneller boos.
Je wil als opvoeder van een kind, het kind ondersteunen bij het leren omgaan met zichzelf,
met andere en met hun omgeving.
Omgaan met grenzen en met vrijheid=morele plicht gekoppeld aan o.a. democratische
samenlevingsvormen. Je wil niet kinderen vormen/kneden, ze moeten hun eigen ding
kunnen doen.
College 3
Gezinsopvoeding hoofdstuk 7
Een bericht over de hedendaagse opvoeding van kinderen.
Een onderzoek over wat ouders vinden van het opvoeden van hun kinderen, onderzoek
waren lage SES en vaders ondervertegenwoordigd. Er worden 3 aspecten van de
opvoeding onderscheden: cognitieve, affectieve en gedragsmatige aspecten.
Cognitieve aspecten: welke doelen willen de ouders voor hun kinderen, en welke doelen
stellen zij zichzelf. De verschillende dimensies uitgelegd (blz 158-169). Ouders vatten
opvoeding positiever op als ze het samen doen, dan is er minder stress.
,Mensen trouwen uit liefde maar kan ook voor financiële redenen of voor de kinderen zijn.
Stel de ouders scheiden dan gaat 60% bij de moeder wonen 10% bij de vader en 30% co-
ouderschap.
Maatschappelijke veranderingen sinds de jaren ’60
De-traditionalisering
-secularisering: afname van van religie/kerk in het dagelijks leven
-individualisering: eigen keuzes voor levensweg
-emancipatie van vrouwen
Stijging van opleidingsniveau: meer en langer onderwijs voor meer mensen. o.a.
Mammoetwet 1968:doorstroom van ene naar andere onderwijstype.
Gevolgen voor het gezin
Mensen maken meer hun eigen keuzes
-vaker samenwonen voor trouwen of ipv trouwen
-vaker echtscheidingen
-minder grote gezinnen
-eerste kind op latere leeftijd, ipv 25 -> 29
-toename deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt
“Van bevelhuishouding naar onderhandelingshuishouding”(vaker tegenkomen in literatuur
en opiniestukken”
Bevelshuishouding, de vader is het hoofd van het gezin, moeder stond daar iets onder
maar ouders waren duidelijk de baas.
Onderhandelingshuishouding, veel
gelijkwaardiger, inbreng en
creativiteit mag nu, ook iets ter
discussie stellen is goed.
1890-1930(tijd voor het
vrouwenstemrecht en leerplicht):kind
heeft steun nodig om te komen tot
zelfbeheersing en deugzaamheid.
“liefdevolle leiding” door ouders,
geduld en begrip en weinig straffen.
Dit kwam door de belangrijkste
adviseurs van de tijd, de arts,
dominee/pastoor
1930-1970(vanaf jaren ’30:opkomst psychologie): vroegkinderlijke ervaringen belangrijk
voor latere ontwikkeling. Kennis over ontwikkelingsfasen wenselijk voor ouders. Risico’s
van “opvoedingsfouten” moesten de ouders zoveel mogelijk verkleinen. Doel:
zelfvertrouwen van het kind . Belangrijkste adviseur is nu de psycholoog.
,1970-heden: extreme toename van ontwikkelingspsychologische kennis. Economische
groei waardoor groei boeken, tijdschriften over opvoeding etc. Iedereen kan
opvoedingsdeskundige zijn.
Boek: Dokter B Spock: Baby-en kinderverzorging
Spock geeft ouders heel veel informatie maar geeft ze evengoed heel veel vertrouwen.
Gebruik je gezonde verstand en dan komt het allemaal wel goed. Doel: zelfontpooiing.
Kind ruimte geven om zichzelf te kunnen vormen door ontwikkeling optimaal stimuleren.
(ook sociaal, spock zegt dat kinderen pas echt zielig zijn als ze geen vrienden hebben)
Ook de gelegenheid bieden om mee te denken\doen; stem te laten horen.(bevel-
onderhandelingshuishouden)
Toch ook veel dingen gelijk gebleven
Nog steeds doen de moeder meer in de dagelijkse opvoeding, een plekje in de
samenleving en de liefdevolle aandacht van ouders.
College 3B over gezinsopvoeding hoofdstuk 7(onderzoek naar opvoeding. 3 verschillende
vragen. Wat willen ouders, hoe ervaren ouders de opvoeding, wat is hun
opvoedingsgedrag):
Wat willen ouders
Op de vraag wat vind u belangrijk in de opvoeding en wat wil u overdragen kwamen 4
oriëntatiedoelen:
-prestatie: iets presteren, iets presteren in het leven
-autonomie: eigen keuzes maken
-conformiteit: je aanpassen(regels, wat wordt er van je verwacht etc)
-sociaal gevoel: oog hebben voor anderen
De rangorde verschilt (o.a.) tussen etnische groepen, opleidingsniveau, wel/niet religieuze
achtergrond…
Bij Nederlandse moeders(nederlandse afkomst) was de rangorde in 1996:
1. Autonomie
2. Sociaal gevoel
3. conformiteit
4. prestatie
Assertiviteit is
er later
bijgevoegd
omdat het toch
een belangrijk
doel is.
Bij
Marokkaanse moeders was deze rangorde precies omgekeerd.
Opvoedingsgedrag
Wat doen ouders? Of wat zeggen ze dat ze doen. Te karakteriseren aan de hand van
componenten(dimensies) van opvoedingsgedrag.
Verschillende combinaties van die dimensies=opvoedingsstijl
Dimensies
1. Steun en betrokkenheid: Tonen van affectie, Adequaat reageren op gevoelsuitingen
van het kind
2. Structuur: Consequent zijn. Regelmaat. Ordelijke omgeving.
3. A Controle->autoritatief: Wijs het kind op regels en leg ze uit, zo moedig je de
zelfstandigheid aan. “Niet slaan, nu doe je het toch en maak je je broertje verdrietig”
, 4. B Controle->autoritair: Afdwingen
van gehoorzaamheid, opleggen
van regels. “Niet slaan want dat
zeg ik”
1. On
ver
sc
hilli
g:
boeit
de ouder niet zoveel
2. Permissief: ouders willen graag vrienden zijn van hun kinderen
3. Autoritair: Bevelhuishouding, geen discussie mogelijk
4. Autoritatief: Duidelijke regels, maar wel duidelijk uitleggen waarom
Meestal is de opvoeding van ouders een combinatie van een paar van deze, kan liggen
aan de situatie en het kind bijvoorbeeld.
College 4. Opvoeding in de westerse cultuur. Tamis en LeMonda