titel 9 boek 2 BW
Jaarrekeninglezen
Bronnen:
- De richtlijnen voor je Jaarverslaggeving, bron maatschappelijke normen
- Jurisprudentie, Ondernemingskamer en HR
- Literatuur
- Verslaggeving praktijk
Buitenwacht: bankier, eigenaar, belastingdienst
Jaarrreservesekening
- Balans
- Winst- en verliesrekening: baten en lasten
- Kasstroom: ontvangsten en uitgaven
De balans is per definitie in evenwicht: wat je aan bezittingen nodig hebt om te ondernemen
staat links = debet (= activa). Hoe je die bezittingen hebt gefinancierd staat rechts = credit (=
passiva).
Dat het in evenwicht is zegt niet dat het betrouwbaar is daarvoor is een accountant
Winst is het groeien van het EV bedrijfsmatig, dus door zaken doen
EV kan afnemen door:
Verlies: meer kosten dan opbrengsten, opnames/onttrekkingen
Vermogensvergelijking
Begin EV + stortingen - onttrekkingen +- winst/verlies = eind EV
Winst- en verliesrekening / resultatenrekening
Opbrengsten / baten
kosten / lasten Art 2:362 lid 5 BW
Opbrengt is bedrijfsmatige toename van het EV
Kosten is bedrijfsmatige afname van het EV
Wel opbrengst / geen ontvangst
Verkoop op rekening, debiteuren
Wel ontvangst / geen opbrengst
De debiteur die betaald, lening van de bank
Wel kosten / geen uitgaven
Afschrijvingen
Wel uitgaven / geen kost
Aflossen van de lening
,Continuïteitsbeginsel: bij het bepalen van de waarde wordt in beginsel uitgegaan van de
continuïteit van de onderneming. Pas als liquidatie in zicht is vervalt deze veronderstelling
en wordt overgegaan op waardering tegen liquidatiewaarden.
Realisatiebeginsel: winsten worden pas genomen als ze zijn verwezenlijkt. Bij bijvoorbeeld
een handelsonderneming is dat het geval als er gepresteerd is en de opbrengst voldoende
zeker kan worden vastgesteld. In de regel is dat het geval als het economisch risico is
overgegaan zoals bij levering van de goederen. Dit is ook het geval volgens de fiscale
jurisprudentie in BNB 1957/208 waar de aflevering het uiterste moment is waar de winst
genomen moet worden, eerder, ten tijde van de verkoopovereenkomst, mag overigens ook.
Matchingbeginsel: de kosten moeten zo veel mogelijk worden toegerekend aan de periode
waarin de opbrengsten waarmee de kosten samenhangen zijn genomen. Afschrijven is een
uitvloeisel van het matchingbeginsel. Ieder gebruiksjaar draagt zijn eigen lasten.
Voorzichtigheidsbeginsel: verliezen worden direct genomen als ze redelijkerwijs zijn te
voorzien en winsten pas als ze daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Ondernemer mag zich niet
rijker rekenen dan hij is. Activa mag niet meer waard zijn dan de werkelijkheid, dan moet de
ondernemer afwaarderen. Voorzieningen onzekere uitgaven, omvang of tijdstip. Bijv garantie
een spaarpot is dan de voorziening om dit te betalen.
Realiteitsbeginsel: in de administratie en de verslaglegging moeten de feiten worden
gevolgd.
Lasten nemen in de periode waaraan ze zijn toe te rekenen:
- Directe kosten: kostprijs levering ten tijde van de levering.
- Indirecte kosten: periode waarin je er ook baat bij hebt gehad.
Afschrijvingen zijn kosten en gaan dus van het ev af, doet niks met kasstromen
Later huren nu betalen bank - vordering +
Vb notaris veel tuchtrechter gevallen dus misschien handig om een voorziening te vormen
voor minder belasting omdat de dan winst lager is. Belastingadviseur vraagt “heb je concrete
claims?" Nee dan niet nodig voorziening, ja dan wel handig om alvast in te dekken.
Voorziening opnemen in balans links verandert niks, rechts voorziening + ev - hierdoor
lagere winst.
Cliënt claimt het precieze bedrag van de voorziening dan verandering balans bank - (of + als
het een lening is) voorziening - uitgaven maar geen kosten want de kosten heb je al eerder
bij het ev afgehaald. Claim lager dan voorziening, dan gaat de hele post voorziening weg en
het restant komt bij het ev op alsnog winst.
Voorziening is een onzekere post, natte vingerwerk daarom strenge regels en goed toezicht.
De Belastingdienst kijkt wel kritisch naar de voorziening of dit bedrag reëel is.
Voorzichtigheidsbeginsel niet rijker rekenen dan je bent.
Voorziening
- Afdwingbare verplichting bijv, garantie
- Kans op uitgave > 50%
- Betrouwbare schatting maken van de omvang
, Cashflow Winst + afschrijvingen
Na verkoop niet alleen winst ook de terugverdiende afschrijvingskosten
Voorraad (activa) omhoog is passiva omlaag
Voorraad (activa) omlaag is passiva omhoog
Vorming voorziening zijn kosten maar geen uitgaven want het gaat van je ev af want minder
winst. Het is geen geld apart houden gebeurt niks met de portemonnee.
Inzichten kasstroomoverzicht
Laat zien hoeveel ruimte er is om schulden te kunnen aflossen en of er ruimte is voor privé
uitgaven.
Rentabiliteit → resultaat/geïnvesteerd vermogen
winst per geïnvesteerde euro ev
Liquiditeit → vlottende activa – kort VV
Vergelijking vlottende activa met kort vv (rekening courant bank, crediteuren)
Solvabiliteit → EV / TV x 100%
hoeveel van het totale vermogen met het ev gefinancierd hier kijkt de bank naar als dit te
laag dan krijg je geen lening meer
Art. 3:15i lid 1 BW, elke onderneming is verplicht om een administratie bij te houden.
Art. 2:10
Art. 2:360 BW rechtspersonen die verplicht zijn om het jaarrekeningenrecht op te stellen.
IFRS
Beursgenoteerde ondernemingen moeten aan deze regels voldoen, de echt grote
ondernemingen. IFRS is een EU verordening verplicht voor geconsolideerde jaarrekening
beursgenoteerde bedrijven. Een bv mag ook kiezen om deze regels toe te passen art. 2:362
lid 8 BW. Een verschil heeft te maken met Goodwill
Rechtspersonen die onder titel 9 van boek 2 vallen, moeten elk jaar een volledig jaarrapport
opstellen en publiceren.
Jaarrekening, binnen 5 maanden na afloop van het boekhoudjaar. Art. 2:101 jo. 2:210 BW
- Enkelvoudige jaarrekening, balans en winst- en verliesrekening + toelichting op beide
- Geconsolideerde jaarrekening, indien verplicht art. 2:361 lid 1 BW
- Bestuursverslag
- Overige gegevens
Balans voorschriften art. 2:364 - 376 BW
Micro en kleine vennootschappen mogen ook kiezen voor 1 jaarrekening art 2:395a.7 /
396.6 BW.
Opmaken jaarrekening → bestuurder
Taak van het bestuur, art. 2:101, lid 1 BW / 2:210, lid 1 BW
Jaarrekening opstellen en ondertekenen
Binnen 5 maanden na afloop boekjaar (te verlengen met max 5 maanden)