Het examen bestaat uit:
Open vragen
Beargumenteren
Inzicht
Concepten/theorieën/begrippen toepassen
Vergelijken
Uitleggen/verklaren
Hoorcolleges
HC 1 – Scheidslijnen in de Nederlandse samenleving
De basishouding pedagoog:
Reflexiviteit: Nadenken over jezelf, eigen opvattingen en
perspectief
Perspectiviteit: Kunnen verplaatsen in positie van een ander
Leer naar je eigen perspectieven en ideeën te kijken, maar weet dat
ideeën van anderen niet per se fout zijn. Cultuursensitivteit of
pedagogische prudentie (=voorzichtigheid).
Kennis en vaardigheden stellen je in staat om keuzes (bijv. interventie) te
maken, maar zij niet alleen maar heilig.
Pedagogische vraagstukken gaan bijv. over ontwikkeling, opgroeien en
beleidsvormen. Deze zijn ingebed in maatschappelijke vraagstukken.
Bijv. kinderrechten.
De vraagstukken zijn dilemma’s zonder een juist antwoord, soms wringen
bepaalde rechten met elkaar (bijv. gesloten jeugdzorg).
Polarisatie: De vorming van tegenstellingen.
Polarisatie heeft invloed op de ontwikkeling/opvoeding van kinderen. Als
pedagoog kan je niet alleen maar redeneren vanuit theorieën, maar moet
je ook weten wat de invloed vraagstukken hebben op je handelen.
Vooral polarisatie in politiek:
Poldermodel: zoeken naar overeenkomsten i.p.v. verschillen.
o Zoeken naar compromis/alternatief wat verbind, ondanks
verschillende opvattingen
Focusing events: Ingrijpende, plotselinge
gebeurtenissen/momenten die zorgen dat een discussie/debat een
grote rol krijgt in de maatschappij.
,We kijken bij polarisatie altijd naar groepen en niet per se individuen.
Onderscheid: Aangetroffen verschil
Scheidslijn: Daar waar groepen tegenover elkaar komen te staan.
3 dimensies van onderscheid Scheidslijn:
Differentiatie: feitelijke verschillen
Identificatie: mate van identificatie met onderscheiden groep
o Tot welke groepen behoor je? Tot welke groepen identificeer
je?
o Hoe heftiger een debat, hoe meer je jezelf ziet als een
representant van een bepaalde groep
o Hoe meer je jezelf definieert als lid van een groep, hoe meer
je je afzet tegen andere groepen.
Representatie: mate van onderscheid/overeenkomsten tussen
groepen gepresenteerd in de media
o Verhulling: onder-representatie.
Verschillen worden niet benoemd Verharding van
bepaalde groepen.
o Correspondentie: Fit tussen representatie en werkelijkheid
o Overdetermenering: over-repesentatie (Zwart-wit
geschetst, wij-tegen-zij).
Verschillen worden overdreven Verharding van
bepaalde groepen.
Hoe hoger het onderscheid tussen groepen op deze dimensies scoort, hoe
groter de kans op een scheidslijn.
(Stel dat het feitelijke verschil van inkomen niet veranderd is, maar het
idee dat de kloof steeds groter is grotere scheidslijn). Dus niet alle
dimensies hoeven even hoog te scoren.
Scheidslijnen zijn de voedingsbodem onder polarisatie.
2 bezwaren op maatschappelijke scheidslijnen:
Principieel bezwaar: uitgaand van bepaald recht(vaardigheid)
o In strijd met ultieme waarden.
o Verlichtingsdenken Rede en kennis centraal, geloof in
vooruitgang
o Verschillende groepen hun gelijkheid en vrijheid in gevaar
Scheidslijnen ongelijkheid
Scheidslijnen beperken vrijheid
Negatieve consequenties: sociale cohesie omlaag en
wantrouwen ontstaat.
o Het land valt uit elkaar.
o Onwenselijke consequenties
, o Wantrouwen conflict
o Meeste geweld wordt gedaan door ‘normale’ mensen die zich
representeren voor een groep.
HC 2 – De inlvoed van polarisatie op de
(identiteits)ontwikkeling van jongeren
Identiteit: Wie ben je, waar kom je vandaan, hoe sta je in het leven?
In de adolescentie ga je vooral nadenken over je identiteit.
Verschillende benaderingen:
Historische benadering: sociale stand en sociale groep
Sociaal-culturele benadering: Zelfdefiniëring De sociaal-
culturele condities (Macro micro) bepalen een groot deel
Contextafhankelijk
Ontwikkelingsgericht: Proces van verschillende fases
(experimenteren) met unieke kenmerken. Doorbouwen op de vorige
fase.
Erik Erikson:
Identiteitsontwikkeling met verschillende fases
o Fases van psychosociale ontwikkeling (vertrouwen vs.
wantrouwen etc.)
Adolescentie- en jongvolwasenheidsfase Wie ben ik en waar hoor
ik bij?
Coherente sociale identiteit: Kerntaak in het leven van elk
individu
o Weet goed wie je bent, waar je voor staat, wat je rol is etc.
o Goede basis voor verdere ontwikkeling
Identiteitsontwikkeling is iets wat integreert je weet niet gelijk wie je
bent.
Verschilt door de tijd heen of in bepaalde contexten.
Contextuele deelidentiteiten: Je rol en identiteit veranderd per situatie
(sociale groep, ideologie, locatie etc.)
Alle aspecten samen maken een integreel geheel van wie je bent.
Identiteitsconflict: Niet goed weten hoe en wie je bent, geen
duidelijk eenzijdig beeld. Risicofactor (depressie, lage
zelfwaardering etc.)
Identiteitscohesie: Goede samenhang van je identiteit.
protectieve factor voor problemen later in het leven (racisme). Kan
ook een coping strategie zijn.
, Meervoudige identiteiten: verschillende dingen maken wei je bent en
vatten we samen. Verschillende rollen die je in verschillende contexten
aanneemt.
Dit vormt je zelfbeeld en eigen identiteit.
Onbewust is iedereen bezig met zich te gedragen a.d.h.v. verwachtingen.
Persoonlijke identiteit (wie je bent) vs. Sociale identiteit (Bij welke
groep je hoort).
Meervoudige culturele identiteiten (bijv. migratieachtergrond of adoptie).
2 strategieën (bewust of onbewust):
Hybrid identity style: Het combineren van verschillende culturele
identiteiten tot een unieke en nieuwe identiteit
Alternating identity style: Afzonderlijk naar voren
brengen/verbergen van verschillende culturele identiteiten,
afhankelijk van de context.
Onderzoek meervoudige identiteit:
Hoe beleven jongeren hun identiteit?
o Zowel verbonden met NL als land van herkomst
Is er conflict of cohesie in meervoudige identiteitsbeleving?
o 30% identiteitsconflict
Welke strategieën worden gebruikt?
o Algemeen: zowel hybrid als alternating Individueel:
voorkeur naar 1
o Zowel bewust als onbewust gebruik
Verschilt per taal en of je thuis bent of niet
Gebruik van verschillende talen
Identificatie met verschillende groepen
Onderzoek mentale gezondheid jongeren met migratieachtergrond vs.
zonder:
Is er een link tussen ervaren discriminatie en mentale gezondheid?
o Ong. zelfde mate van stress
Welke factoren beïnvloeden de mentale gezondheid?
o Meer stress (prestatiedruk of culturele conflicten) meer
mentale gezondheidsklachten
o Discriminatie en racisme Stress
Wat is de impact van discriminatie, racisme en uitsluiting op
jongeren met een migratieachtergrond?
o Jongeren met migratieachtergrond ervaren meer discriminatie
o Meer discriminatie meer mentale gezondheidsklachten
Wat zijn beschermende factoren?
o Sociale steun, geloof en spiritualiteit