Aanneming van werk
Artikel 7:750 BW
aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de
aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om
buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen
en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.
Het gaat hier voornamelijk om aanvullend recht, maar op grond van artikel
7:762 BW is er geen mogelijkheid tot uitsluiting van de verjaringstermijn
van de aansprakelijkheid van verborgen gebreken.
Verplichtingen van de opdrachtgever
De opdrachtgever heeft als hoofdverplichting het feitelijk mogelijk maken
van werk, een prijs betalen voor de uitvoering van dit werk (artikel 7:750
BW) en een meerprijs betalen wanneer er kostenverhogende
omstandigheden bestaan die de aannemer kunnen worden toegerekend
(artikel 7:753 BW). De prijs die betaald moet worden is een redelijke prijs
op grond van artikel 7:752 BW.
Verplichtingen van de aannemer
De aannemer moet een werk van stoffelijke aard tot stand brengen, hierbij
moet hij waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht (artikel 7:754 BW)
en moet hij het werk van stoffelijke aard ook daadwerkelijk opleveren
(artikel 7:758 BW).
Artikel 7:760 BW: de gevolgen van een ondeugdelijke uitvoering van het
werk, die te wijten is aan gebreken of ongeschiktheid van door de
aannemer gebruikte materialen, komen voor de rekening van de
aannemer.
Oplevering
Er wordt bij oplevering onderscheid gemaakt in drie fasen:
1. De aannemer geeft te kennen dat het werk klaar is om opgeleverd
te worden.
2. De opdrachtgever keurt en aanvaard het werk.
3. Na aanvaarding van het werk wordt het als opgeleverd beschouwd.
Niet-nakoming
Op grond van artikel 7:759 BW moet de aannemer in de gelegenheid
worden gesteld om gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen.
Indien het werk niet op tijd of niet behoorlijk wordt opgeleverd en
nakoming is niet meer mogelijk, kan de rechter de overeenkomst ook
ontbinden op grond van artikel 7:756 BW.
Artikel 7:750 BW
aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de
aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om
buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen
en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.
Het gaat hier voornamelijk om aanvullend recht, maar op grond van artikel
7:762 BW is er geen mogelijkheid tot uitsluiting van de verjaringstermijn
van de aansprakelijkheid van verborgen gebreken.
Verplichtingen van de opdrachtgever
De opdrachtgever heeft als hoofdverplichting het feitelijk mogelijk maken
van werk, een prijs betalen voor de uitvoering van dit werk (artikel 7:750
BW) en een meerprijs betalen wanneer er kostenverhogende
omstandigheden bestaan die de aannemer kunnen worden toegerekend
(artikel 7:753 BW). De prijs die betaald moet worden is een redelijke prijs
op grond van artikel 7:752 BW.
Verplichtingen van de aannemer
De aannemer moet een werk van stoffelijke aard tot stand brengen, hierbij
moet hij waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht (artikel 7:754 BW)
en moet hij het werk van stoffelijke aard ook daadwerkelijk opleveren
(artikel 7:758 BW).
Artikel 7:760 BW: de gevolgen van een ondeugdelijke uitvoering van het
werk, die te wijten is aan gebreken of ongeschiktheid van door de
aannemer gebruikte materialen, komen voor de rekening van de
aannemer.
Oplevering
Er wordt bij oplevering onderscheid gemaakt in drie fasen:
1. De aannemer geeft te kennen dat het werk klaar is om opgeleverd
te worden.
2. De opdrachtgever keurt en aanvaard het werk.
3. Na aanvaarding van het werk wordt het als opgeleverd beschouwd.
Niet-nakoming
Op grond van artikel 7:759 BW moet de aannemer in de gelegenheid
worden gesteld om gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen.
Indien het werk niet op tijd of niet behoorlijk wordt opgeleverd en
nakoming is niet meer mogelijk, kan de rechter de overeenkomst ook
ontbinden op grond van artikel 7:756 BW.