1. Familierecht
1.2 Juridisch ouderschap
Het afstammingsrecht regelt de afstamming tussen ouders en kinderen. Het geeft
antwoord op de vraag wie volgens de wet familie van elkaar zijn. In het belang van
het kind.
Moeder door geboorte
Door de geboorte is het altijd zeker wie de moeder is. Dus is dit de juridische moeder
met alle rechten en plichten die daarbij horen. Een draagmoeder wordt beschouwd
als een juridische moeder. Sinds 2019 mag er besloten worden dat de ouders van
het kind op de geboorteakte komen, als dit is goedgekeurd door draagmoeder en
zonder financieel oogpunt betreft.
Ouder van rechtswege
Huwelijksvaderschap = wanneer de vrouw is getrouwd met de man en het kind wordt
geboren is hij de vader. Nu, sinds 2014, ook voor geregistreerd partnerschap.
Wanneer het kind wordt geboren voordat er getrouwd/geregistreerd partnerschap is,
ontstaat geen vaderschap van rechtswege. Dan zal de vader het kind eerst moeten
erkennen. Bij een lesbisch stel ook geregistreerd partnerschap en dan duomoeder.
Het kind moet, afwijkend van het uitgangspunt voor het juridisch vaderschap, zijn
verwekt door kunstmatige inseminatie met behulp van een onbekende donor.
De wet sluit uit dat als twee vrouwen samen een kindje hebben met een bekende
donor de meemoeder van rechtswege moederschap krijgt toegekend. Dus de
meemoeder krijgt het NIET. Omdat de donor op elk moment het kind kan erkennen
en dan moet hij op grond van het beginsel van biologische afstamming eveneens
juridisch ouderschap krijgen. Dat is dan in strijd met het maximale ouderaantal van
twee, wat een kind mag hebben. Daarom mag meemoeder niet gelijk juridisch
ouder/van rechtswege zijn met een bekende donor.
Ouder door erkenning
Erkenning staat los van biologisch vaderschap. Erkenning schept een juridische
relatie tussen de man die het kind erkent en het kind. Erkenning komt tot stand
wanneer de man bij de burgerlijke stand van de gemeente verklaart dat hij het kind
erkent. Dit kan voor de geboorte, meteen erna of (veel) later.
Toestemming van moeder is hier vereist.
Als moeder geen toestemming geeft en de man is de biologische vader kan hij om
vervangende toestemming voor de erkenning vragen. De rechter wijst dit verzoek in
de regel toe: daarbij is het criterium dat het belang van het kind door de erkenning
niet zal worden geschaad en dat erkenning het belang van de moeder bij een
ongestoorde verhouding met haar kind niet zal schaden.
Een spermadonor kan ook erkenning willen, maar dit niet krijgen omdat hij geen
nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind of de moeder.
Moeder kan dus erkenning blokkeren, maar kind van minstens 12 jaar ook.
Maar erkenning is ook uitgesloten:
- Als de jeugdige al twee ouders heeft;
- Als een man vanwege te nauwe verwantschap geen huwelijk met de moeder
mag sluiten, zoals een broer, oom of vader;
- Als de man nog geen 16 jaar is
,Sinds 2014 is er erkenning voor vrouwenparen. Erkenning van het kind door
duomoeder vereist instemming van de geboortemoeder. Weigert geboortemoeder dit,
kan duomoeder naar de rechter stappen. Als dit voor het belang van het kind is, lukt
dit. De route van erkenning bij vrouwenparen is met name in twee gevallen van
belang:
1. Als ze samen een kind krijgen met een bekende donor die geen ouderschap
claimt
2. Als er sprake is van een onbekende donor, maar beide vrouwen (nog) geen
formele relatie hadden op het moment van de geboorte van het kind.
Ouder via gerechtelijke vaststelling
Wat betreft het vaderschap. Dit betreft het omgekeerde van erkenning, omdat het
hierbij (met name) gaat om partners die geen juridisch ouder willen zijn. Bij
vaderschap gaat het hier ook om mannen die overlijden, nog voordat ze het kind
konden erkennen.
Sinds april 2014 een soort vergelijkbare route voor meemoederschap. Dit kan niet uit
verwekkerschap, de wet is daarom zo geformuleerd:
- Het ouderschap van een persoon kan, indien deze is overleden, op de grond
van dat deze verwekker is van het kind of op grond dat deze als levensgezel
van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind
tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld op
verzoek van de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft
bereikt.
Ouderschap via adoptie
De wet om via adoptie juridisch ouder te worden. Hierdoor komen er dus
familierechtelijke relaties tussen opvoeders en kind, maar ook tussen het kind en de
familie van adoptieouders.
Gevolgen van het ouderschap
Afstemmingsrecht is dus familierechtelijke betrekking tussen kind, zijn ouders en
bloedverwanten. Maar ook andere rechtsgevolgen.
Van groot belang is dat juridisch ouders gezag hebben over het kind. Zij mogen hun
kind opvoeden, verzorgen en hebben zeggenschap. Juridisch ouderschap betekent
ook het recht (en plicht) op omgang met het kind.
Daarnaast ook onderhoudsplicht en erfrecht. De ouders zijn verplicht om de kosten
te dragen van de verzorging en opvoeding van hun kind tot het einde van zijn
minderjarigheid. Wat onderwijs betreft, strekt dit uit tot 21 jaar. De kinderen zijn
daarnaast erfgenaam en andersom de ouders ook die van de kinderen.
Het kind krijgt de achternaam. Zo is het met name voor adoptie van belang dat bij
ouders met de Nederlandse nationaliteit hun geadopteerd kind ook de Nederlandse
nationaliteit krijgt. (Dit is sociale zekerheid).
1.3 Adoptie
Verschillende soorten adoptie:
- Adoptie van kinderen binnen Nederlandse grenzen.
- Adoptie waarbij een kind in het buitenland door ouders uit Nederland
geadopteerd wordt
, Voor beide adopties gelden afzonderlijke regels:
Nederlandse adopties moeten aan verschillende voorwaarden doen.
- De adoptie moet in het belang van het kind zijn
- In het adoptieverzoek moet staan dat de biologische ouders geen rol meer
hebben als ouder
- Het kind moet onder de leeftijd van 18 jaar zijn
- Mening van kind boven de 12 jaar moet worden meegenomen
- De rechter kan ook gewicht toekennen aan de mening van een kind onder de
12 jaar (als hij het bijvoorbeeld echt niet wil)
- Grootouders mogen niet het kleinkind(eren) adopteren
Regels voor biologische en adoptieouders:
- Het gaat niet door als biologische ouders afwijzend staan tegenover adoptie;
alleen als het kind wordt mishandeld/verwaarloosd of ze nauwelijks met het
kind in gezinsverband hebben samengeleefd. Dan kan de rechter het door
laten gaan.
- Biologische moeder moet ten minste 16 jaar zijn.
- Adoptieouders moeten minstens 18 jaar ouder zijn dan het kind.
- Er moet iets ‘bewezen’ zijn: De adoptieouders wonen al minstens drie jaar
samen en het kind moet voordat tot adoptie wordt overgegaan minstens een
jaar bij hen thuis wonen en door hen worden verzorgd en opgevoed.
Adoptie over landsgrenzen heen is gebonden aan een omslachtige procedure,
waarbij de belangrijkste regels in het Haags Adoptieverdrag voor interlandelijke
adoptie staan.
Kandidaat adoptieouders dienen een verzoek bij het ministerie van Justitie en
Veiligheid. De Raad van de Kinderbescherming doet onderzoek naar de ouders. Als
dit positief is en ouders aan bovengenoemde voorwaarden voldoen: moeten ze een
verplichte voorlichtingscursus doen over de gevolgen van adoptie. Via een
bemiddelingsbureau op zoek naar een kindje. Dit bureau moet van het Haags
Adoptieverdrag gegevens over de afkomst en achtergrond van het buitenlandse
adoptiekind vergaren. De vergunnerhouder houdt de autoriteiten van het kind van
herkomst op de hoogte tijdens de procedure én na drie jaar zorg en opvoeding van
het kind.
1.4 Minderjarigheid
Er wordt gelet op de kinderlijke ontwikkeling. Evolving capacities of the child.
Het jeugdrecht stelt leeftijdsgrenzen onafhankelijk van de persoonlijke ontwikkeling
van de jeugdige. Maar het probeert tegelijkertijd met name door het vastleggen van
meerdere leeftijdsgrenzen toch zo veel mogelijk rekening te houden met een
dynamisch kindbeeld.
Onderscheid in twee ontwikkelingsstadia:
Kinderen die bijvoorbeeld worden verdacht van strafbare feiten kunnen in Nederland
niet worden vervolgd zolang ze jonger dan 12 jaar zijn, voor 12-18-jarigen geldt een
apart jeugdstrafrecht en pas vanaf 18 jaar is in principe het gewone strafrecht van
toepassing. Zo moeten kinderen van 12 jaar en ouder in de gelegenheid worden
gesteld hun mening kenbaar maken.
De Nederlandse wet stelt dat voor schade toegebracht door kinderen jonger dan 14
jaar hun ouders aansprakelijk zijn. Dit staat bekend als ‘risicoaansprakelijkheid’. Bij
14-15-jarigen ligt de verantwoordelijkheid minder eenzijdig. Ze zijn aansprakelijk,
behalve als ze kunnen aantonen dat hun niet kan worden verweten dat zij de
1.2 Juridisch ouderschap
Het afstammingsrecht regelt de afstamming tussen ouders en kinderen. Het geeft
antwoord op de vraag wie volgens de wet familie van elkaar zijn. In het belang van
het kind.
Moeder door geboorte
Door de geboorte is het altijd zeker wie de moeder is. Dus is dit de juridische moeder
met alle rechten en plichten die daarbij horen. Een draagmoeder wordt beschouwd
als een juridische moeder. Sinds 2019 mag er besloten worden dat de ouders van
het kind op de geboorteakte komen, als dit is goedgekeurd door draagmoeder en
zonder financieel oogpunt betreft.
Ouder van rechtswege
Huwelijksvaderschap = wanneer de vrouw is getrouwd met de man en het kind wordt
geboren is hij de vader. Nu, sinds 2014, ook voor geregistreerd partnerschap.
Wanneer het kind wordt geboren voordat er getrouwd/geregistreerd partnerschap is,
ontstaat geen vaderschap van rechtswege. Dan zal de vader het kind eerst moeten
erkennen. Bij een lesbisch stel ook geregistreerd partnerschap en dan duomoeder.
Het kind moet, afwijkend van het uitgangspunt voor het juridisch vaderschap, zijn
verwekt door kunstmatige inseminatie met behulp van een onbekende donor.
De wet sluit uit dat als twee vrouwen samen een kindje hebben met een bekende
donor de meemoeder van rechtswege moederschap krijgt toegekend. Dus de
meemoeder krijgt het NIET. Omdat de donor op elk moment het kind kan erkennen
en dan moet hij op grond van het beginsel van biologische afstamming eveneens
juridisch ouderschap krijgen. Dat is dan in strijd met het maximale ouderaantal van
twee, wat een kind mag hebben. Daarom mag meemoeder niet gelijk juridisch
ouder/van rechtswege zijn met een bekende donor.
Ouder door erkenning
Erkenning staat los van biologisch vaderschap. Erkenning schept een juridische
relatie tussen de man die het kind erkent en het kind. Erkenning komt tot stand
wanneer de man bij de burgerlijke stand van de gemeente verklaart dat hij het kind
erkent. Dit kan voor de geboorte, meteen erna of (veel) later.
Toestemming van moeder is hier vereist.
Als moeder geen toestemming geeft en de man is de biologische vader kan hij om
vervangende toestemming voor de erkenning vragen. De rechter wijst dit verzoek in
de regel toe: daarbij is het criterium dat het belang van het kind door de erkenning
niet zal worden geschaad en dat erkenning het belang van de moeder bij een
ongestoorde verhouding met haar kind niet zal schaden.
Een spermadonor kan ook erkenning willen, maar dit niet krijgen omdat hij geen
nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind of de moeder.
Moeder kan dus erkenning blokkeren, maar kind van minstens 12 jaar ook.
Maar erkenning is ook uitgesloten:
- Als de jeugdige al twee ouders heeft;
- Als een man vanwege te nauwe verwantschap geen huwelijk met de moeder
mag sluiten, zoals een broer, oom of vader;
- Als de man nog geen 16 jaar is
,Sinds 2014 is er erkenning voor vrouwenparen. Erkenning van het kind door
duomoeder vereist instemming van de geboortemoeder. Weigert geboortemoeder dit,
kan duomoeder naar de rechter stappen. Als dit voor het belang van het kind is, lukt
dit. De route van erkenning bij vrouwenparen is met name in twee gevallen van
belang:
1. Als ze samen een kind krijgen met een bekende donor die geen ouderschap
claimt
2. Als er sprake is van een onbekende donor, maar beide vrouwen (nog) geen
formele relatie hadden op het moment van de geboorte van het kind.
Ouder via gerechtelijke vaststelling
Wat betreft het vaderschap. Dit betreft het omgekeerde van erkenning, omdat het
hierbij (met name) gaat om partners die geen juridisch ouder willen zijn. Bij
vaderschap gaat het hier ook om mannen die overlijden, nog voordat ze het kind
konden erkennen.
Sinds april 2014 een soort vergelijkbare route voor meemoederschap. Dit kan niet uit
verwekkerschap, de wet is daarom zo geformuleerd:
- Het ouderschap van een persoon kan, indien deze is overleden, op de grond
van dat deze verwekker is van het kind of op grond dat deze als levensgezel
van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind
tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld op
verzoek van de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft
bereikt.
Ouderschap via adoptie
De wet om via adoptie juridisch ouder te worden. Hierdoor komen er dus
familierechtelijke relaties tussen opvoeders en kind, maar ook tussen het kind en de
familie van adoptieouders.
Gevolgen van het ouderschap
Afstemmingsrecht is dus familierechtelijke betrekking tussen kind, zijn ouders en
bloedverwanten. Maar ook andere rechtsgevolgen.
Van groot belang is dat juridisch ouders gezag hebben over het kind. Zij mogen hun
kind opvoeden, verzorgen en hebben zeggenschap. Juridisch ouderschap betekent
ook het recht (en plicht) op omgang met het kind.
Daarnaast ook onderhoudsplicht en erfrecht. De ouders zijn verplicht om de kosten
te dragen van de verzorging en opvoeding van hun kind tot het einde van zijn
minderjarigheid. Wat onderwijs betreft, strekt dit uit tot 21 jaar. De kinderen zijn
daarnaast erfgenaam en andersom de ouders ook die van de kinderen.
Het kind krijgt de achternaam. Zo is het met name voor adoptie van belang dat bij
ouders met de Nederlandse nationaliteit hun geadopteerd kind ook de Nederlandse
nationaliteit krijgt. (Dit is sociale zekerheid).
1.3 Adoptie
Verschillende soorten adoptie:
- Adoptie van kinderen binnen Nederlandse grenzen.
- Adoptie waarbij een kind in het buitenland door ouders uit Nederland
geadopteerd wordt
, Voor beide adopties gelden afzonderlijke regels:
Nederlandse adopties moeten aan verschillende voorwaarden doen.
- De adoptie moet in het belang van het kind zijn
- In het adoptieverzoek moet staan dat de biologische ouders geen rol meer
hebben als ouder
- Het kind moet onder de leeftijd van 18 jaar zijn
- Mening van kind boven de 12 jaar moet worden meegenomen
- De rechter kan ook gewicht toekennen aan de mening van een kind onder de
12 jaar (als hij het bijvoorbeeld echt niet wil)
- Grootouders mogen niet het kleinkind(eren) adopteren
Regels voor biologische en adoptieouders:
- Het gaat niet door als biologische ouders afwijzend staan tegenover adoptie;
alleen als het kind wordt mishandeld/verwaarloosd of ze nauwelijks met het
kind in gezinsverband hebben samengeleefd. Dan kan de rechter het door
laten gaan.
- Biologische moeder moet ten minste 16 jaar zijn.
- Adoptieouders moeten minstens 18 jaar ouder zijn dan het kind.
- Er moet iets ‘bewezen’ zijn: De adoptieouders wonen al minstens drie jaar
samen en het kind moet voordat tot adoptie wordt overgegaan minstens een
jaar bij hen thuis wonen en door hen worden verzorgd en opgevoed.
Adoptie over landsgrenzen heen is gebonden aan een omslachtige procedure,
waarbij de belangrijkste regels in het Haags Adoptieverdrag voor interlandelijke
adoptie staan.
Kandidaat adoptieouders dienen een verzoek bij het ministerie van Justitie en
Veiligheid. De Raad van de Kinderbescherming doet onderzoek naar de ouders. Als
dit positief is en ouders aan bovengenoemde voorwaarden voldoen: moeten ze een
verplichte voorlichtingscursus doen over de gevolgen van adoptie. Via een
bemiddelingsbureau op zoek naar een kindje. Dit bureau moet van het Haags
Adoptieverdrag gegevens over de afkomst en achtergrond van het buitenlandse
adoptiekind vergaren. De vergunnerhouder houdt de autoriteiten van het kind van
herkomst op de hoogte tijdens de procedure én na drie jaar zorg en opvoeding van
het kind.
1.4 Minderjarigheid
Er wordt gelet op de kinderlijke ontwikkeling. Evolving capacities of the child.
Het jeugdrecht stelt leeftijdsgrenzen onafhankelijk van de persoonlijke ontwikkeling
van de jeugdige. Maar het probeert tegelijkertijd met name door het vastleggen van
meerdere leeftijdsgrenzen toch zo veel mogelijk rekening te houden met een
dynamisch kindbeeld.
Onderscheid in twee ontwikkelingsstadia:
Kinderen die bijvoorbeeld worden verdacht van strafbare feiten kunnen in Nederland
niet worden vervolgd zolang ze jonger dan 12 jaar zijn, voor 12-18-jarigen geldt een
apart jeugdstrafrecht en pas vanaf 18 jaar is in principe het gewone strafrecht van
toepassing. Zo moeten kinderen van 12 jaar en ouder in de gelegenheid worden
gesteld hun mening kenbaar maken.
De Nederlandse wet stelt dat voor schade toegebracht door kinderen jonger dan 14
jaar hun ouders aansprakelijk zijn. Dit staat bekend als ‘risicoaansprakelijkheid’. Bij
14-15-jarigen ligt de verantwoordelijkheid minder eenzijdig. Ze zijn aansprakelijk,
behalve als ze kunnen aantonen dat hun niet kan worden verweten dat zij de