Samenvatting hbov04 veevoeding
Les 2: weende analyse
In een voedermiddel vindt men bij Weende-analyse 7% stikstof (N)
• Bereken het gehalte aan ruweiwit.
• Het eiwit in koemelk bevat gemiddeld 15,7 % N. Bereken de eiwitfactor
voor melkeiwit.
2. In 250 gram voedermiddel vindt men 10 gram ras, 40 gram vocht, 10
gram rvet , 20 gram rc en 4,2 gram stikstof.
Bereken :
• het % drogestof
• het % re in het voedermiddel
• het % re in de ds.
• Het % ok in het voedermiddel
VEM (Voeder Eenheid Melk):
• Opgebouwd uit: verteerbaar ruw eiwit, verteerbaar organische stof, verteerbare ruwe celstof,
verteerbaar ruw vet en verteerbare koolhydraten (suiker, zetmeel, overige koolhydraten)
• het is een kengetal voor de hoeveelheid netto energie in het rantsoen (BVMN)
• Vergelijkings’index’ tussen voedermiddelen
• Gemiddelde koe heeft 460 VEM nodig voor iedere kg melk (625 kg / 25 kg meetmelk)
1000 VEM is de energiewaarde van 1 kg gestandaardiseerde gerst
berekend aan de hand van het niveau aan:
• verteerbaar ruw eiwit,
• verteerbaar organische stof,
• verteerbare ruwe celstof,
• verteerbaar ruw vet en
• verteerbare koolhydraten (suiker, zetmeel, overige koolhydraten)
,In de celwanden van gras zit: lignine, hemicellulose en cellulose en pectine
Les 3: goede ruwvoerkuil maken
Ruwvoerteelt voor structuur: meten ruwe celstof of NDF
Weende-analyse:
- Koolhydraten = Ruwe Celstof (RC)+ Overige Koolhydraten (OK)
- waarbij OK = suikers + opslagkoolhydraten zoals zetmelen, pectines enz.
, Van Soest-methode:
- geen RC als maar voor vezels/structuur, maar NDF – ADF – Lignine (ADL)
- NDF = Neutral Detergent Fiber – in pH-Neutrale omgeving alle vezeldelen bepalen
- ADF = Acid detergent fiber – in zure (Acid) omgeving ‘stevige’ celstof te bepalen
ADL = Lignine – In sterk zure omgeving is alleen houtstof Lignine overgebleven
- NDF-ADF= ‘Hemicellulose’
- ADF-ADL= ‘Cellulose
Assimilatie: Fotosynthese → suikervorming
Dissimilatie: Ademhaling/’Verbranding’ van suikers
Veel NO3 en NH4 beschikbaar geeft eiwitvorming in de plant (mits voldoende temperatuur)
Koolhydraten zijn bouwstenen en geven energie
Inkuilproces:
- Bacterie groei wordt geremd door zuren en zouten. Zuren en zouten geven vocht een hoge
osmotische waarde, dit remt bacterieen met vermenigvuldigen.
- Je geeft een daling van de ph om een hoge osmotische waarde te krijgen
- Voorheen: Zuur toevoegen en/of zouten (Huidig: Broeiremmers in Voermengsels)
- Later: Melasse toevoegen om melkzuurvorming aan te jagen
- Huidig: Specifieke bacteriemengsels toevoegen die snelle pH-dalingen geven door hun zuren
Les 2: weende analyse
In een voedermiddel vindt men bij Weende-analyse 7% stikstof (N)
• Bereken het gehalte aan ruweiwit.
• Het eiwit in koemelk bevat gemiddeld 15,7 % N. Bereken de eiwitfactor
voor melkeiwit.
2. In 250 gram voedermiddel vindt men 10 gram ras, 40 gram vocht, 10
gram rvet , 20 gram rc en 4,2 gram stikstof.
Bereken :
• het % drogestof
• het % re in het voedermiddel
• het % re in de ds.
• Het % ok in het voedermiddel
VEM (Voeder Eenheid Melk):
• Opgebouwd uit: verteerbaar ruw eiwit, verteerbaar organische stof, verteerbare ruwe celstof,
verteerbaar ruw vet en verteerbare koolhydraten (suiker, zetmeel, overige koolhydraten)
• het is een kengetal voor de hoeveelheid netto energie in het rantsoen (BVMN)
• Vergelijkings’index’ tussen voedermiddelen
• Gemiddelde koe heeft 460 VEM nodig voor iedere kg melk (625 kg / 25 kg meetmelk)
1000 VEM is de energiewaarde van 1 kg gestandaardiseerde gerst
berekend aan de hand van het niveau aan:
• verteerbaar ruw eiwit,
• verteerbaar organische stof,
• verteerbare ruwe celstof,
• verteerbaar ruw vet en
• verteerbare koolhydraten (suiker, zetmeel, overige koolhydraten)
,In de celwanden van gras zit: lignine, hemicellulose en cellulose en pectine
Les 3: goede ruwvoerkuil maken
Ruwvoerteelt voor structuur: meten ruwe celstof of NDF
Weende-analyse:
- Koolhydraten = Ruwe Celstof (RC)+ Overige Koolhydraten (OK)
- waarbij OK = suikers + opslagkoolhydraten zoals zetmelen, pectines enz.
, Van Soest-methode:
- geen RC als maar voor vezels/structuur, maar NDF – ADF – Lignine (ADL)
- NDF = Neutral Detergent Fiber – in pH-Neutrale omgeving alle vezeldelen bepalen
- ADF = Acid detergent fiber – in zure (Acid) omgeving ‘stevige’ celstof te bepalen
ADL = Lignine – In sterk zure omgeving is alleen houtstof Lignine overgebleven
- NDF-ADF= ‘Hemicellulose’
- ADF-ADL= ‘Cellulose
Assimilatie: Fotosynthese → suikervorming
Dissimilatie: Ademhaling/’Verbranding’ van suikers
Veel NO3 en NH4 beschikbaar geeft eiwitvorming in de plant (mits voldoende temperatuur)
Koolhydraten zijn bouwstenen en geven energie
Inkuilproces:
- Bacterie groei wordt geremd door zuren en zouten. Zuren en zouten geven vocht een hoge
osmotische waarde, dit remt bacterieen met vermenigvuldigen.
- Je geeft een daling van de ph om een hoge osmotische waarde te krijgen
- Voorheen: Zuur toevoegen en/of zouten (Huidig: Broeiremmers in Voermengsels)
- Later: Melasse toevoegen om melkzuurvorming aan te jagen
- Huidig: Specifieke bacteriemengsels toevoegen die snelle pH-dalingen geven door hun zuren