1. Aanbodregulering: Kostenbeheersing: reguleren van het aanbod de wet
ziekenhuisvoorziening zette een rem op het bouwen van instellingen. Normen voor aantal
bedden afgestemd op inwonertal regio en maximum aan bouwkosten. wet die vesting van
voorzieningen en beroepsbeoefenaren moest regelen Wet Tarieven Gezondheidszorg, op
grond waarvan tarieven werden vastgesteld
2. Aanvullend verzekeringspakket: de zorgverzekeraar concurreert onder meer via aanvullende
pakketten en de zorgverzekeraar levert in natura of betaalt de kosten terug (restitutie) de
zorgverzekeraar bepaalt de inhoud en de prijs, mag mensen weigeren voor een aanvullend
pakket of hogere premie vragen. Zorg in natura: je krijgt geen rekening, maar de
zorgverzekeraar levert jou zorg, alleen zorg van gecontracteerde instellingen of
professionals. Restitutie: vrije keuze, je krijgt zorg, de rekening, betaald die en daarna krijg je
geld terug.
3. Academisch ziekenhuis: in de 3e lijn, leveren basiszorg en topklinische zorg voor de regio en
topreferente zorg voor een groot deel van Nederland. Topreferente zorg: diagnosticeren en
behandelen van zeldzame of zeer complexe aandoeningen. De overheid kan bepalen hoeveel
en welke instellingen bijzondere medische verrichtingen mogen uitvoeren waarvoor een
vergunning nodig is.
4. Acceptatieplicht: iedereen moet zich verzekeren en de verzekeraar is verplicht iedereen te
accepteren voor het basispakket.
5. Algemeen ziekenhuis: leveren vooral (medisch-specialistische) basiszorg en bepaalde
vormen van topklinische zorg. Topklinische zorg is zorg met geavanceerde apparatuur,
speciale voorzieningen of specifieke expertise.
6. AWBZ: de AWBZ regelt de ‘niet-verzekerbare’ zorg via een volksverzekering. Mensen
betalen via de premie volksverzekering aan de AWBZ. De AWBZ vergoedt de kosten van
functies en diensten. De AWBZ omvat verschillende elementen die de marktwerking buiten
de instellingen vergroten en daardoor vraag gestuurde zorg bevorderen: Persoonsgebonden
budget, betaling op grond van verleende zorg binnen een geïndiceerd zorgzwaartepakket
(ZZP). Zorginstellingen zijn sinds 2008 verplicht om in samenspraak met de cliënten een zorg-
leefplan op te stellen. Daarin leggen cliënten en zorgverlener vast hoe het zorgzwaartepakket
wordt ingevuld. Er wordt afgesproken welke zorg de cliënt krijgt.
7. Alternatieve geneeswijzen: een verzamelnaam voor geneeswijzen die niet in de universitaire
opleiding tot arts worden gedoceerd. Complementaire geneeswijzen: naast de reguliere zorg.
8. Ambulante hulpverlening: ambulante zorg is relatief weinig intensieve zorg, wordt geboden aan mensen met
psychische stoornissen en ernstige sociale problemen. Na intake een behandelplan. Behandeling is inzicht gevend
of klachtgericht. Soms ook een systeembenadering: gezin of relatie intensief betrokken bij behandeling.
9. Apotheker: heeft meer contact met de voorschrijvers dan met de patiënten. In een apotheek
werken apothekers of apothekersassistenten. De apotheker werkt vaak achter de schermen.
Taken: inkoop en levering geneesmiddelen, bewaking verstrekking en medicatiegebruik door
patiënten in combinatie met eventueel andere medicatie, informatie en adviezen geven aan
patiënten en artsen en bevorderen therapietrouw. Apotheker speelt een rol in
medicatiebewaking en het voorschrijfgedrag van artsen.
10. Arbeidsomstandigheden wet: werkgevers zijn verplicht om een arbo- en verzuimbeleid te
voeren. De Arbowet geven werkgevers de verantwoordelijkheid om de gezondheid van
werknemers te beschermen tegen gezondheidsschade en gezondheidsproblemen ten
gevolge van werk of werkomstandigheden en (blijvende) ziekte te voorkomen. Zij moeten
daartoe een Arbo en verzuimbeleid voeren.
ziekenhuisvoorziening zette een rem op het bouwen van instellingen. Normen voor aantal
bedden afgestemd op inwonertal regio en maximum aan bouwkosten. wet die vesting van
voorzieningen en beroepsbeoefenaren moest regelen Wet Tarieven Gezondheidszorg, op
grond waarvan tarieven werden vastgesteld
2. Aanvullend verzekeringspakket: de zorgverzekeraar concurreert onder meer via aanvullende
pakketten en de zorgverzekeraar levert in natura of betaalt de kosten terug (restitutie) de
zorgverzekeraar bepaalt de inhoud en de prijs, mag mensen weigeren voor een aanvullend
pakket of hogere premie vragen. Zorg in natura: je krijgt geen rekening, maar de
zorgverzekeraar levert jou zorg, alleen zorg van gecontracteerde instellingen of
professionals. Restitutie: vrije keuze, je krijgt zorg, de rekening, betaald die en daarna krijg je
geld terug.
3. Academisch ziekenhuis: in de 3e lijn, leveren basiszorg en topklinische zorg voor de regio en
topreferente zorg voor een groot deel van Nederland. Topreferente zorg: diagnosticeren en
behandelen van zeldzame of zeer complexe aandoeningen. De overheid kan bepalen hoeveel
en welke instellingen bijzondere medische verrichtingen mogen uitvoeren waarvoor een
vergunning nodig is.
4. Acceptatieplicht: iedereen moet zich verzekeren en de verzekeraar is verplicht iedereen te
accepteren voor het basispakket.
5. Algemeen ziekenhuis: leveren vooral (medisch-specialistische) basiszorg en bepaalde
vormen van topklinische zorg. Topklinische zorg is zorg met geavanceerde apparatuur,
speciale voorzieningen of specifieke expertise.
6. AWBZ: de AWBZ regelt de ‘niet-verzekerbare’ zorg via een volksverzekering. Mensen
betalen via de premie volksverzekering aan de AWBZ. De AWBZ vergoedt de kosten van
functies en diensten. De AWBZ omvat verschillende elementen die de marktwerking buiten
de instellingen vergroten en daardoor vraag gestuurde zorg bevorderen: Persoonsgebonden
budget, betaling op grond van verleende zorg binnen een geïndiceerd zorgzwaartepakket
(ZZP). Zorginstellingen zijn sinds 2008 verplicht om in samenspraak met de cliënten een zorg-
leefplan op te stellen. Daarin leggen cliënten en zorgverlener vast hoe het zorgzwaartepakket
wordt ingevuld. Er wordt afgesproken welke zorg de cliënt krijgt.
7. Alternatieve geneeswijzen: een verzamelnaam voor geneeswijzen die niet in de universitaire
opleiding tot arts worden gedoceerd. Complementaire geneeswijzen: naast de reguliere zorg.
8. Ambulante hulpverlening: ambulante zorg is relatief weinig intensieve zorg, wordt geboden aan mensen met
psychische stoornissen en ernstige sociale problemen. Na intake een behandelplan. Behandeling is inzicht gevend
of klachtgericht. Soms ook een systeembenadering: gezin of relatie intensief betrokken bij behandeling.
9. Apotheker: heeft meer contact met de voorschrijvers dan met de patiënten. In een apotheek
werken apothekers of apothekersassistenten. De apotheker werkt vaak achter de schermen.
Taken: inkoop en levering geneesmiddelen, bewaking verstrekking en medicatiegebruik door
patiënten in combinatie met eventueel andere medicatie, informatie en adviezen geven aan
patiënten en artsen en bevorderen therapietrouw. Apotheker speelt een rol in
medicatiebewaking en het voorschrijfgedrag van artsen.
10. Arbeidsomstandigheden wet: werkgevers zijn verplicht om een arbo- en verzuimbeleid te
voeren. De Arbowet geven werkgevers de verantwoordelijkheid om de gezondheid van
werknemers te beschermen tegen gezondheidsschade en gezondheidsproblemen ten
gevolge van werk of werkomstandigheden en (blijvende) ziekte te voorkomen. Zij moeten
daartoe een Arbo en verzuimbeleid voeren.