Week 1
1.1 de termen anatomie, fysiologie en functionele anatomie uit kan leggen
- Anatomie is de ontleedkunde van het lichaam, bouw bestuderen
- Fysiologie is de wetenschap van het functioneren van een levend organisme
- Fysiologische gegevens: bloeddruk, ademfrequentie, samenstelling urine, etc.
- Functionele anatomie behandelt de bouw van het menselijk lichaam in directe
relatie met de lichaamsfuncties, (je hand is zo gebouwd dat hij functioneert als
grijpinstrument.)
- Regulatie is aansturing
1.2 de anatomische houding kan beschrijven
- Anatomische houding:
• Persoon staat rechtop
• Hoofd rechtop
• Ogen open
• Armen gestrekt naast het lichaam
• Handpalmen naar voren
• Voeten iets gespreid
1.3 de medische terminologie van de lichaamsvlakken, doorsneden, plaats- en richting
aanduidingen kan toepassen (bij eenvoudige voorbeelden)
Lichaamsvlakken:
,- Lumen: Opening, gat. De holte die door de buisvormige organen omsloten wordt.
- Longitudinale doorsnede: Lengtedoorsnede
- Plaatsaanduidingen:
,
, 1.4 de betekenis van flexie, extensie, exo- en endorotatie kan uitleggen
- Flexie: Buigen
- Extensie: Strekken
- Exorotatie: Naar buiten draaien
- Endorotatie: Naar binnen draaien
Richtingsaanduidingen: