Samenvatting (lessen+boek)
Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek-Deel 1
Prof. Eva Van den Bussche
2023/2024 - 2024/2025
Selin Özkan
, 2
Les 2:
1.1 Niet-wetenschappelijke methoden
Niet-kritische technieken, nuttig voor het snel beantwoorden van vragen die geen belangrijke consequenties hebben indien
een fout antwoord geaccepteerd wordt:
Vasthoudendheid (tenacity)
We accepteren informatie als waar, omdat het altijd al zo geweest is of omdat bijgeloof de informatie
ondersteunt
• Gebaseerd op gewoonte of bijgeloof
• We geloven iets omdat we het altijd al geloofd hebben, clichés (e.g., “tegengestelden trekken
elkaar aan”)
MAAR: info kan foutief zijn en het corrigeren is zeer moeilijk
Intuïtie
We accepteren informatie als waar, omdat dit “juist aanvoelt” gebaseerd op buikgevoel, voorgevoel
of instinct
• Snelle manier om vragen te beantwoorden, vaak gebruikt als we over geen enkele info
beschikken
• Ethische vraagstukken of morele dilemma’s worden vaak opgelost met de methode van
intuïtie
MAAR: geen enkele manier om accurate en foutieve info te onderscheiden
Autoriteit
We accepteren informatie als waar, omdat de informatie afkomstig is van een expert rond dat
onderwerp
• Gebaseerd op vertrouwen in een autoriteit, expert
• Omvat ook de methode van geloof: blind vertrouwen in een autoriteitsfiguur waardoor we
diens info accepteren zonder twijfel of toetsing
MAAR: levert niet altijd accurate info op: experts kunnen gebiast zijn, info kan een subjectieve opinie
reflecteren, expertise wordt gegeneraliseerd naar andere domeinen, de expertise wordt niet in vraag
gesteld, expert is niet echt een expert (denk aan Ronaldo die reclame maakt)
Stellen meer eisen aan de info en antwoorden die ze produceren. Cruciale componenten van de wetenschappelijke
methode:
Rationalisme
Antwoorden zoeken door logisch te redeneren
• We vertrekken van een set gekende feiten of assumpties (= premissen) en gebruiken logica
om tot een conclusie of antwoord te komen
• Antwoorden zoeken door logisch te redeneren
Selin Özkan
, 3
• We vertrekken van een set gekende feiten of assumpties (= premissen) en gebruiken logica
om tot een conclusie of antwoord te komen
• Vaak gebruikt om alternatieven logisch af te wegen, zonder alle mogelijkheden ook
daadwerkelijk uit te proberen
Empirie
Antwoorden zoeken door directe observatie of directe sensorische ervaring
• “Alle kennis wordt verworven door de zintuigen”
• E.g., “in de zomer is het warmer dan in de winter”
MAAR: Onze waarneming en interpretatie van de wereld rond ons zijn niet altijd correct
Sensorische ervaring kan ons misleiden (e.g., visuele illusies)
Invloed van voorkennis, verwachtingen, gevoelens, overtuigingen op perceptie
Kost tijd: met de empirische methode ga je bij een probleem verschillende
oplossingen uitproberen ( rationele methode) = trial-and-error (kan gevaarlijk
zijn)
1.2 Wetenschappelijke Methoden
Manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd worden en er vervolgens
systematisch naar antwoorden gezocht wordt
Stap 1: OBSERVATIE van gedrag of andere fenomenen
Vaak worden de observaties gegeneraliseerd inductie: op basis van enkele observaties wordt een
algemene conclusie bereikt
Stap 2: HYPOTHESES vormen
Selecteer één van de mogelijke verklaringen voor de
observatie die je gaat evalueren in een
wetenschappelijke studie = HYPOTHESE
• Bevat een beschrijving/verklaring van een relatie
tussen variabelen
• Andere mogelijke verklaringen worden niet
ontkend, maar (voorlopig) niet opgenomen
• Geen definitieve verklaring, maar een mogelijke, voorlopige verklaring die getest en kritisch
geëvalueerd moet worden
Stap 3: PREDICTIES vormen
Hypothese toepassen op een specifieke, observeerbare situatie, elke predictie verwijst naar een
specifieke situatie/gebeurtenis die kan gemeten en geobserveerd worden
• Predicties moeten toetsbaar zijn: het moet mogelijk zijn om de predictie te ondersteunen of
weerleggen obv observaties
Selin Özkan
, 4
• We vormen predicties op basis van deductie: op basis van een algemene stelling bereiken we
conclusies over specifieke voorbeelden
Hypothese vb: vloeken is een gebruikelijke reactie op pijn omdat het vloeken de ervaring van pijn
wijzigt en de ervaren intensiteit van de pijn vermindert
-Predictie 1: participanten zouden minder responsief moeten zijn voor pijn wanneer ze vloeken dan
wanneer ze niet vloeken
-Predictie 2: participanten zouden een verhoogde pijntolerantie moeten hebben wanneer ze vloeken
dan wanneer ze niet vloeken
Stap 4: EVALUEER de predictie o.b.v. systematische, geplande observatie (empirische methode)
• Hier vindt het eigenlijke onderzoek of dataverzameling plaats
• Doel = faire en niet-gebiaste test van de onderzoekshypothese door te observeren of de
predictie correct is
Stap 5: Gebruik de observaties om de hypothese te ONDERSTEUNEN, WEERLEGGEN of
HERSPECIFIËREN
• Vergelijk observaties met predicties gebaseerd op hypothese
• vb: sommige participanten vertoonden inderdaad een langere pijn tolerantie
wanneer ze vloekten, maar sommigen vertoonden dit niet andere variabelen
moeten in rekening gebracht worden (persoonlijkheid, neiging tot vloeken, etc.)
Drie belangrijke principes van de wetenschappelijke methode:
1. Wetenschap is empirisch: we zoeken antwoorden obv gestructureerde en
systematische observaties
Observaties zijn zo gestructureerd dat ze duidelijke ondersteuning of
weerlegging van de hypothese bieden
Observaties zijn systematisch in de zin dat ze uitgevoerd worden in een set
van condities zodat we onze vraag accuraat kunnen beantwoorden
2. Wetenschap is openbaar
Anderen moeten exact hetzelfde stap-voor-stap proces kunnen herhalen =
replicatie
Verzekert verifieerbaarheid van observaties
3. Wetenschap is objectief
De overtuigingen en biases van de onderzoeker mogen geen invloed hebben
op de resultaten van de studie
Soms gebruiken we daarom blinde procedures, waarbij de onderzoekers die
de observaties verzamelen blind zijn voor de details van de studie
Selin Özkan