🟦 Belangrijke Begrippen & Definities
Robot – Kunstmatig apparaat dat zijn omgeving waarneemt en er doelgericht in handelt.
Autonomie – Vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen en te handelen zonder directe
menselijke controle.
Sensoren en Effectors – Sensoren nemen prikkels waar; effectors (motoren, grijpers) voeren acties
uit.
Embedded Intelligence – Intelligentie die ingebed is in een fysiek systeem dat leert en handelt in de
echte wereld.
Embodied Cognition / AI – Intelligentie ontstaat uit de interactie tussen lichaam, brein en omgeving;
denken is belichaamd handelen.
Intelligent Agent (IA) – Autonoom systeem dat waarneemt, leert, redeneert en doelgericht reageert.
Agency – Vermogen tot doelgericht handelen.
Experience – Vermogen tot voelen of ervaren (pijn, plezier, emoties).
Socialness – De mate waarin een entiteit als sociaal of intentioneel wordt gezien.
Anthropomorfisme – Menselijke eigenschappen toeschrijven aan niet-menselijke wezens of
systemen.
Dehumanisatie – Mensen als minder menselijk behandelen of waarnemen.
Theory of Mind (ToM) – Vermogen om intenties, overtuigingen en gevoelens van anderen te
begrijpen.
‘Like Me’-hypothese – We ervaren iets als sociaal wanneer het lijkt op onszelf in gedrag of intentie.
Intentional Stance (Dennett) – Gedrag begrijpen in termen van intenties en overtuigingen in plaats
van louter fysieke oorzaken.
Mind Perception – Proces waarbij we een ‘mind’ toekennen aan anderen op basis van agency en
experience.
Variance / Invariance (Heider) – Variatie in gedrag versus stabiele patronen die intentie verraden.
Stimulus-signalen (bottom-up) – Uiterlijke kenmerken zoals vorm, beweging of aanwezigheid.
Kennis-signalen (top-down) – Verwachtingen, overtuigingen of ervaringen die invloed hebben op
sociale interpretatie.
Moraliteit – Onderscheid tussen morele agenten (verantwoordelijkheid dragen) en morele patiënten
(rechten bezitten).
PPN (Person Perception Network) – Herkent gezichten en lichamen.
AON (Action Observation Network) – Verbindt eigen handelingen met geobserveerde acties.
, ToM-netwerk (MPFC & TPJ) – Begrijpt intenties, overtuigingen en gedachten.
Braitenberg-voertuig – Eenvoudige robot waarbij sensor en motor direct gekoppeld zijn; vertoont
schijnbaar doelgericht gedrag.
Evolutionair Algoritme (EA) – Optimalisatiemethode geïnspireerd op natuurlijke selectie.
Deep Learning (DL) – Neuraal netwerk met meerdere lagen dat patronen leert uit data.
GOFAI – Klassieke, symbolische AI die redeneert via regels en logica.
Swarm Robotics – Samenwerkende, gedecentraliseerde robotgroepen gebaseerd op zwermgedrag in
de natuur.
Xenobots – Biologische microbots gemaakt uit levende cellen die zichzelf kunnen herstellen en
bewegen.
Social Robotics – Robots ontworpen voor sociale en emotionele interactie.
BCI (Brain–Computer Interface) – Directe koppeling tussen hersenactiviteit en machinebesturing.