van Tubergen - chapter 1
questions
1.1 the sociological perspective
Hoe kunnen we menselijk gedrag uitleggen? Om deze vragen te beantwoorden gebruiken
sociologen een speci ek perspectief. Dit perspectief wordt uitgelegd aan de hand van een
fenomeen: obesitas. Obesitas betekent abnormale of overmatige vetophoping die de gezondheid
kan schaden. Maar hoe zou je kunnen verklaren dat sommige mensen obees zijn en anderen niet?
Stel, we kennen één persoon met obesitas en zijn naam is John. Er zijn verschillende oorzaken
voor zijn obesitas, zoals een negatief zelfbeeld, impulsief eten, een gebrek aan lichaamsbeweging
of disfuncties van het lichaam / de hersenen. Als John wil afvallen, kan hij zelfhulpboeken lezen,
hulp vragen aan een diëtist of met psychotherapie beginnen. Dit betekent echter dat alle
verklaringen voor obesitas te vinden zijn in individuele kenmerken, en dat de oplossingen en
behandelingen op het individu gericht moeten zijn en daarom van persoon tot persoon kunnen
verschillen. Dit noem je een individual perspective: een soort verklaring van menselijk gedrag die
zich richt op individuele oorzaken. Het unieke perspectief dat de socioloog hanteert, is om
menselijk gedrag van personen te begrijpen, rekening houdend met hun social context: de
sociale omgeving waarin mensen zijn ingebed. Gebruik daarom social imagination: een soort
verklaring van menselijk gedrag die zich richt op sociale oorzaken. Sociologen gebruiken het
sociological perspective: menselijk gedrag verklaren aan de hand van de sociale contexten die
individuen met elkaar delen. Sociologie stelt daarom dat men bij het bestuderen van de oorzaken
en oplossingen van obesitas deze niet als puur individuele problemen moet beschouwen.
Sociologie stelt dat de sociale context verandert en dat zij de menselijke gevolgen van dergelijke
veranderingen bestuderen. Dus, in andere woorden, de som van individueel gedrag kan leiden tot
iets collectiefs. Zij noemen dit collective outcomes. Een social phenomena is collectief
menselijk gedrag. Sociale fenomenen zijn te onderscheiden van sociale problemen. Sociale
fenomenen zijn neutrale verschijnselen ( dus geen oordeel ), terwijl sociale problemen normatief
geladen zijn: mensen vinden dat ze “opgelost” moeten worden.
Principe 1.1: Sociologie bestudeert sociale verschijnselen. Dit betekent dat als je een
sociologische verklaring voor menselijk gedrag wilt geven, je rekening moet houden met de
invloed van de sociale context en het daaruit voortvloeiende collectieve menselijke gedrag moet
bestuderen.
Nabije oorzaken zijn de factoren die dicht bij de verschijnselen staan die de onderzoeker wil
verklaren. Ultimate causes zijn oorzaken die ten grondslag liggen aan nabije oorzaken.
Microniveau verwijst naar het laagste niveau, namelijk individuen en hun gedrag, houding,
middelen, enzovoort.
Mesoniveau verwijst naar sociale omstandigheden die individuen delen in hun directe omgeving,
zoals familie, school, werk of buurten.
Macroniveau verwijst naar het hoogste niveau dat individuen delen, zoals landen of continenten.
fi
, 1.2 social problems
Een social problem, of public issue, is een probleem dat voorbij het individu gaat en waar veel
mensen zich zorgen om maken. Een personal problem is gerelateerd aan het persoonlijke leven
van een individu. Sociale problemen kunnen veranderen van tijd tot tijd.
1.3 three aims of sociology
Wat sociale problemen di erentieert van sociale fenomenen is dat sociale problemen een
normatieve dimensie hebben: gewenste doelen of waarden worden namelijk bedreigd bij een
sociaal probleem.
Dit zijn de 3 kerndoelen van sociologie: to describe, to explain and to apply.
Describe: om goed begrip te krijgen van de natuur van sociale problemen, hebben we accurate
beschrijvingen nodig om mee te beginnen. Deze accurate beschrijvingen zijn van belang, omdat
misconcepties erg vaak voorkomen.
Explain: daarna moeten sociologen wetenschappelijke verklaringen kunnen geven. Sociologen
gebruiken empirische data hiervoor.
Apply: tot slot moeten sociologen hun inzichten toepassen en delen. Op die manier komt de
informatie terug naar het publiek. Sociologen gebruiken meerdere manieren om hun inzichten te
delen:
-door voorspellingen te maken
-door social interventions te ontwikkelen en evalueren. Een social intervention is een
georganiseerde poging om een sociaal problem bewust aan te pakken. Het ligt aan de overheid
en het publiek of deze interventies echt worden toegepast.
Societal relevance: de relevantie van sociologisch werk om een sociaal probleem te begrijpen.
Sociologen vervullen de belangrijke rol om het publieke debat en de politiek makers te informeren
met wetenschappelijke kennis.
1.4 three types of sociological questions
Scienti c questions moet gedi erentieerd worden van normative questions. Normative questions
zijn vragen die waardeoordelen met zich meebrengen. Sociologie is niet een normatieve ideologie.
Je moet daarom goed onderscheid maken tussen normatieve vragen en scienti c questions.
Scienti c questions zijn vragen die geen waardeoordelen inhouden. Er zijn drie soorten
wetenschappelijke vragen: descriptive questions, theoretical questions en application questions.
Laten we beginnen met descriptive questions. Dit zijn vragen die betrekking hebben op het
beschrijven van sociale fenomenen. Het zijn “how much” “how many” en “what is happening”
vragen.
Theoretical questions zijn vragen die zich richten op het begrijpen van een sociaal fenomeen.
Het zijn de “why” questions, de uitleg vragen.
De vragen die sociologen stellen wanneer ze hun kennis toepassen zijn application questions.
Deze vragen kunnen gedoeld zijn op voorspellingen.
1.5 the art of asking good sociological questions
Hoe formuleer je een goede wetenschappelijke vraag? Twee elementen voor het ontwikkelen van
een goede sociologische vraag is precision en relevance.
Precise questions houden in dat de vraag duidelijk is en een niet een vraag van veel
interpretaties. Hoe preciezer je vraag, hoe beter. Het moet dus niet een ill-de ned question zijn:
vragen die vaag en dubbelzinnig zijn, waardoor er teveel interpretaties mogelijk zijn.
Er zijn een aantal questions ingredients die je moet overwegen om een goede sociologische vraag
te formuleren:
1. Het menselijk gedrag waarin je geïnteresseerd bent
2. De sociale context ( plaats )
3. De periode ( tijd )
4. De populatie ( wie? )
fifi ff ff fi fi
, Het tweede element is dat je vraag scienti c relevant is: dit is de mate waarin een sociologische
vraag bijdraagt aan de opbouw van sociologische kennis. Je komt dus met nieuwe kennis,
inzichten, verklaringen of theorieën. Er zijn echter wat obstakels bij de relevance of sociological
questions:
- Je wilt niet een vraag aankaarten die al een keer beantwoord is. Daarom wordt er aangeraden
om een literature review te doen. Dit is een samenvatting van alle bestaande kennis over jouw
goed gede nieerde onderwerp.
- Je kunt false theoretical questions stellen. Dit zijn theoretische vragen die doelt op iets
uitleggen wat eigenlijk helemaal niet bestaat.
- Je wilt niet single case questions stellen. Dit zijn vragen met 1 tijd, 1 doelgroep en 1 plaats.
Nee, sociologen moeten juist comparative-case questions stellen. Dit zijn vragen waarbij een
aantal vergelijkingen van gevallen wordt gemaakt, zoals meerdere sociale contexten, meerdere
momenten in de tijd of meerdere populaties. Hierdoor kan je het makkelijker generaliseren.
1.6 sociology and common sense
Veel mensen zien sociology als “common sense”, dat is dagelijks denken, intuïties, overtuigingen
en percepties. Iedereen is een private sociologist omdat iedereen deel uitmaakt van het sociale
leven en onze eigen ideeën ontwikkelen over sociale fenomeen. iedereen die op basis van eigen
ervaring ideeën vormt over sociale wereld. Vervolgens zoeken we con rmation over die ideeën die
we hebben. ( con rmation bias ) Academic sociology is de manier waarop academische
instellingen de sociale wereld beschrijven en verklaren. Kenmerken zijn de systematische manier
van kennisvergaring, het openbaar maken van verklaringen en het onderwerpen ervan aan kritiek,
de ontwikkeling van coherente theorieën en rigoureuze toetsing.
1.7 sociology as cumalative science
Sociologie is een cumulative science. Dit betekent dat theorieën en observaties van eerdere
studies opgenomen zijn in het werk van opeenvolgende studies. Background knowledge zijn de
theorieën en observaties die bekend zijn voordat het onderzoek begint.
fi fi fi fi
, Introduction to sociology -
chapter 2 theories
2.1 geboorte maand & succes in sport
Is ijs hockey echt gebaseerd op individuele kwaliteiten? In een sociaal onderzoek werd ontdekt
dat sommige geboorte maanden vaker terug kwamen in de selectie van een ijs hokey team in
canada.
2.2 theories end explanations
Theorieën en verklaringen zijn de kern van de wetenschap. Maar hoe ziet een wetenschappelijke
verklaring eruit? Karl popper stelt dat “we singuliere afspraken a eiden uit universele uitspraken in
samenhang met de beginvoorwaarde.” Die universele uitspraken zijn propositions ( uitspraak
over de oorzakelijke relatie tussen 1 of meer concepten ) en die propositions maken deel uit van
een theory schema.
Een theory schema bestaat uit de observation, condition en propositions. Laat ik hier wat dieper
op in gaan en we beginnen onderaan het schema bij observation.
De observation, O, is het feit, patroon of fenomeen dat je wilt uitleggen, ook wel explanandum
genoemd. Een observation wordt uitgelegd aan de hand van propositions en conditions. Deze
twee vormen dus de verklaring, ook wel explanans genoemd. Conditions zijn veronderstellingen
over de speci eke setting die propositions relateert aan observaties en hypothesen. De condition
maakt de proposition speci ek. de proposition is dus een algemene regel. De observation kan
afgeleid worden uit propositions en conditions waardoor het ook wel de deductive-nomological
explanation wordt genoemd. Deze deductie wordt ook wel syllogisme genoemd. De propositie
heeft een algemeen karakter, wat betekent dat als er sprake is van Y dat X altijd daaruit
voortkomt. Vanuit de theory schemas wil je een fenomeen uitleggen dat gezien wordt als een
speci ek geval van een meer “algemene wetmatigheid proces”. Het fenomeen ( singular
statement ) kan afgeleid, en uitgelegd, worden door de proposition
( universal statement ). Omdat deze propositions universeel zijn, onderbrengen ze zich in
meerdere fenomenen. Het theory schema kan komen met een mogelijke verklaring voor het
fenomeen, maar er kunnen uiteraard andere verklaringen gevonden worden. Wetenschappers
willen nieuwe hypotheses ( testbare voorspelling, afkomstig van de theorie ) maken op basis van
dezelfde propositions, om te kijken of de hypothese op dezelfde lijn zit als de observations of niet.
Wanneer je dus een nieuwe hypothese wilt creëren begin je bovenaan het theory schema ( dus
proposition, condition en dan observation in plaats van andersom )
Logical syllogisme = als je ervan uit gaat dat P en C waar zijn, dan is O ook waar. Dus als O fout
is, is P of C ( of beide ) fout. Dit wordt ook wel modus tollens genoemd ( logische regel waarin
staat dat als de hypothese zegt dat A tot B leidt, en er is geobserveerd dat B niet waar is, dat A
dus ook niet waar is )
Propositions en hypotheses zijn deel van een sociologische theorie.
Een theorie is een coherente verzameling van stellingen en aannames over omstandigheden die
bepaalde verschijnselen kunnen verklaren en die hypothesen (voorspellingen) genereren over
andere (nog niet waargenomen en hypothetische) verschijnselen. Theorieën zijn het product van
de menselijke verbeelding. Een theorie legt een fenomeen uit, en voorspelt nieuwe fenomenen.
2.3 what are useful sociological theories
Een nuttige sociologische theorie moet waar en informatief zijn. De theorie moeten aansluiten bij
de werkelijkheid. Dit is niet een kwestie van ja of nee, van juist of onjuist. Als de theorie voor een
klein gedeelte niet aansluit bij de werkelijkheid, maar de rest wel, dan is het nog steeds een goede
theorie. Dit noem je ook wel empirical succes ( de mate van een empirische bevestiging van een
theorie ). Succesvolle theorieën zijn ook simpel en niet complex. Ze representeren relevante
benodigdheden van de werkelijkheid en negeren de complexiteit ervan. Wetenschappers praten
fi fi fi fl