Bindweefselherstel
Bindweefsel is een samenstel van gelijksoortig gedifferentieerde cellen, dus met een gelijke of
vergelijkbare bouw en functie. Bindweefsel wordt aangemaakt door fibroblasten.
Functies
Bindweefsel heeft verschillende functies:
Het vormt het geraamte van je lichaam (skelet).
Het verbindt de verschillende lichaamsonderdelen (kapsel verbindt bijvoorbeeld twee
botstukken).
Het beschermt de organen.
Het heeft een metabole functie: stofwisselingsfunctie, voeding wordt doorgegeven vanuit
het vaatstelsel via bindweefsel naar de cellen/weefsels toe en weer terug.
Het zorgt voor opslag van energie (vetweefsel).
Er is vorming van littekenweefsel bij schade.
Er zijn 4 soorten weefsel:
1. Spierweefsel (dwarsgestreept, glad en hartweefsel)
2. Zenuwweefsel (sensorisch, motorisch en schakel
3. Bindweefsel (vetweefsel, bloed, bot en kraakbeen)
4. Epitheelweefsel
Bindweefsel bestaat uit verschillende onderdelen:
1. Cellen (stofwisseling)
2. Vezels (mechanica)
3. Grondsubstantie (kneedbaarheid en vormbaarheid)
Je hebt verschillende gespecialiseerde cellen. De fibroblast (maakt de vezel), adipocyt, macrofaag en
mastcel, ongedifferentieelde cellen (mesenchym) en chondroblast/osteoblast/tenoblast.
Er zijn twee soorten vezels: collagene
vezels (pezen en ligamenten) en elastine
vezels (arteriën, ligamenten). Vezels
bestaan uit eiwitketens. Iedere collagene
vezel bestaat uit fibrillen. Iedere
microfibril bestaat uit een rij geschakelde
moleculen (procollageen), iedere
molecuul (tropocollageen) bestaat uit 3
polypeptide spiraalvormige ketens
(alphaketens). De vezels zijn verbonden
met een suiker, daarom heet het
glycoproteïne.
De grondsubstantie bestaat voornamelijk uit water, die worden gebonden door suikereiwitten. De
grondsubstantie bestaat uit GAG’s, water en eiwitten. De grondsubstantie zorgt voor de vorm en
flexibiliteit van het bindweefsel. Proteoglycanen (P) bestaan uit GAG’s. De proteoglycanen binden
watermoleculen. Dit komt doordat ze negatief geladen zijn. De negatieve lading trekt een grote
, hoeveelheid water aan. De vezel en het water is positief geladen en de
grondsubstantie is negatief geladen. GAG’s leven 4-10 dagen.
Collageen
Er zijn vier soorten collageen:
1. Type 1 (90% van het bindweefsel, erg trekvast, het
belangrijkste).
2. Type 2 (in kraakbeen, deze zijn dunner en kunnen goed tegen
druk).
3. Type 3 (wordt als eerst geplaatst na schade en bijvoorbeeld ook in lever, weinig structuur).
4. Type 4 (bijvoorbeeld het bindweefsel rond spiercellen)
Een fibroblast vormt de type 1 vezels met een halfwaardetijd (vernieuwen) van:
Ligamenten: 300-500 dagen.
Huid: 14 jaar.
Bot: 10 jaar.
Kraakbeen: 100-200 jaar.
Bindweefsel wordt constant gemaakt door fibroblasten. Deze worden veel gemaakt als je in rust
bent.
Halfwaardetijd turnover:
Een fibroblast leeft een paar maanden en kan in 1-2 dagen delen als het nodig is.
Proteoglycanen: 1-14 dagen.
GAG: leeft 4-10 dagen.
Collagene vezels (staan hierboven).
De Wet van Wolff en Davis (adaptie)
De Wet van Wolff beschrijft dat als je een bot niet belast, het bindweefsel wordt afgebroken. Als je
het veel belast wordt het bindweefsel opgebouwd. Je bindweefsel kan wennen aan wat je moet
doen en gaat zich daarop aanpassen. De Wet van Davis beschrijft hetzelfde maar dan ook over
andere weefsels. Bij grotere belasting wordt er dus meer bindweefsel neergelegd. Dit wordt
hypertrofie genoemd. Bij onderbelasting wordt er meer weefsel afgebroken. Dit heet atrofie (been
gebroken).
Soorten bindweefselschade
Bij bindweefsel moet er niet belast worden over de grens van bindweefsel. Er ontstaat dan veel
schade waarbij een lang herstel nodig is. Met een klein percentage verlenging neemt de hoeveelheid
druk extreem toe. Bij 3% van verlenging worden de vezels strakgetrokken waarbij de fibroblasten uit
elkaar worden getrokken. Bij een intensieve activiteit ontstaan er kleine beschadigingen waarbij
herstel snel plaatsvindt. Bij een grotere belasting van 5% ontstaat er vezelschade totdat de vezel
volledig kapot is. Dit gebeurt vaak bij een trauma. Je hebt twee soorten trauma’s: een contusie en
een distorsie.
Distorsie: de vezels scheuren gedeeltelijk of helemaal af. Er komt in een keer te veel kracht op het
bindweefsel, en het bindweefsel houdt het niet langer vol. Volledig afscheuren van bindweefsel
moet chirurgisch worden hersteld.