Vignet 1
Hoe ontstaat en ontwikkeld depressie bij kinderen en jongeren van verschillende leeftijden? Welke
behandelingen zijn er en welke zijn het meeste effectief?
Wat zijn de gevolgen van het vroeg ontwikkelen van depressie voor het verdere leven?
Mental Health, Educational, and Social Role outcomes of Adolescents with
Depression
Introductie
Recente studies laten zien dat 2% tot 8% de eerste depressieve episode ervaren op de leeftijd 16.
Er is bewijs dat wanneer jonge mensen vroeg ontstaan van depressie of depressieve neigingen hebben, later
risico lopen op verschillende ongunstige uitkomsten, waaronder meer depressieve episodes, verminderd
sociaal functioneren, lage academische prestatie en mentale problemen.
Er is minder bekend over de manier waarop vroege depressie en latere uitkomst aan elkaar verbonden zijn. Er
zijn 3 paden die mogelijk de link verklaren tussen vroege depressie en latere uitkomsten:
1. Er kan een direct effect zijn van depressie op latere uitkomsten.
2. De associatie tussen vroege depressie en latere uitkomsten zijn niet causaal en reflecteren de
aanwezigheid van factoren die geassocieerd zijn met verhoogd risico op depressie en andere ongunstige
uitkomsten.
3. De link tussen vroege depressie en latere uitkomsten worden gemedieerd door de aanwezigheid van co-
morbide stoornissen. De associaties tussen vroege depressie en latere drugsmisbruik kan effecten van
conduct stoornis reflecteren dat co-morbide is voor vroege depressie.
In deze studie is data verzameld tijdens een 21 jaar lange longitudinale studie. Er zijn 2 vragen: 1) In hoeverre
hebben jonge mensen die een depressie ontwikkelen tijdens midden adolescentie, een hoger risico op mentale
stoornissen, academische onderprestatie en verminderde levensmogelijkheden. 2) Wat zijn de paden die
adolescentie depressie en latere uitkomsten verbindt?
Methode
1265 kinderen geboren in Christchurch, Nieuw Zeeland. Deze kinderen zijn onderzocht tijdens de geboorte, na
4 maanden, 1 jaar, jaarlijkse intervallen tot 16 jaar, en opnieuw op 18 jaar en 21 jaar.
De analyses van dit artikel zijn gebaseerd op data van 964 jonge mensen, dit is 76.2%.
Op leeftijd 15 en 16 zijn de kinderen en hun ouders apart geïnterviewd over de mate waarin het kind
symptomen heeft van depressie. 15 was het jongste jaar waarin depressie voorkwam.
Op de leeftijd 18 en 21 zijn de participanten geïnterviewd op persoonlijk en sociaal functioneren.
Psychiatrische uitkomsten: participanten werden geïnterviewd over mentale gezondheid en drugsgebruik sinds
het vorige assessment. Op een leeftijd van 18 en 21 werd gevraagd in hoeverre ze symptomen hadden op de
leeftijd van 16/17, 17/18, 18/20 en 20/21. Daarnaast moesten ze aangeven in hoeverre ze vermindering
ervaarden door de symptomen.
Ongeveer 33.5% van de participanten voldeden aan de DSM-5 criteria voor MDD.
Daarnaast is nog gekeken naar angststoornis, symptomen van afhankelijkheid van nicotine, alcohol misbruik en
suïcidaal gedrag.
,Statistische methode
De analyse is uitgevoerd in 4 fases:
1. Bivariate associeties zijn geschat om de link tussen de adolescent depressie en latere uitkomsten te
beschrijven
2. Associaties tussen adolescent depressie en sociaal, familie en individuele factoren tot 16 jaar geschat. Deze
associaties worden beschreven door kansen (ORs) en 95% confidence interval
3. Associaties tussen adolescent depressie en latere uitkomsten zijn aangepast voor confounding, sociale,
familiaire en individuele factoren.
4. Logistic regression model is gebruikt om factoren te overwegen die co-morbide zijn met depressie als
aanvulling op de confounding factoren.
Resultaten
Relaties tussen adolescenten depressie en latere uitkomsten
Adolescenten met depressie hebben een verhoogd risico op latere uitkomsten tussen 16 en 21 jaar. Deze
uitkomsten bevatten latere depressie, angst stoornissen, afhankelijk zijn van nicotine, afhankelijk zijn van
alcohol gebruik of alcohol misbruik, suïcidaal gedrag, falen in school en verminderde kans om naar universiteit
of andere tertiaire vorm van educatie te gaan.
Op een leeftijd van 21, werden adolescenten gekarakteriseerd door hogere kans op terugkerende werkloosheid
en vroege ouderschap.
Er was hierbij geen verschil tussen jongens en meisjes.
Sociale, familiaire en individuele factoren geassocieerd met depressie in adolescentie
Adolescenten met en zonder depressie hadden gelijke socio-economische achtergronden. Er was een kleine tot
gemiddelde associatie tussen adolescente depressie en familie metingen, individuele factoren en co-morbide
psychiatrische stoornissen.
Adolescenten met depressie waren significant meer blootgesteld aan seksueel misbruik en ouderschap
verandering tijdens kindertijd. Ook hadden ze een lagere IQ score op een leeftijd van 9 jaar, hadden neigingen
voor neuroticisme en hogere mate van afwijkende betrokkenheid van leeftijdsgenoten. Als laatste hadden
adolescenten met depressie significant hogere mate van angststoornissen, conduct stoornissen en alcohol
misbruik en gebruik van sigaretten.
Relatie tussen depressie in adolescentie en latere uitkomsten aangepast door confounding factoren
De resultaten geven 2 conclusies
1. Bewijs voor een duidelijke en specifieke continuïteit van adolescente depressie en latere depressie en
angst
2. Associaties tussen adolescente depressie en andere uitkomsten, inclusief nicotine afhankelijkheid, alcohol
misbruik en afhankelijkheid, suïcide poging, educatie onderprestatie, werkeloosheid en vroege
ouderschap, kunnen verklaard worden door confounding factoren geassocieerd met depressie
Discussie
Conclusies
1. Jonge mensen die een depressie ontwikkelen tijdens adolescentie, lopen het risico op verschillende latere
uitkomsten, inclusief depressie en angst, suïcidale gedachten, nicotine afhankelijkheid, academische en
werkmoeilijkheden en vroeg ouderschao
2. Depressie in adolescentie wordt geassocieerd met andere ongunstige factoren. Deze factoren bevat
hogere mate van blootstelling aan ongunstige sociale en familiaire omstandigheden, lagere IQ, hogere
neuroticisme levels en hogere mate van co-morbide adolescente stoornissen.
, Er zijn 3 paden die deze link kan beschrijven:
Directe link waarin depressie in adolescentie direct leidt tot verhoogd risico van latere uitkomst.
Er is bewijs voor adolescente depressie met verhoogd risico op latere depressie en angst
De relatie tussen depressie en latere uitkomst is niet echt en reflecteert de aanwezigheid van confounding
factoren die gerelateerd zijn aan latere uitkomsten
De link tussen adolescente depressie en latere uitkomst kan gemedieerd worden door andere variabelen.
Er is bewijs dat contextuele factoren geassocieerd met een verhoogd risico op adolescente depressie ook
geassocieerd is met verhoogd risico op latere uitkomsten.
2 implicaties van de uitkomsten
De resultaten versterken dat bewijs van depressieve stoornissen vaak terugkerend zijn, en het erop lijkt
dat dit geldt voor stoornissen die zich tijdens de adolescentie ontwikkelen.
Ondanks dat het bewijs suggereert dat depressie in adolescentie geassocieerd is met latere ongunstige
uitkomsten, is het niet zo dat deze uitkomsten gevolgen zijn van de vroege depressie. Het ontstaat als
resultaat van gemeenschappelijke sociale, familiaire en persoonlijke factoren die bijdragen aan de
adolescente depressie en latere uitkomsten.
Limitaties van de studie
Resultaten zijn gebaseerd op specifiek Nieuw-Zeeland
Assessment van depressie vertrouwt op het ophalen van depressieve symptomen van jonge mensen. Het is
niet duidelijk hoeveel depressieve symptomen daadwerkelijk aan de criteria voldoen.
De studie is gebaseerd op zelfrapportages, dus het is de vraag of de episodes van depressie beschreven
door de participanten daadwerkelijk aan de klinische criteria voldoen
De analyse bevat veel uitkomst variabelen en covariate factoren. Het is mogelijk dat sommige
regressiemodellen te veel gecontroleerd hebben op effecten van confounding factoren.
Artikel opdracht:
Participanten
Welke populatie wordt onderzocht? Is dit een relevante selectie? Is het goed beschreven? – Kinderen zijn
vanaf de geboorte gevolgd. Extra nadruk is gelegd op de leeftijden 16, 18 en 21. Ja dit is een relevante
selectie en dit is goed beschreven. De vraag is in hoeverre jong adolescenten rond de 15/16 jaar, die
depressie symptomen hebben, later daar nog gevolgen van hebben. De gekozen populatie is daar relevant
voor.
Als het van toepassing is, wat zijn de inclusie/exclusie criteria? Randomisatie? Beide niet van toepassing.
Hebben participanten een beloning ontvangen? Zo ja, heeft dit de resultaten kunnen beïnvloeden? - Niet
van toepassing
Is er experimentele manipulatie? Zo ja, was deze succesvol? - Niet van toepassing
Materialen
Welke testen/instrumenten zijn gebruikt? Wat zijn de psychometrische kwaliteiten? Is dit voldoende? –
Voor verschillende items is het interview Composite International Diagnostic Interview gebruikt. Voor het
meten van familie socioeconomische status is de Elley and Irving scale of socioeconomic status gebruikt.
Voor het testen van neuroticisme is de Eysenk Personality Inventory gemaakt. Hier is de betrouwbaarheid
goed voor. Voor intellectueel vermogen is de Wechsler Intelligence Scale for Children gebruikt. Ook hier is
de betrouwbaarheid goed voor. Voor drugsmisbruik is er ook een schaal gebruikt, waarvan de
betrouwbaarheid ook redelijk goed was. 4 metingen zijn gebruikt voor psychiatrische aanpassing en
gedrag: Diagnostic Interview Schedule for Children, Early Self-Report Delinquency Inventory, Rutgers
Alcohol Problems Index en andere items gebaseerd op DSM criteria.
Zijn er nieuwe metingen of testen gebruikt en zijn ze voldoende beschreven? Niet duidelijk nieuwe
metingen.