Via de neus en slokdarm minder dan 6 weken
Voeding toedienen via neus en slokdarm kan in het ziekenhuis, verpleeghuis of thuis. Soms kan de
zorgvrager de sonde zelf inbrengen.
Route: neusgat, strottenklepje (slokjes water drinken, voorkomt sonde in luchtpijp), keel, slokdarm,
maag (pH hoger dan 5,5 dan ligt de sonde niet in de maag).
Soorten sondes:
- Neus-maagsonde: via neus naar de maag
- Neus-duodenumsonde en neus-jejunumsonde: via neus naar het eerste gedeelte van de dunne
darm (duodenum) of diep in de dunne darm (jejunum) er is geen goede maaglediging, maar de
darmfunctie is wel goed. Ingebracht door arts onder röntgendoorlichting.
- Gastrostomie sonde: via een kunstmatig aangelegde opening in de buikwand direct naar de maag
- Gastronomie sonde met jejunumextentie: via een kunstmatig aangelegde opening via de maag naar
het jejunum.
- Jejunostomie sonde: via een kunstmatig aangelegde opening in de buikwand direct naar het
jejunum.
Indicaties:
- Slik- en/of kauwproblemen door bijvoorbeeld neurologische problemen, bewusteloosheid of een
operatie aan mond of keel
- Slokdarmaandoeningen zoals een ontsteking van de slokdarm of een te nauwe slokdarm
- Slechte voedingopname door een aandoening aan de maag of darmen
- Weinig eetlust door bijvoorbeeld kanker of chemotherapie
- Slechte lichamelijke conditie met risico op wonden of decubitus of in combinatie met een zware
operatie
Contra-indicaties:
- Vergroeiingen in de keelholte, slokdarm, maag of omliggende organen kans op
slokdarmperforatie
- Onlangs operatie aan slokdarm, hoofd/hals of maag kans op bloedingen
- Stollingsstoornissen kans op bloeding
- Onrustige zorgvrager sonde kan verplaatsen
De sonde kan verplaatsen, de voeding komt dan in de keel, luchtpijp of longen terecht verstikking
of benauwdheid. Extra alert zijn bij zorgvragers met verminderd bewustzijn en verminderde prikkel
respons.
Aanwijzingen dat de sonde niet meer goed in de maag ligt:
- Het markeringspunt op de sonde is verplaatst ten opzichte van de neus
- De zorgvrager heeft pijnklachten ter hoogte van de thorax
- Je ziet blauwverkleuring van de huid
- De zorgvrager is benauwd
- De zorgvrager zweet en is angstig
- Er is sprake van pijn of ernstig ongemak
De sonde kan ook verplaatsen:
- Als de zorgvrager hoest, niest of braakt
- Na heftige bewegingen van de zorgvrager
, Bij vermoeden pH-waarde bepalen lukt het niet om maagsap op te trekken overleg met de
arts, die kan een röntgenfoto maken indien mogelijk.
Indien de zorgvrager benauwd is, erg zweet en angstig is kan er sprake zijn van een
levensbedreigende complicatie zoals aspiratie, longontsteking of pneumothorax en verwijder je de
neus-maagsonde meteen.
Benodigdheden: papieren zakdoekjes, voorgeschreven steriele maagsonde, pH-indicator, meetlint,
handschoenen, stukje pleister, kom met koud water, onderlegger, spuit 50 ml, kocher, watervaste
stift, neus-fixatiepleister, steunpleister, schaar, glas lauw kraanwater, afvalbak.
Neusmaagsonde:
- Bevat aan het eind een uitstroomopening en twee zijopeningen wat zorgt voor een goede
doorstroming en dat de sonde zich niet vastzuigt aan de maagwand
- Gemaakt van siliconen en PUR (soepeler en breng je met een voerdraad in) of PVC (stug en geschikt
voor eenmalig of kort gebruik). Met een voerdraad kan de sonde gemakkelijker worden ingebracht.
- Lengte is 110 cm, waarvan 50 tot 70 cm ingebracht wordt
- Het ENFit-systeem is een aansluitmogelijkheid speciaal voor enterale voeding
- 1 Ch = 0,3 mm voor volwassenen meestal Ch 8, 10, 12 of 14. Hoe dikker, hoe gemakkelijker
inbrengen, hoe meer irritatie
1. Vertel dat de patiënt slikbewegingen moet maken, om de sonde op te schuiven
2. Vraag wat meneer prettig vindt, waar hij angstig van wordt en wie of wat hij graag om zich heen wil
hebben
3. Spreek een stopteken af voor tijdens de handeling
4. Pas handhygiëne toe en trek niet-steriele handschoenen aan
5. Laat de patiënt door beide neusgaten uitademen en kies het neusgat met de beste
doorgankelijkheid
6. De lengte wordt bepaald door de NEX (nose-earlobe-xyphoid) + 10 methode lengte vanaf de
neuspunt via de oorlel naar het uiteinde van het borstbeen + 10 cm. Maak de sonde nat.
7. Braakneigingen, benauwdheid en/of hoesten trek de sonde iets terug en probeer hem opnieuw
in te brengen, laat de zorgvrager een slokje water drinken
8. Controleer of de sonde goed ligt spuit 5-10 ml lucht door de sonde zuig maagsap op. Bij een
pH-waarde van 5,5 of lager mag je aannemen dat het opgetrokken vocht inderdaad maagsap is en
niet vocht uit de luchtwegen. Indien hoger dan 5,5 herhaal je de meting na 30 tot 60 min, dan weer
hoger dan 5,5? Overleg met de arts.
9. Als het einde van de sonde niet in contact is met de maaginhoud breng de sonde 5 tot 10 cm
verder of trek de sonde maximaal 10 cm terug of laat de zorgvrager een andere houding aannemen
of doe de limonadetest (zuurgraad van limonade moet kleiner dan of gelijk zijn aan 4, zuig na 10
seconden aspiraat op en bepaal de pH-waarde, deze is dan mogelijk wel kleiner dan of gelijk aan 5,5)
of overleg met de arts over een röntgenfoto, geeft de meeste zekerheid.
10. Fixeer de sonde
11. Wanneer je zeker weet dat de sonde goed in de maag ligt, spuit je de sonde door met de
afgesproken hoeveelheid kamertemperatuur water om de doorgankelijkheid te controleren.
12. Rapporteer het neusgat, de maat, de lengte ingebracht deel, de pH
Toedienen van sondevoeding
- Per bolus/portie: je geeft de zorgvrager porties voeding via een trechter of een spuit van 50 ml
spuit, trechter, maatbeker, flesopener. Vul de maatbeker met afgesproken hoeveelheid.
,- Intermitterend: zorgvrager krijgt een deel van de dag druppelsgewijs sondevoeding via de pomp
voedingspomp, voedingsslag, infuusstandaard of draagtas, opvangbakje. Sluit de voedingsslang aan
op de verpakking met sondevoeding. Er wordt voorkomen dat er lucht in de maag komt.
- Continue voeding: 24 uur per dag via een voedingspomp, minder intensief
Elke keer voordat je nieuwe voeding of medicijnen toedient voer je de visuele controle uit: controleer
of de sonde nog goed gefixeerd zit met de neuspleister, controleer de ligging van de neus-maagsonde
aan de hand van het markeringspunt, controleer de mond- en keelholte: kijk of de sonde niet
opgekruld ligt.
Spoel de sonde voor en na elke voeding door met 20-30 ml lauwwarm kraanwater. Een sonde die
(tijdelijk) niet wordt gebruikt, moet je minimaal 4x per dag doorspuiten met 20-30 ml kraanwater.
Lukt dit niet, probeer het dan met een 10-20 ml spuit. Nooit de sonde doorspoelen met
koolzuurhoudende dranken of een voerdraad.
Bij intermitterend gebruik (max tussentijd 8 uur) de slang door met kraanwater en hang hem droog
weg. Reinig de afsluitdop. Vervang slangen en spuiten elke 24 uur of als de tijd tussen twee
voedingen langer is dan 8 uur. Reinig de spuiten na gebruik in een sopje.
Als de patiënt gaat braken tijdens het toedienen, controleer je de samenstelling, temperatuur en
inloopsnelheid.
Als de patiënt gaat hoesten of benauwd wordt, stop je met het toedienen en controleer je de ligging
van de sonde
Voeding kan 24 gebruikt worden. Zelfbereide of samengestelde voeding 2-4 uur.
Verwijderen sonde:
1. Zet de eventueel aanwezige pomp stil en klem de voedingssonde af
2. Laat de patiënt uitademen
3. Verwijder de sonde in een vloeiende beweging
4. Duurt de handeling langer? Laat de patiënt tussendoor even inademen. Als de patiënt zich verslikt
laat je hem hoesten en rustig uitademen.
5. Wanneer je abnormale weerstand voel stop je de handeling en licht je de arts in.
6. Verwijder plakresten met handalcohol en laat de zorgvrager de neus snuiten
Sonde door de buikwand
Langer dan 6 weken, kan wel 1 tot 2 jaar.
Manieren van inbrengen:
- Endoscoop via de keelholte naar een klein sneetje in de buikwand naar buiten/
- Röntgendoorlichting rechtstreeks via de buikwand in de maag of darm
- Chirurgische plaatsing via de buikwand in de maag of darm
De naam van de sonde geeft aan op welke manier de sonde is ingebracht. PEG (Percutane
Endoscopische Gastrostomie) en PRG (Percutane Radiologische Gastrostomie).
Verschillende manieren van fixeren
- Met of zonder fixatiedisk of fixatieballon
- Wel of niet vastgehecht
, Verschillende uitgangen: maag, dunne darm of beide
Button: wordt geplaatst nadat er met een PEG-sonde een fistel is gevormd. Ziet eruit als een knoopje
en hierdoor hoeft er geen voedingsslang aangekoppeld te blijven. Er zijn buttons met fixatieballon en
zonder ballon.
- Is minder zichtbaar onder de kleding
- Belemmert niet bij het bewegen of op de buik slapen
- Kan thuis vervangen worden
Endoscopische plaatsing:
- Fixatie: interne fixatiedisk, die tegen de maag- of darmwand getrokken wordt. En een externe
fixatiedisk, die wordt vastgezet tegen de buikwand.
- Verschillende sondes: percutane (door de huid), endoscopische (ingebracht met endoscoop) en de
plaats waar de uitgang van de sonde ligt (waar de sondevoeding terecht komt) (bijv. gastronomie =
maag (PEG), gastronomie met jejunumextensie = maag en dunne darm (PEGJ), Jejunostomie = dunne
darm (PEJ)).
Plaatsing met röntgendoorlichting:
- Fixatie: interne fixatieballon gevuld met vloeistof en externe fixatiedisk vastgezet tegen de buikwand
- Verschillende sondes: percutane (door de huid), radiologische (ingebracht met radiologie) en de
plaats waar de uitgang van de sonde ligt (waar de sondevoeding terecht komt) (PRG en PRJ).
Operatieve plaatsing:
- Fixatie: geen interne fixatie en externe fixatie met een bevestigingsplaatje aan de buikwand
Contra-indicaties:
- Stoornissen in de bloedstolling: er kan tijdens de ingreep een bloeding optreden
- Stoornissen in het hartritme kunnen optreden
- Bij oedeem van de buikwand kan de plaatsing van de sonde technisch niet goed worden uitgevoerd
- Bij wondinfectie van de buikwand kan het gebied gaan ontsteken
- Bij vroegere maagoperaties kan de plaatsing van de sonde technisch niet goed worden uitgevoerd
Voordelen ten opzichte van via de neus en slokdarm:
- De kans op verschuiving van de sonde is kleiner
- Geen irritatie van neus of keel
- De sonde is minder zichtbaar voor de omgeving
- De sonde is dikker, waardoor voeden sneller gaat
- Er is minder kans op inhaleren van voeding en daardoor minder kans op luchtweginfecties
Indien drukplekken, zorg je dat de fixatiedisk minder dicht op de huid zit: ongeveer 1 cm.
Een sonde moet minimaal 4x per dag doorgespoten worden met water
Tijdens de eerste week mag je niet in bad of zwemmen, wel douchen. Na die week is het niet nodig
om de sonde of button af te plakken, niet in stilstaan natuurwater zwemmen, huid onder de
fixatiedisk drogen.