Schaarste: Schaarste ontstaat als je niet genoeg middelen heb om in al je
behoefte te voorzien.
vcbn
Economie: Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met de manier
waarop mensen in een samenleving omgaan met de schaarse middelen. Het
betekent letterlijk het beheren van de huishouding.
Verschillende behoeften:
-Basis/primaire behoeften: Hierbij moet je denken aan een dak boven je
hoofd, voedsel en kleding
-Secundaire behoeften: Dit zijn de behoeften die pas van belang worden als
de primaire behoeften zijn vervuld. Hierbij kan je onderscheid maken in:
● Normale behoeften. Dit zijn de behoeften die net uitsteken boven het
bestaansminimum. Denk aan bijv. de behoefte om te sporten en de
behoefte om in de buurt van school te wonen.
● Luxe behoeften. Dit zijn de behoeften die ver uitsteken boven het
bestaansminimum. Denk hierbij aan de behoefte aan merkkleding en een
sportwagen
Statusgoederen: Dit zijn goederen waarmee mensen willen laten zien wat ze
bereikt hebben. Het kan er ook omgaan dat je in de ogen van anderen bepaalde
eigenschappen heb, zoals creatief, slim, een voorbeeld voor andere of een
kenner.
Alternatief aanwendbaar: Het uitgangspunt van economen is dat gezinnen
meer behoeften hebben dan ze met de hun beschikbare middelen kunnen
invullen. En als de middelen tijd en geld beperkt zijn, moet je beslissen over de
manier waarop je de middelen aanwendt, hierdoor zijn middelen alternatief
aanwendbaar.
Budget begroting: De hoeveelheid geld waarvoor je in een bepaalde periode
kunt beschikken, is je budget. In een begroting kan worden aangegeven hoe je
je budget gaat besteden.
1.2 Besteden van je budget
Budgettair probleem: Zijn je uitgaven hoger dan je inkomsten, je hebt dan
een budgettair probleem.
Bezuinigingen: Voor een budgettair probleem zijn er voor gezinnen 2 opties, de
uitgaven verlagen of de inkomsten verhogen.
, Budgetlijn: De budgetlijn geeft op elk punt van de lijn aan hoeveel een persoon
met een gegeven inkomen en gegeven prijzen kan kopen van twee goederen.
Budgetset: De budgetset is
de budgetlijn, plus het hele
gebied eronder. Dit zijn alle
combinaties waarbij het hele
inkomen of minder wordt
uitgegeven aan 2 goederen.
1.3 Het meten van je koopkracht
Indexcijfer: Een indexcijfer is een getal dat aangeef hoeveel een bepaalde
grootheid in een periode is veranderd ten opzichte van een afgesproken periode.
Koopkracht: Koopkracht is de hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt
kopen.
Inflatie: Het stijgen van de prijzen van goederen noem je inflatie.
Deflatie: Bij deflatie zullen consumenten mogelijk hun aankopen uitstellen, dat
kan er in het ergste geval voor zorgen dat de vraag zoveel vermindert dat de
productie afneemt en er mogelijk mensen ontslagen worden.
Nominaal inkomen: Het inkomen dat je in euro’s verdient, is het nominaal
inkomen.
Reëel inkomen: Het inkomen gecorrigeerd voor de inflatie is het reëel inkomen.