Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting eerstejaars toets HU - rechten

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
29-10-2025
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting van alle leerdoelen voor het de toets recht in het eerste jaar van HBO rechten aan de HU.

Voorbeeld van de inhoud

A1 – Hoofdstuk 1
Bolletje 1:
Privaatrecht = sta je als burger tegenover een ander
- Wordt ook wel civiel recht of burgerlijk recht genoemd
Burger: natuurlijke personen en rechtspersonen
 Deze personen hebben rechten en plichten, dit noem je
rechtssubjecten

Onder het privaatrecht valt:
- Consumentenrecht
- Arbeidsrecht
- Vermogensrecht
o Verbintenissenrecht & goederenrecht
- Personen- en familierecht
- Huurrecht
De belangrijkste privaatrechtelijke regels kun je vinden in de BW

Publiekrecht = rechtsbetrekking tussen overheid en burger
Hieronder vallen:
- Staatsrecht
- Strafrecht
- Internationaal en Europees recht
- Bestuursrecht
o Vreemdelingenrecht & sociale zekerheidsrecht

Bolletje 2:
Binnen deze rechtsgebieden behalve staatsrecht is er een indeling:
materiele of formele recht.

Materieel recht – bevat inhoud van het recht
- Hierin vind je wat jouw rechten/plichten zijn, wat je wel en niet mag
doen en wat er dan gebeurt als je bepaalde plichten niet nakomt of
wanneer je rechten van anderen schendt
Materiele regels > het recht bepaalde gedragingen voorschrijft of verbiedt
voor personen.

Formele recht – geeft regels over de procedure
- Het geheel van regels dat bepaalt hoe het recht wordt toegepast
over de rechtsgang, bevoegdheid van instanties

BW en Wvk > materieel privaatrecht
RV > formeel privaatrecht
Sr > materieel strafrecht
Sv > formeel strafrecht

Subjectief recht – Bv. Art. 7:625 BW
- De juridische bevoegdheden die een persoon kan hebben op basis
van het objectieve recht, om iets te vragen, vorderen of te eisen van
een ander

,Objectief recht = geheel van rechtsregels die in Nederland gelden
Denk aan: het Sr waarin regels over het strafrecht zijn opgenomen en het
BW waarin regels over het privaatrecht staan
 Art. 7:625 BW > gaat om objectief recht

Dwingend recht = onder deze wetsartikelen ben je verplicht je aan te
houden
Aanvullend recht = het wetsartikel geld voor zover er niet door een eigen
regeling van partijen (op grond van partijautonomie) van afgeweken is
- Voor vele van aanvullende regels geldt dus dat je je volgens die
regels mag gedragen, maar dit niet verplicht is = contractsvrijheid
(partijautonomie)

Bolletje 3:
Rechtsbronnen; de wet, jurisprudentie, gewoontewet en verdrag
Als de norm uit een van deze rechtsbronnen komt, dan wordt die als
rechtsregel beschouwd
Wet: de wetten worden gemaakt door de staatorganen, denk aan Staten-
Generaal en de regering samen, de provincie en gemeente.
- Wetten in formele zin: worden gemaakt door Staten-Generaal en
regering
o Regering: art. 42 GW
o Staten-Generaal: 51 GW
- Wetten in materiele zin: een wet met een algemene, niet individuele
werking
o Bijna alle wetten in formele zin zijn dit ook in materiële zin
- Lagere wetgeving: regels die gemeente maken

Jurisprudentie: het geheel van de rechterlijke uitspraken
- Moeten rechters hun uitspraak motiveren (Art. 121 GW)

Gewoontewet: mensen hebben ontdekt dat ze zich het beste op een
bepaalde wijze kunnen gedragen. Daarna gaan ze dat ook van elkaar
verwachten en beleeft men het als gedrag dat ‘behoort’.
- Niet iedere gewoonte wordt gezien als gewoontewet
- Nadelen: het gaat gepaard met rechtsonzekerheid en
rechtsongelijkheid

Verdrag: overeenkomsten tussen staten of tussen staten en internationale
organisaties zoals de EU, de Raad van Europa en de VN
- Staten hebben altijd allerlei overeenkomsten met elkaar gesloten.
Voor de hedendaagse rechtsontwikkeling zijn vooral verdragen van
belang waarin mensenrechten zijn neergelegd

A2 – Privaatrecht
Bolletje 4:
Het goederenrecht gaat over rechten op zaken en vermogensrechten
Het overeenkomstenrecht is onderdeel van het verbintenissenrecht, het 9

, Onder het vermogensrecht vallen het verbintenissenrecht en het
goederenrecht
- Verbintenissenrecht > regelt rechten & plichten van de bij
verbintenis betrokken personen




Bolletje 5:
Verbintenis = een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen 2 of meer
personen, waarbij deze personenrechten en plichten hebben
Schuldenaar/debiteur = persoon die verplicht is om prestatie te leveren
Schuldeiser/crediteur = persoon heeft recht op deze prestatie
- Vermeld in art. 6:1 BW

Om van een verbintenis te spreken, moet sprake zijn van:
1. Een rechtsbetrekking (rechtsrelatie)
a. Heeft juridische gevolgen
 Voorbeeld: Florentine heeft van Philip een bedrag van 2000 euro
geleend. Tussen hen bestaat nu een rechtsbetrekking
2. Vermogensrechtelijk
a. De rechtsbetrekking moet vermogensrechtelijk zijn, dit houdt
in dat de rechtsbetrekking die is ontstaan op geld
waardeerbaar moet zijn
i. Art. 1:81 BW bepaald welke rechtsbetrekkingen die niet
op geld waardeerbaar zijn
 Voorbeeld: Florentine heeft een bedrag van 2000 euro geleend aan
Philip. Zij heeft de plicht dit bedrag terug te betalen binnen de
afgesproken termijn. Philip heeft recht op terugbetaling van het
geleende geld. Er is dus een rechtsbetrekking tussen Florine en
Philip. Deze rechtsbetrekking is bovendien op geld waardeerbaar
3. Tussen 2 of meer personen geldt
 Voorbeeld: Eva Timmerman loopt met haar vriendin op de stoep vlak
bij haar huis. Een automobilist die te hard rijdt, verliest de controle
over het stuur en raakt van de weg. Ten gevolge hiervan raakt hij
Eva heel licht. Gelukkig heeft zij geen lichamelijk letsel opgelopen.
Wel is haar telefoon beschadigd. Hier is een verbintenis ontstaan
tussen Eva en de automobilist. De automobilist moet namelijk de
door Eva geleden schade vergoeden -> Eva heeft recht op
schadevergoeding, terwijl de automobilist verplicht is
schadevergoeding te betalen

Verbintenissen ontstaan uit:
1. De rechtshandeling, bijvoorbeeld een overeenkomst (art. 6:213 BW)
a. Deze personen kiezen er zelf voor om een verbintenis te laten
ontstaan
b. Een mens verricht een handeling met de bedoeling om een
rechtsgevolg te laten ontstaan
i. Art. 3:33 BW
2. De wet

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
29 oktober 2025
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€16,50
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
irisvanderburg

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
irisvanderburg Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen