,NCOI hbo bachelor opleiding tot verpleegkundige hbo-v eindopdracht 2025
,NCOI hbo bachelor opleiding tot verpleegkundige hbo-v eindopdracht 2025
, NCOI hbo bachelor opleiding tot verpleegkundige hbo-v eindopdracht 2025
Managementsamenvatting
Inleiding
Dit onderzoek richt zich op de samenwerking tussen wijkverpleegkundigen en
wondverpleegkundigen binnen de extramurale wondzorg. Beide beroepsgroepen beschikken over
specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van wondbehandeling. Het doel van dit onderzoek
is vast te stellen in hoeverre zij bereid zijn en in staat zijn om samen te werken, en welke behoeften
zij daarbij ervaren.
Doelstelling
Het onderzoek beoogt inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden van multidisciplinaire samenwerking
tussen wondverpleegkundigen en wijkverpleegkundigen binnen het netwerk wondzorg van de regio
X. Daarnaast wordt onderzocht of er behoefte bestaat aan samenwerking, en zo ja, op welke wijze
deze samenwerking vorm kan krijgen.
Onderzoeksvraag
De centrale vraag van het onderzoek luidt: "Hoe kunnen en willen wijk- en wondverpleegkundigen
samenwerken in de extramurale wondzorg?"
Methode
Het onderzoek combineert literatuuronderzoek met praktijkgericht onderzoek. Voor het
praktijkgerichte gedeelte zijn digitale enquêtes verspreid onder 61 wondverpleegkundigen en 49
wijkverpleegkundigen die actief zijn in wondzorg. Uiteindelijk hebben 22 wondverpleegkundigen en
6 wijkverpleegkundigen de enquête volledig ingevuld. De resultaten zijn geanalyseerd om inzicht te
krijgen in samenwerkingservaringen, behoeften en mogelijkheden.
, NCOI hbo bachelor opleiding tot verpleegkundige hbo-v eindopdracht 2025
Resultaten
De uitkomsten van zowel literatuur- als praktijkonderzoek laten zien dat de verschillende expertises
van wijkverpleegkundigen en wondverpleegkundigen elkaar kunnen aanvullen.
Wondverpleegkundigen zijn gespecialiseerd in complexe wondbehandelingen, zoals necrotectomie,
hechten en medicatietoediening, inclusief lokale anesthesie. Wijkverpleegkundigen brengen
aanvullende kennis in, zoals verschillende oedeemtherapieën en littekentherapie als onderdeel van
de nazorg.
Beide groepen gaven aan dat er een duidelijke behoefte bestaat aan samenwerking.
Transdisciplinaire samenwerking blijkt het meest geschikt: beide partijen voeren algemene
wondbehandelingen uit, maar benutten hun specifieke expertise om het zorgaanbod te completeren.
Door regionale werkafspraken, protocollen en richtlijnen op te stellen, kan de zorg gecoördineerd en
afgestemd worden.
Conclusie
Het onderzoek toont aan dat wijkverpleegkundigen en wondverpleegkundigen zowel bereid als in
staat zijn om samen te werken binnen de extramurale wondzorg. Transdisciplinaire samenwerking
biedt een effectieve manier om de expertise van beide beroepsgroepen te benutten, waardoor
patiënten een volledig en gecoördineerd zorgaanbod ontvangen.