000-taak
Leertaken:
Herkennen van anatomie en pathologie op MRI-afbeeldingen van de knie,
LWK, cerebrum en abdomen;
Kan de beeldweging van de afbeeldingen herkennen en de keuze
onderbouwen;
Kan de scanrichting van de afbeeldingen herkennen en de keuze
onderbouwen;
Kan verbanden leggen tussen T1-, T2- en PD-afbeeldingen en de relevante
parameters;
Kan uitleggen wat FID is;
Kan de sequenties SE, TSE, IR en GRE uitleggen;
Kan uitleggen wat spoiling, coherent, balanced, steady state, in-phase en out-
of-phase betekent voor MRI-techniek;
Kan de voor de sequentie relevantie parameters benoemen;
Kan de keuze voor de waardes van de parameters onderbouwen;
Kan de verbanden tussen parameters en contrast-resolutie voor de
verschillende sequenties benoemen;
Kan relatie leggen tussen sequentie, parameters, beeldkwaliteit en artefacten;
Kan MR-artefacten herkennen en de oorzaak ervan benoemen;
Kan een oplossing aandragen voor het oplossen van de zichtbare MR-
artefacten
Kan kennis van spoelen en positionering toepassen in MR-casuïstiek.
,002 SE, TSE, IR en GRE
Herhaling:
MRI Sequentie: een combinatie van RF pulsen, gradiënt schakelingen en signaalmetingen
Er zijn 2 hoofdfamilies: SE en GRE
De SE (basis sequentie), TSE (snellere sequentie) en IR (sterker T1 contrast) valt onder de SE.
Spin echo sequentie:
90 graden puls: het omklappen van Mz naar Mxy
180 graden puls: refasering, halverwege TE
TE: tijd van 90 graden puls tot signaalmeting, TE: Time to Echo: signaal komt terug uit
de patiënt
TR: tijd van 90 graden puls tot de volgende 90 graden puls, TR: time to repetition,
schema wordt herhaald. TR bepaalt de matrix. Voorbeeld: matrix 256x 256 betekent
256 x TR
TSE= FSE= Turbo Spin echo= Fast spin echo
Doel: sneller scannen
1 x de 90 graden puls gegeven
Aantal malen 180 graden puls, elke 180 graden puls vormt een echo
Aantal 180 graden pulsen = turbofactor
Kenmerkend nadeel van FSE: vetweefsel heeft altijd een hoog signaal
,IR= Inversion Recovery
SE sequentie, maar voorafgaand is er een 180 graden puls
Mz klapt op van Mz+ naar Mz-
Daarna T1 herstel
Nadeel: Lange scantijd
Doel: sterker T1 contrast
TI= Time to Inversion
GRE= Gradient Echo Sequentie
Zijn diverse typen Gradient echo
Kenmerk:
Geen 180 graden refaseringspuls
Echo wordt geformeerd uit een gradient omkering
Relatief korte TR
Variabele fliphoek
Types:
Coherente GRE= Rewound= Refocussed GE
Incoherente GRE= Spoiled GE
SSFP= Steady State Free Precession
Balanced GRE= True FISP= FIETSTA= balanced FFE
, FID signaal:
Ontstaat na RF excitatie puls
Verdwijnt snel door defasering veroorzaakt door: spin-spin interactie en
veldinhomogeniteiten
Wordt gerefaseerd door 180 graden puls bij (T)SE
Wordt gerefaseerd door gradientschakeling bij GRE
T2 contrast
Contrast dat veroorzaakt wordt door:
Spin-spin interacties
B0 veldinhomogeniteiten
Susceptibiliteit
Reden: geen correctie van veldinhomogeniteiten door 180 graden puls
Leertaken:
Herkennen van anatomie en pathologie op MRI-afbeeldingen van de knie,
LWK, cerebrum en abdomen;
Kan de beeldweging van de afbeeldingen herkennen en de keuze
onderbouwen;
Kan de scanrichting van de afbeeldingen herkennen en de keuze
onderbouwen;
Kan verbanden leggen tussen T1-, T2- en PD-afbeeldingen en de relevante
parameters;
Kan uitleggen wat FID is;
Kan de sequenties SE, TSE, IR en GRE uitleggen;
Kan uitleggen wat spoiling, coherent, balanced, steady state, in-phase en out-
of-phase betekent voor MRI-techniek;
Kan de voor de sequentie relevantie parameters benoemen;
Kan de keuze voor de waardes van de parameters onderbouwen;
Kan de verbanden tussen parameters en contrast-resolutie voor de
verschillende sequenties benoemen;
Kan relatie leggen tussen sequentie, parameters, beeldkwaliteit en artefacten;
Kan MR-artefacten herkennen en de oorzaak ervan benoemen;
Kan een oplossing aandragen voor het oplossen van de zichtbare MR-
artefacten
Kan kennis van spoelen en positionering toepassen in MR-casuïstiek.
,002 SE, TSE, IR en GRE
Herhaling:
MRI Sequentie: een combinatie van RF pulsen, gradiënt schakelingen en signaalmetingen
Er zijn 2 hoofdfamilies: SE en GRE
De SE (basis sequentie), TSE (snellere sequentie) en IR (sterker T1 contrast) valt onder de SE.
Spin echo sequentie:
90 graden puls: het omklappen van Mz naar Mxy
180 graden puls: refasering, halverwege TE
TE: tijd van 90 graden puls tot signaalmeting, TE: Time to Echo: signaal komt terug uit
de patiënt
TR: tijd van 90 graden puls tot de volgende 90 graden puls, TR: time to repetition,
schema wordt herhaald. TR bepaalt de matrix. Voorbeeld: matrix 256x 256 betekent
256 x TR
TSE= FSE= Turbo Spin echo= Fast spin echo
Doel: sneller scannen
1 x de 90 graden puls gegeven
Aantal malen 180 graden puls, elke 180 graden puls vormt een echo
Aantal 180 graden pulsen = turbofactor
Kenmerkend nadeel van FSE: vetweefsel heeft altijd een hoog signaal
,IR= Inversion Recovery
SE sequentie, maar voorafgaand is er een 180 graden puls
Mz klapt op van Mz+ naar Mz-
Daarna T1 herstel
Nadeel: Lange scantijd
Doel: sterker T1 contrast
TI= Time to Inversion
GRE= Gradient Echo Sequentie
Zijn diverse typen Gradient echo
Kenmerk:
Geen 180 graden refaseringspuls
Echo wordt geformeerd uit een gradient omkering
Relatief korte TR
Variabele fliphoek
Types:
Coherente GRE= Rewound= Refocussed GE
Incoherente GRE= Spoiled GE
SSFP= Steady State Free Precession
Balanced GRE= True FISP= FIETSTA= balanced FFE
, FID signaal:
Ontstaat na RF excitatie puls
Verdwijnt snel door defasering veroorzaakt door: spin-spin interactie en
veldinhomogeniteiten
Wordt gerefaseerd door 180 graden puls bij (T)SE
Wordt gerefaseerd door gradientschakeling bij GRE
T2 contrast
Contrast dat veroorzaakt wordt door:
Spin-spin interacties
B0 veldinhomogeniteiten
Susceptibiliteit
Reden: geen correctie van veldinhomogeniteiten door 180 graden puls