Genotmiddelen: zijn dingen die je eet, drinkt, rookt of op een andere manier gebruikt om er een
aangename of stimulerende werking te ervaren zoals drugs, alcohol en tabak.
Drugs: zijn stimulerende, verdovende en hallucinerende middelen. Ale middelen die onder drugs valt,
staan beschreven in de opium wet. Drugs kunnen we onderscheiden in harddrug en softdrugs.
Alcohol: alcoholhoudende dranken zijn ook genotmiddelen. Alcohol zorgt ervoor dat je
reactievermogen achteruit gaat. 80% van de Nederlandse bevolking drinkt wel eens alcohol.
Tabak: bij tabak kunnen we denken aan sigaretten. In tabak zit een stof genaamd nicotine, door deze
stof kan je een ontspannen gevoel krijgen. Nicotine is een verslavende stof.
Ontmoediging: de overheid probeert het gebruik van genotmiddelen te ontmoedigen bijvoorbeeld
door accijns. Accijns is een extra belasting op producten die schadelijk kunnen zijn op de gezondheid
of voor het milieu. Ook zijn er wetten en maken ze gebruik van campagnes.
Verslaving: verslaving betekent dat je niet meer zonder een genotmiddel kan. Hierbij kunnen we
onderscheid maken in:
- Geestelijke verslaving
o Houdt in dat je geestelijk verslaafd bent aan bijvoorbeeld alcohol of drugs, men voelt
zich niet prettig als zij het niet meer gebruiken
- Lichamelijke verslaving
o Houdt in dat je lichamelijk protesteert wanneer je het genotmiddel niet gebruikt,
zoals trillende handen, hoofdpijn of misselijk
- Gameverslaving