Piaget’s constructionisme:
- Jean Piaget (1896-1980)
o Bioloog: proefschrift over weekdieren
o Interesse voor filosofie: kennistheorie
o Studie ontwikkeling kennis kinderen
- Constructionisme:
o Kind actieve rol in verwerven van kennis
o Biologisch adaptatievermogen: wat kinderen leren en ervaren is afhankelijk van de
leeftijdsfase waarin zij zich bevinden
o Nieuwe informatie passen in wat al bekend is
Piaget’s contructionisme:
- Cognitieve organisatie
o Kennis wordt georganiseerd in steeds complexere cognitieve structuren
o Schema
▪ Georganiseerde eenheid van kennis om wereld te begrijpen of erin te
handelen.
▪ Schema’s aan elkaar linken
▪ Fysiek → intern
- Cognitieve aanpassing:
o Schema’s aanpassen in relatie nieuwe ervaring
- Assimilatie
o Bestaande schema’s gebruiken
- Accommodatie
o Bestaande schema’s aanpassen
Piaget’s stadia:
- Veranderingen over tijd in manier waarop kind denkt
- Elk stadium is kwalitatief anders
- Niet precies zelfde leeftijd → wel zelfde volgorde
- Vroegere stadia basis voor latere stadia
4 stadia:
, Sensorimotorische stadium:
1. Reflexen → 0-1 maand
o Coördineren reflexen
o Reflexen: elk aangeboren gedrag
o Onvrijwillige reflexen → vrijwillig gecontroleerd
o Voorbeeld: grijpen
2. Primaire circulaire reacties → 1-4 maanden
o Circulaire reactie → gedrag dat toevallig interessante gebeurtenis oplevert en dat
daarna doelbewust wordt herhaald
o Primaire circulaire reactie → circulaire reactie gericht op het eigen lichaam
▪ Bv duimen
3. Secundaire circulaire reacties → 4-8 maanden
o Een circulaire reactie gericht op een extern object:
▪ Bv een speelgoedje slaan dat geluid maakt
o Schema’s aan elkaar linken: schema kijken, grijpen en schudden combineren
o Maar: nog gebrekkig begrip van oorzaak-gevolg
4. Coördinatie van secundaire circulaire reacties → 8-12 maanden
o Een doelgerichte serie van gedrag en reacties
▪ Combinatie van handelingen om iets anders te bereiken
▪ Bv iets willen pakken en daarvoor eerst iets aan de kant duwen of naar je
toetrekken om je doel te bereiken
5. Tertiaire circulaire reacties → 12-18 maanden
o Een circulaire reactie met doelgerichte trial-and-error met verschillende objecten
(experimenten)
o Ontdekking nieuwe oorzaak-gevolg relaties: als A dan B
6. Internalisatie van schema’s → 18-24 maanden
Begin symbolisch denken
o Vermogen om mentale representaties te maken
o Niet langer beperkt door zintuigen
o Doel bereiken door mentaal combineren van schema’s
o Uitgestelde imitatie
o Doen-alsof spel → bv kind doet vader na toen die aan het scheren was.
Piaget’s visie over object permanentie:
- Stadia 1-2: kind zoekt niet naar verborgen objecten (0-4 maanden)
- Stadium 3: kind zoekt alleen als deel zichtbaar is (4-8 maanden)
- Stadium 4: kind zoekt, maar maakt ‘A-niet-B fout’ (8-12 maanden)
- Stadium 5: kind snapt A-B, maar niet > 1 verplaatsing (12-18 maanden)
- Stadium 6: kind snapt ook begrip > 1 verplaatsing (18-24 maanden)
Baillargeon’s objectpermanentie:
- Objectpermanentie eerder dan Piaget dacht
- Zoekgedrag geen goede test voor objectpermanentie
- Violation of expectation paradigma
o Kinderen kijken langer naar onmogelijke gebeurtenissen dan naar mogelijke.