Kernbegrippen:
Ontwikkelingspsychologie:
- Hoe ontwikkelen mensen (kinderen) zich op psychologisch vlak?
- Hoe hangen vroege gebeurtenissen / ontwikkelingen samen met latere uitkomsten?
- Hoe kunnen we deze inzichten toepassen?
- Verandering en tijd zijn belangrijk
Nature & nurture:
- Nature → nativism → de biologische ontwikkeling; het is aangeboren.
- Nurture → empiricism → leerprocessen; het is aangeleerd.
o Belangrijke empiristen:
▪ Skinner
▪ Watson
Problematische stellingen:
- Nature:
o Geboren misdadigers
o Aangeboren verschillen in intelligentie (etniciteit)
o Superieur soort mens (denk aan rassenleer Tweede Wereldoorlog)
- Nurture:
o IJskastmoeders → zouden autisme veroorzaken bij hun kinderen, maar autisme
heeft een biologische basis en komt niet door opvoeding.
Hoe ontwikkelt pesten?
- Tweelingonderzoek → genetische aanleg
- Psychopathie (deels genetisch bepaald) hangt sterk samen met pesten
- Positive reinforcement (meelopers)
- Populariteit
- Optreden leerkracht
- Verdedigers
Nature & nurture, meerdere theorieën nodig.
Modellen van ontwikkeling: continu vs discontinu:
- Continu model van ontwikkeling → er is een geleidelijk verloop van ontwikkeling.
- Discontinu model van ontwikkeling → een kind laat eerst iets niet zien en plotseling doen ze
het wel.
Beide modellen zijn goed en worden vaak bij verschillende ontwikkelingen gebruikt.
Nieuw model → overlapping waves. We gebruiken 1 strategie totdat we een betere strategie leren.
, Critical & sensitive periods:
- Critical period: een periode (leeftijd) waarbinnen een gebeurtenis/ gebeurtenissen
noodzakelijk zijn voor een typische ontwikkeling.
- Sensitive period: een periode (leeftijd) waarbinnen een gebeurtenis/ gebeurtenissen
belangrijk zijn voor een typische ontwikkeling. Zonder de gebeurtenissen kan de typische
ontwikkeling nog gebeuren.
- Zie boek: deprivatie voor 6 maanden minder gevaarlijk voor cognitieve ontwikkeling dan
deprivatie na zes maanden.
- Ook aanwijzingen voor bijvoorbeeld taal en hechting.
Waar stopt ontwikkeling:
Ontwikkeling stop niet na de kindertijd. Ontwikkeling in de kindertijd is belangrijk voor op latere
leeftijd.
Waar stopt ontwikkeling? (Allport, 1954):
- Autoriteit nodig voor adolescenten (bv wegpesten van een leerkracht)
- Ontwikkeling gaat door in de volwassenheid
o Zelfspot na adolescentie
o Leren jezelf minder serieus te nemen
o Stoppen met rebelleren tegen ouders
- Huwelijk maakt mensen volwassen
o Verantwoording nemen
o Bewust zijn van behoeftes anderen
Individu vs omgeving:
Individu Omgeving
Genetica Ouders
Persoonlijkheid Vrienden
Intelligentie Thuisomgeving
Psychopathologie samenleving
- Individu en omgeving beïnvloeden elkaar (kind beïnvloedt ouders en ouders beïnvloeden
kind)
- Individu en omgeving interacteren (samen groter dan de som der delen)
Cross-cultureel onderzoek:
Onderzoek dat gedaan is tussen verschillende culturen. In andere culturen worden dingen soms heel
anders gedaan. Er zijn positieve en negatieve verschillen, bv verschillen met collectivistische cultuur:
- Positief → familie is heel betrokken bij de opvoeding van het kind.
- Negatief → kind moet werken om gezin te onderhouden en kan dus niet naar school.
Leermogelijkheden uit cross-cultureel onderzoek:
- Co-sleeping
- Familieverplichtingen
- Naschoolse activiteiten
- ‘’Tijgermoederen’’