Stof deeltentamen 2:
5 principes uit de gedragscode die de
grondslag vormen van integer onderzoek:
1. Eerlijkheid
2. Zorgvuldigheid: wetenschappelijke
methoden gebruiken en optimale
precisie
3. Transparantie
4. Onafhankelijkheid: niet laten leiden
door buiten-wetenschappelijke
overwegingen
5. Verantwoordelijkheid
Bij quasi-experiment gebruik je bestaande
groepen, die je niet zelf uitkiest, en kijk je naar
het verschil.
publication bas: probleem bij publicatie van een wetenschappelijk tijdschrift bijv
file-drawer problem: probleem bij onderzoeker zelf die het niet interessant genoeg vind en
het weg stopt
Data-fabricage: onderzoekers manipuleren / verzinnen bewust gegevens om resultaten te
vervalsen → schendt eerlijkheid
Opzettelijke fouten: schending eerlijkheid
Onopzettelijke fouten: schending zorgvuldigheid
Wetenschappelijke onenigheid: wat de één een foute keuze noemt, daar kan de andere hele
goede argumenten voor hebben.
- onderzoekers schrijven niet significante bevindingen bewust niet op om zo de kans te
vergroten dat hun artikel gepubliceerd wordt. Wetenschappelijke tijdschriften
publiceren namelijk graag artikelen waarin nieuwe, significante verbanden of nieuwe
effectieve behandelmethoden worden beschreven, omdat zij hiermee meer lezers
kunnen trekken. Niet significante bevindingen worden vaak minder interessant
gevonden = publication bias.
- onderzoekers negeren resultaten die niet in lijn zijn met hun verwachtingen. Dit kan
onbewust gebeuren en te maken hebben met confirmation bias, maar het kan ook
opzettelijk worden gedaan.
Niet significante resultaten blijven dan ook vaak "in de la liggen" = file-drawer probleem
, p-waarde: hoe waarschijnlijk het is om de resultaten van je onderzoek te krijgen, of
extremere resultaten, als er in werkelijkheid geen effect is (de nulhypothese waar is).
p < 0.05 = statistisch significant → je kan nulhypothese verwerpen
p > 0.05 = niet significant, geen effect → nulhypothese niet verwerpen
r = correlatiecoëfficient (Pearson). tussen -1 en 1 (perfect lineair).
Power: kans dat een onderzoek een echt effect of verschil vindt als dat er daadwerkelijk is.
→ Onderzoekers streven naar 80%
Natuurlijk wordt er ook onderzoek gedaan in situaties waarbij er in de werkelijkheid eigenlijk
géén verschil of relatie is. In een deel van deze situaties vinden onderzoekers tóch een
significant(e) verschil/relatie = vals-positieve bevinding. = Type 1 fout = foutief
verwerpen van nulhypothese
Meta-analyse: hierin wordt het gemiddelde berekend van de effectgroottes van studies
waarin dezelfde onderzoeksvraag wordt geëvalueerd met een vergelijkbare
onderzoeksopzet.
→ Nadeel: kan vertekend zijn door file-drawer problem
Questionable Research Practices (QRPs): onderzoeksmethoden of -beslissingen die niet
per se frauduleus zijn, maar wel de wetenschappelijke integriteit en de betrouwbaarheid van
onderzoek in gevaar brengen → misleidende resultaten
- als een onderzoeker uitschieters verwijdert om de resultaten in een bepaalde richting
te krijgen: vooral ten gunste van een significant effect!
HARKING = Hypothesizing After Results are Known = het achteraf formuleren van
hypotheses en doen alsof deze vooraf waren opgesteld.
Post Publication Peer Review = het na publicatie gezamenlijk bespreken, review en
becommentariëren van onderzoek.
Pre-registratie: het proces waarbij onderzoekers voorafgaand aan hun onderzoek een
gedetailleerd onderzoeksplan indienen en vastleggen. → dit plan beschrijft de
onderzoeksvraag, hypothesen, methoden, en data-analyse die ze van plan zijn te gebruiken.
Klassiek etnografsich = participerend: gewoonten / cultuur van bepaalde groep mensen
bestuderen vanuit insider perspectief (dagelijks leven zien dus langdurig)
5 principes uit de gedragscode die de
grondslag vormen van integer onderzoek:
1. Eerlijkheid
2. Zorgvuldigheid: wetenschappelijke
methoden gebruiken en optimale
precisie
3. Transparantie
4. Onafhankelijkheid: niet laten leiden
door buiten-wetenschappelijke
overwegingen
5. Verantwoordelijkheid
Bij quasi-experiment gebruik je bestaande
groepen, die je niet zelf uitkiest, en kijk je naar
het verschil.
publication bas: probleem bij publicatie van een wetenschappelijk tijdschrift bijv
file-drawer problem: probleem bij onderzoeker zelf die het niet interessant genoeg vind en
het weg stopt
Data-fabricage: onderzoekers manipuleren / verzinnen bewust gegevens om resultaten te
vervalsen → schendt eerlijkheid
Opzettelijke fouten: schending eerlijkheid
Onopzettelijke fouten: schending zorgvuldigheid
Wetenschappelijke onenigheid: wat de één een foute keuze noemt, daar kan de andere hele
goede argumenten voor hebben.
- onderzoekers schrijven niet significante bevindingen bewust niet op om zo de kans te
vergroten dat hun artikel gepubliceerd wordt. Wetenschappelijke tijdschriften
publiceren namelijk graag artikelen waarin nieuwe, significante verbanden of nieuwe
effectieve behandelmethoden worden beschreven, omdat zij hiermee meer lezers
kunnen trekken. Niet significante bevindingen worden vaak minder interessant
gevonden = publication bias.
- onderzoekers negeren resultaten die niet in lijn zijn met hun verwachtingen. Dit kan
onbewust gebeuren en te maken hebben met confirmation bias, maar het kan ook
opzettelijk worden gedaan.
Niet significante resultaten blijven dan ook vaak "in de la liggen" = file-drawer probleem
, p-waarde: hoe waarschijnlijk het is om de resultaten van je onderzoek te krijgen, of
extremere resultaten, als er in werkelijkheid geen effect is (de nulhypothese waar is).
p < 0.05 = statistisch significant → je kan nulhypothese verwerpen
p > 0.05 = niet significant, geen effect → nulhypothese niet verwerpen
r = correlatiecoëfficient (Pearson). tussen -1 en 1 (perfect lineair).
Power: kans dat een onderzoek een echt effect of verschil vindt als dat er daadwerkelijk is.
→ Onderzoekers streven naar 80%
Natuurlijk wordt er ook onderzoek gedaan in situaties waarbij er in de werkelijkheid eigenlijk
géén verschil of relatie is. In een deel van deze situaties vinden onderzoekers tóch een
significant(e) verschil/relatie = vals-positieve bevinding. = Type 1 fout = foutief
verwerpen van nulhypothese
Meta-analyse: hierin wordt het gemiddelde berekend van de effectgroottes van studies
waarin dezelfde onderzoeksvraag wordt geëvalueerd met een vergelijkbare
onderzoeksopzet.
→ Nadeel: kan vertekend zijn door file-drawer problem
Questionable Research Practices (QRPs): onderzoeksmethoden of -beslissingen die niet
per se frauduleus zijn, maar wel de wetenschappelijke integriteit en de betrouwbaarheid van
onderzoek in gevaar brengen → misleidende resultaten
- als een onderzoeker uitschieters verwijdert om de resultaten in een bepaalde richting
te krijgen: vooral ten gunste van een significant effect!
HARKING = Hypothesizing After Results are Known = het achteraf formuleren van
hypotheses en doen alsof deze vooraf waren opgesteld.
Post Publication Peer Review = het na publicatie gezamenlijk bespreken, review en
becommentariëren van onderzoek.
Pre-registratie: het proces waarbij onderzoekers voorafgaand aan hun onderzoek een
gedetailleerd onderzoeksplan indienen en vastleggen. → dit plan beschrijft de
onderzoeksvraag, hypothesen, methoden, en data-analyse die ze van plan zijn te gebruiken.
Klassiek etnografsich = participerend: gewoonten / cultuur van bepaalde groep mensen
bestuderen vanuit insider perspectief (dagelijks leven zien dus langdurig)