vraag 1:
Een sociaal psycholoog tracht het gewelddadig gedrag van een jongeman primair te verklaren in
termen van …
A. Zijn agressieve persoonlijkheidskenmerken
B. Mogelijke genetische bijdragen
C. Het gedrag van leeftijdsgenoten in zijn omgeving
Vraag 2:
Het voor een sociaal psycholoog interessantste onderwerp is ...
A. in welke mate de extraversie van verschillende premiers van invloed is geweest op hun
politieke beslissingen.
B. of studenten zich bij de beslissing om al dan niet te spieken bij een toets laten beïnvloeden
door de manier waarop zij zich voorstellen dat hun vrienden reageren als ze erachter komen.
C. de mate waarin sociale klasse voorspelt welk inkomen mensen zullen verdienen.
D. wat voorbijgangers op straat vinden van het broeikaseffect.
Vraag 3:
Waarin verschilt de sociale psychologie van de persoonlijkheidspsychologie?
A. Sociale psychologie richt zich op individuele verschillen, terwijl persoonlijkheidspsychologie
zich richt op het gedrag van mensen in verschillende situaties.
B. Sociale psychologie richt zich op de gemeenschappelijke processen die mensen vatbaar
maken voor sociale invloed, terwijl persoonlijkheidspsychologie zich richt op individuele
verschillen.
C. Sociale psychologie biedt algemene wetmatigheden en theorieën over samenlevingen,
terwijl persoonlijkheidspsychologie de eigenschappen bestudeert die mensen uniek maken.
D. Sociale psychologie richt zich op individuele verschillen, terwijl persoonlijkheidspsychologie
zich richt op algemene wetmatigheden en theorieën over de samenlevingen.
Vraag 4:
Wat houdt het analyseniveau in voor een sociaal psycholoog?
A. het individu in de context van een sociale situatie
B. de sociale situatie zelf
C. iemands prestatieniveau
D. iemands niveau van redeneren
, Vraag 5:
Welke van de volgende onderzoeksvragen over geweld zouden sociaal psychologen willen
beantwoorden?
A. Hoe verandert de hoeveelheid uitingen van geweld in de loop van de tijd binnen een cultuur?
B. Waarom verschilt het aantal moorden tussen culturen?
C. Welke hersenafwijkingen leiden tot agressie wanneer iemand wordt geprovoceerd?
D. Waarom lokken sommige situaties meer geweld uit dan andere?
Vraag 6:
De fundamentele attributiefout is de neiging om ...
A. ons eigen en andermans gedrag geheel in termen van persoonlijkheid te verklaren, zodoende
de sociale invloed onderschattend.
B. ons eigen en andermans gedrag geheel in termen van de sociale situatie te verklaren,
zodoende de invloed van persoonlijkheidskenmerken onderschattend.
C. te geloven dat het lidmaatschap van een groep een grotere invloed heeft op het gedrag dan
persoonlijkheid.
D. te geloven dat persoonlijkheid een grotere invloed heeft op het gedrag dan het lidmaatschap
van een groep.
Vraag 7:
Wat onthult het Beursspel/Gemeenschapsspel over persoonlijkheid en situatie?
A. Competitieve mensen zullen sterke concurrentie bieden ongeacht de aard van het spel
(coöperatief of competitief).
B. Coöperatieve mensen zullen zich inspannen om competitieve tegenstanders met hen te laten
samenwerken.
C. De naam van het spel (coöperatief of competitief) maakt geen verschil in de manier waarop
mensen het spel spelen.
D. De naam van het spel (coöperatief of competitief) heeft grote invloed op de manier waarop
mensen het spel spelen.
Vraag 8:Een vreemdeling benadert Emilie op de campus en zegt dat hij professioneel fotograaf is. Hij
vraagt Emilie of ze een kwartiertje voor hem wil poseren bij het gebouw van de studentenvereniging.
Van welke van de volgende keuzemogelijkheden is de beslissing van Emilie volgens sociaal
psychologen afhankelijk?
A. hoe goed de man gekleed is
B. of de man aanbiedt haar te betalen
C. hoe Emilie de situatie interpreteert
D. of de man een strafblad heeft