– kubisme
– futurisme
– expressionisme / fauvisme / primitivisme
– dadaïsme
– constructivisme
– surrealisme
– Bauhaus / De Stijl
– modernisme/ het Nieuwe Bouwen/ functionalisme
– Amsterdamse school / expressionistische architectuur
accenten:
– abstractie
– de avantgarde, manifesten
– utopieën over een nieuwe maatschappij
– functionalisme, form follows function
invalshoeken:
– het nastreven van idealen (utopieën), het geloof in vooruitgang (avantgardisme),
streven naar meer
gelijkheid (socialisme)
– op zoek naar universele beeldtaal (abstractie, functionaliteit)
– kunst als expressie: aandacht voor folklore, naïeve kunst en primitivisme
– kunst, spiritualiteit en abstractie
– kunst gerelateerd aan oorlog en industrialisering (de WOI, Russische Revolutie)
kunst en sociaal
engagement
– kunstgroeperingen / collectieven
, 1. Fauvisme (ca. 1905-1910)
Inhoud: Het Fauvisme richtte zich op het uitdrukken van emoties door middel
van kleur. De onderwerpen waren vaak landschappen, portretten en
stillevens, maar de nadruk lag niet op realisme. Het ging om de persoonlijke
beleving van de kunstenaar.
Vormgeving: Felle, onnatuurlijke kleuren werden gebruikt om emoties te
versterken. De grove penseelstreken (hanteringswijze) waren vaak los en
spontaan. Perspectief (ruimtesuggestie) en details waren niet belangrijk meer
want het gaat om de expressie.
Belangrijke kunstenaars: Henri Matisse, André Derain.
Context: Het Fauvisme was een reactie op het impressionisme en een
voorloper van het expressionisme.