Ontwikkelingspsychologie
,Inhoud
Hoorcollege 1: ........................................................................................................................................ 2
Hoorcollege 2: ........................................................................................................................................ 4
Hoorcollege 3: ........................................................................................................................................ 6
Hoorcollege 4: ........................................................................................................................................ 8
Hoorcollege 5: ...................................................................................................................................... 10
Hoorcollege 6: ...................................................................................................................................... 13
, Hoorcollege 1:
➢ Ontwikkelingspsychologie: ‘een definitie’
De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot ouderdom.
➢ 4 hoofdthema’s van ontwikkelingspsychologie:
1. Fysieke ontwikkeling: invloed van het lichaam op ons gedrag. Focus op hersenen,
zenuwstelsel, spieren, zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap. (VB: effect
ondervoeding op groeitempo of seksuele rijpingsproces.
2. Cognitieve ontwikkeling: manier waarop het gedrag van de mens wordt beïnvloed door
groei en veranderingen in hun intellectuele vermogens. Leren, geheugen, probleemoplossing
en intelligentie. (VB: hoe veranderen de intellectuele vermogens tijdens de kindertijd?)
3. Sociale ontwikkeling: manier waarop interacties van mensen en hun sociale relaties in de
loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.
4. Persoonlijkheidsontwikkeling: stabiliteit en verandering in de eigenschappen die de ene
persoon van het andere onderscheid.
➢ Soorten onderzoek die je tegenkomt bij ontwikkelingspsychologie:
1. Experimentele onderzoek: hypothese, onafhankelijke en afhankelijk. Experimentele en
gewonde conditie. Wil nagaan, kijken of het goed werkt. Bijna alle onderzoeken die in uni’s
plaatsvinden zijn experimenteel onderzoek. Levert heel veel kennis op ontwikkeling van
kinderen en mensen.
2. Longitudinaal onderzoek: langere tijd. Kinderen worden gevolgd, vragenlijst, observaties.
Moeilijke onderzoek.
3. Adoptie en tweelingenonderzoek: elke tweeling die geboren wordt, worden vrijwillig
meegenomen in een onderzoek. Enorme databases, erfelijkheid en omgeving.
Homozygoot: eeneiige tweeling
Heterozygoot: twee-eiige tweeling
Stabiliteit: persoonlijkheid
➢ Hoe verloopt de ontwikkeling:
1. Continue versus: geleidelijke ontwikkeling, prestaties vloeien op een bepaald niveau voort
uit de prestaties op de vorige niveaus. Het is kwantitatief, de ontwikkeling wordt groter of
meer. Er is continuïteit in de ontwikkeling, een aaneensluitende vooruitgang. (Veranderingen
in lengte)
2. Discontinue verandering: ontwikkeling in aparte stappen/stadia, waarbij elk stadia, gedrag
oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia. In kleutertijd, kindertijd of
adolescentie. (VB: kind kan sluitspieren niet controleren en plast in bed, maar door rijping
lukt dit later wel.) (Trapsgewijs.)
Beide veranderingen spelen tegelijk een rol!
➢ Zygote: Eerste cel van een nieuw individu, die tijdens de bevruchting is ontstaan door
samensmelting van een eicel en een zaadcel. Een bevruchte eicel.
➢ Mono zygote: eeneiige (tweeling)
➢ Di zygote tweeling: twee-eiige (tweeling)