HART/LONG PATHOLOGIE
MB COLLEGES
,Inhoud
Anatomie van het pulmonale systeem (HC1) .................................................................. 2
Fysiologie van het pulmonale systeem (HC 2) ................................................................ 6
Lichamelijke onderzoeken en beoordeling van het pulmonale systeem (HC3) ................ 9
Longfunctie (HC4)......................................................................................................... 11
Onderzoeken van het pulmonale systeem (HC5) .......................................................... 13
Dyspnea (HC6) ............................................................................................................. 14
COPD (HC7)................................................................................................................. 17
Hyperinflatie (HC8) ....................................................................................................... 22
Interpretatie van bloedgassen (HC9) ............................................................................ 24
Longfalen (HC10) ......................................................................................................... 27
Astma (HC11) ............................................................................................................... 29
Pneumonia; longontsteking (HC12) .............................................................................. 32
Pneumothorax; klaplong (HC13) ................................................................................... 34
Cystic fibrosis (HC14) ................................................................................................... 37
Bronchiëctasieën (HC15) .............................................................................................. 38
Anatomie van het hart (HC16) ...................................................................................... 41
Fysiologie van het hart (HC17) ..................................................................................... 45
Ziekteverhaal en lichamelijk onderzoek hart (HC18) ..................................................... 50
Onderzoeken hart (HC19) ............................................................................................. 53
Normale ECG (HC20) ................................................................................................... 55
Cardiovasculaire risico behandeling (HC21) ................................................................. 60
Kransslagader ziektes; CAD (HC22) ............................................................................. 63
Niet chirurgische behandeling CAD (HC23) .................................................................. 68
Coronaire bypass chirurgie, CABG (HC24) ................................................................... 71
Hartkleplijden (HC25) ................................................................................................... 74
Fysiotherapie na een thoraxoperatie (HC26) ................................................................ 79
Behandeling van hartritmestoornissen (HC27) .............................................................. 84
Hartfalen (HC28)........................................................................................................... 88
Behandeling hartfalen (HC29)....................................................................................... 92
Perifere arteriële vaatziekten; PAD (HC30) ................................................................... 95
Perifere veneuze vaatziekten (HC31) ........................................................................... 98
Longembolie (HC32)................................................................................................... 101
PAGINA 1
,Anatomie van het pulmonale systeem (HC1)
Mediastinum = de ruimte tussen beide longen in
Het sternum
3 gedeelten: manubrium, corpus en processus xiphoideus
• Suprasternal notch, ook wel fossa
• Angle of louis = hoek tussen corpus en manubrium
→ luchtpijp splitst zich hier in linker hoofd bronchus en
rechter hoofd bronchus
• Ribben 3-7 articuleren met corpus
• Ribben 1 en 2 articuleren met manubrium
De ribben
Ware ribben zijn ribben die rechtstreeks op het borstbeen aanhechten; ribben 1-7 ook
wel vertebro sternal ribs.
Valse ribben hechten gedeeltelijk aan; ribben 8-10 ook wel vertebronchondral ribs. Deze
hechten via kraakbeen
Ribben 11 en 12 zijn zwevende ribben, vertebral, deze hebben geen echte verbinding
met het borstbeen
Ribben bestaan uit corpus, nek en hoofd
Respiratoire spieren
• Zorgen voor het vergroten en verkleinen van de borstkas
→ inspiratie en expiratie
• Bij vergroting van het longvolume ontstaat er onderdruk in de long; inspiratoire
flow aan lucht
• Inspiratie is actief, expiratie passief in rust
• Inspiratoire spier in rust is het middenrif (= diafragma) en external intercostales
→ beweegt in neerwaartse richting, thoraxholte in neerwaartse richting vergroot
totdat deze vastloopt op de buikinhoud. Dan een tegengestelde werking →
ribben worden geheven → flank aan ademhaling
• Bij forse inspanning wordt hulp ingeschakeld van de hulpademhalingsspieren
• Expiratoire spieren zijn de internal intercostales en abdominals
• Accessoire spieren: m. sternocleidomastoideus, m. scalenii, m. trapezius pars
descendens, m. pectoralis major en minor, m. serratus anterior, m. rhomboideus
major en minor, m. latissimus dorsi, m. serratus posterior superior, m. erector
spinae thoracaal.
PAGINA 2
,Inspiratie
1. Eerst een inspiratoire spieractie, vaak diafragma
2. Vergroting van de thoraxkooi
3. Vergroting van de long, daardoor ontstaat er een intrapulmonale druk die
verlaagd is
4. en dus een drukgradiënt tussen buitenlucht en binnenlucht
5. en daardoor ontstaat er een flow van buiten naar binnen.
In dit proces gaat dus eerst het middenrif naar beneden, totdat het vastloopt op de
buikholte → ribben worden aan de onderkant geheven → flank ademhaling → externe
intercostaal spieren gaan meehelpen met het heffen van de bovenste ribben, waarbij de
borstkas in voor- achterwaartse richting wordt vergroot.
PAGINA 3
,Expiratie
1. Ontspanning van de inspiratoire spieren
2. Thoraxkooi wordt kleiner
3. De longen die zijn elastisch en willen klein worden, die veren dus mee met de
verkleining van de thoraxkooi → intrapulmonale druk verhoogd
4. De druk in de longblaasjes wordt hoger dan die van de buitenlucht
5. Flow naar buiten
De thoraxkooi wordt dus bovenin in voor- achterwaartse richting verkleind, aan de
onderkant wordt deze in zijwaartse richting verkleind → middenrif veert uiteindelijk weer
naar boven terug
Het diafragma
• Is een spierplaat die tussen de borstholte en de buikholte in ligt
• Bestaat uit een platte peesplaat met daaromheen het spierweefsel
• Er zitten een aantal gaten in:
→ 1 voor de slokdarm, 1 voor de onderste holle ader en 1 voor de buikslagader
(wanneer deze boven het middenrif uitkomt gaat dit de borstslagader heten)
Interne en externe intercostaal spieren
Interne
• Hebben een tegengestelde vezelrichting dat zorgt voor een ribdaling, oftewel
voor expiratie
• Onderkant van de thoraxkooi gefixeerd door de buikspieren
Externe
• Hebben een zodanige vezelrichting dat ze voor ribheffing kunnen zorgen, oftewel
voor inspiratie
• Bovenkant thoraxkooi wordt gefixeerd door rug-, nek- en schouderspieren
Accessoire spieren
→ hebben een punctum fixum en punctum mobile
PAGINA 4
, → voorbeeld: m. scalenii
punctum fixum aan de achterkant zit, achterkant nek moet goed gefixeerd zijn wil deze
spier als ribheffer werken.
punctum mobile aan de voorkant
De longen
• Parenchyma = sponsachtige structuur waarin de longen ook opgehangen zijn
• De vorm is kegelvormig met een apex, basis en 3 zijkanten
• Hilum/hilus = soort punt of circulaire lijn daar waar exact belangrijke structuren
de long binnengaan en ook naar buiten gaan
• Roots = wortel, alle structuren wat hier aanwezig is
• Longvliezen zorgen voor een soepele beweging tussen de long en thorax
!! Patiëntaanzicht, voor jou zit de rechterlong links en de linkerlong rechts
• Bestaan uit een aantal kwabben
- Rechterlong;
bovenkwab → apical, anterior en posterior
Middenkwab → lateraal en mediaal
Onderkwab → 4 segmenten
- Linkerlong;
Bovenkwab → anterior en apical
Onderkwab → 4 segmenten
Geen middenkwab maar een lingula → superior,
inferior segment
Dus: 2 longen, 5 kwabben en 20 segmenten
De luchtwegen
• Bovenste luchtwegen → neus, keelholte (pharynx) en
strottenhoofd (larynx)
• Onderste luchtwegen → luchtpijp (trachea),
hoofdluchtwegen, luchtwegen die naar de segmenten en
subsegmenten gaan en de kleinste luchtwegen
De scheiding zit ter hoogte van de stembanden
Het Weibel’s diagram
PAGINA 5