complete samenvatting
Anatomie en fysiologie hart
6.1.1
Hartcyclus
Diastole, atria en ventrikels ontspannen
Nieuw bloed vanuit holle aders en longaders binnen
Atrioventriculaire (hartkleppen) kleppen open -> bloed van atria
naar ventrikels
Semilunaire kleppen (halvemaanvormige kleppen) dicht ->
voorkomen terugstroom ventrikels vanuit aorta en slagaders
Systole, samentrekken atria en ventrikels
Atrioventriculaire kleppen (hartkleppen) dicht -> bloed niet terug
atria in
Bloed naar buiten via aorta en slagaders
Semilunaire kleppen (halvemaanvormige kleppen) open -> bloed
naar aorta en slagaders
Begin contractiefase: Semilunaire kleppen (halvemaanvormige kleppen)
open -> bloed naar aorta en slagaders
Einde contractiefase: Semilunaire kleppen (halvemaanvormige kleppen)
dicht -> voorkomen terugstroom ventrikels vanuit aorta en slagaders
Atrioventriculaire kleppen= kleppen tussen atria en ventrikels:
Tussen rechteratrium en rechterventrikel -> tricusspidalusklep
(Valva tricuspidalis)
Drie slippen
Tussen linkeratrium en linkerventrikel -> mitralisklep ( Valva
mitralis)
Twee slippen -> bicusspidalisklep
,Semilunaire kleppen= kleppen tussen ventrikels en grote
uitstroomvaten (longslagader (truncus pulmonalis) en aorta)
Tussen rechterventrikel en longslagader (truncus pulmonalis) ->
pulmonalisklep (valva trunci pulmonalis)
Tussen linkerventrikel en aorta -> aortaklep (Valva aortea)
Septum = scheiding tussen zuurstofarme bloed in rechterharthelft en
zuurstofrijke bloed linkerharthelft
Anatomie en fysiologie van de bloedvaten
6.1.2
3 soorten bloedvaten:
1. arteriën (slagaders)
2. venen (aders)
3. capillairen (haarvaten)
Bloeddrukfysiologie:
Bloeddruk/tensie = kracht die het bloed uitoefent op de wand van een
bloedvat
Bepaalt door de hoeveelheid bloed die het bloedvat passeert en de
weerstand die het bloedvat uitoefent
Afhankelijk van hartminuutvolume/cardiac output
Weerstand bloedvat afhankelijk van elasticiteit en diameter bloedvat
Bloed stroomt van hoge druk naar lage druk
Bloeddruk hoogst in grote arteriën linkerhartkamer
Bloeddruk laagst in grote venen rechterharthelft
Bovendruk (systolische druk)= maximale druk na samentrekking van
de ventrikels
,Onderdruk (diastolische druk)= minimale druk in de diastole van het
hart
Verschil= polsdruk
Bloeddruk gereguleerd door:
Autonome zenuwstelsel (snelle systeem)
Hormoonstelsel (trage systeem)
Barorreceptorencomplex
ADH (antidiuretisch hormoon)
RAAS renine- angiotensine- aldosteronsysteem
Baroreceptorenreflex (autonome zenuwstelsel):
Baroreceptoren reageren op bloeddrukverandering
Receptoren in vaatwand van aortaboog en halsslagaders (arteriae
corotides)
Signaleren verandering bloeddruk en geven dit door aan het
cardiovasculaire centrum in de hersenstam
Hoge bloeddruk -> hartslag verlaagd -> vasodilatatie (bloedvaten verwijd)
Lage bloeddruk -> hartslag verhoogd -> vasoconstrictie (bloedvaten
vernauwd)
Antidiuretisch hormoon (ADH):
Aangemaakt hypothalamus en opgeslagen hypofyse
Afgegeven op reactie verlaagde bloeddruk
Zorgt ervoor dat nieren meer water binnenhouden, toename
circulerend volume en stijging bloeddruk
Renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS):
In reactie op daling bloeddruk wordt door juxtamedullaire cellen in
nieren wordt het enzym renine afgegeven
Reinine zet het plasma eiwit angiotensinogeen om in
angiotensine
, Angiotensine I wordt door ACE omgezet tot het hormoon
angiotensine II
Dit hormoon zorgt voor vasoconstrictie en voor de afgifte van
aldosteron in de bijnierschors
Aldosteron zorgt voor reabsorptie natrium en water in de distale
tubuli en verzamelbuizen in de nieren, waardoor het vochtvolume in
het lichaam toeneemt en de bloeddruk stijgt
Aandoeningen hart- en vaatstelsel
6.2
Veelvoorkomende symptomen:
Symptoom Betekenis Toelichting
Angina Pijn op de borst, Een beklemmend of benauwd
pectoris ook wel hartkramp gevoel op de borst door een
absoluut of relatief zuurstoftekort in
(een deel van) de hartspier
Palpitaties Hartkloppingen Algemene term voor de klacht dat
een patiënt het hart sneller voelt
kloppen of overslaan
Extrasystole Hartoverslag of Een extra slag, met daarna een
extra hartslag pauze, tussen het normale
hartritme door. Het voelt alsof er
een slag wordt overgeslagen
Tachycardie Snelle hartslag Wanneer het hart in rust klopt met
een frequentie van > 100 per
minuut
Bradycardie Langzame hartslag Wanneer het hart in rust klopt met
een frequentie van < 50 per minuut
Souffle Hartruis Bij het beluisteren van harttonen
klinkt een ruis, ontstaan door
klepaandoeningen of aangeboren
afwijkingen
Hypertensie Hoge bloeddruk Systolische bloeddruk > 140 mmHg
en/of diastolische bloeddruk > 90
mmHg