a-pulmonalis: longslagader is de slagader waardoor zuurstofarm bloed van het hart naar de
longen wordt gepompt.
systole: ventrikels trekken samen, bloed wordt weggepompt
- isovolumetrische contractie: de atrioventriculaire kleppen sluiten, waardoor er
geen bloed terug kan stromen in de atria. De druk in de ventrikels stijgt maar zijn nog
wel gesloten
- ejectiefase: Wanneer de druk in de ventrikels hoger is dan de aorta en de
longslagader, gaan de aortaklep en de pulmonalisklep open. Het bloed wordt uit het
hart gepompt
diastole: ventrikels ontspannen, bloed stroomt naar binnen
- Isovolumetrische relaxatie: na de systole ontspant de hartspier zich weer, de
aortaklep en pulmonalisklep sluiten, en het hart is nog steeds in een gesloten
toestand totdat de atrioventriculaire kleppen weer opengaan om de cyclus te
herhalen.
- vroege diastole: de kleppen tussen de atria en de ventrikels gaan open, waardoor
het bloed van de atria naar de ventrikels stroomt
- late diastole: De atria trekken samen (atriale systole) en duwen het resterende
bloed in de ventrikels
coronaire circulatie: omloop om het hart van bloed te voorzien
Hart minuut volume (HMV) = slagvolume x hartfrequentie
→ in rust 5 L/min, Bij dynamische inspanning toename tot 25 L/min of meer
(trainbaar)
Ejectiefractie = slagvolume / einddiastolisch volume
→ grotere ventrikels vullen zich met meer bloed, meer bloed per slag wordt
weggepompt
→ sterkere hartspieren hebben een grotere contractiekracht = contractiliteit
frank-starling principe: grotere vulling geeft krachtigere slag wat grotere slagvolume geeft
autoregulatie: een intern mechanisme dat lichaamssystemen gebruiken om een stabiele
werking te behouden ondanks externe veranderingen, zoals schommelingen in de bloeddruk
Sinusknoop = SA-knoop = prikkel ontstaat hier om hartritme te starten
- sympathicus: hartactiviteit neemt toe o.a bij inspanning - invloed op SA
- parasympaticus: hartactiviteit neemt af bij
inspanning - invloed op SA
directe prikkeloverdracht: tussen myocardcellen
via nexus verbindingen
AV-knoop: vertraging van de elektrische puls
zodat de boezems tijd hebben om al hun
bloed in de kamers te pompen.
Bundel van His: daarna stuurt AV-knoop impuls
door en komt er snelle impulsgeleiding
ECG: hartfilmpje dat de elektrische activiteit van het
hart registreert en weergeeft als grafiek.
P: depolarisatie atria
QRS: depolarisatie ventrikels
T: repolarisatie ventrikels
,de prikkelgeleiding is af te lezen uit ECG en de hartactie volgt de prikkelegeleiding
Hoorcollege 2 coronairlijden
Coronairlijden: vernauwing van de kransslagaders door aderverkalking
Atherosclerose is een systeemziekte wat langzaam in jaren progressief voortduurt.
→ er zijn verschillende uitkomsten met hetzelfde ziektepatroon
Angina pectoris: Hartkramp, hartbeklemming of stenocardie. Een drukkende pijnlijke pijn
op de borst door te weinig zuurstof
- anamnese punten: retrosternale beklemmende pijn, uitlokkende factoren: inspanning,
emoties, warmte/kou, klachten verdwijnen in rust of bij gebruik van nitraten.
- Indeling NYHA → eerst AP klachten
1. geen klachten of bij extreme inspanning
2. klachten bij flinke inspanning
3. klachten bij normale dagelijkse activiteiten
4. klachten bij geringe inspanning of in rust (instabiel)
- lichamelijk onderzoek: Auscultatie, ECG, perfusiescintigrafie, coronairangiografie
- Medicatie
1. Voor aanval: provocerende factor wegnemen,
nitraten: ze halen de preload van nieuwe bloed voer weg waardoor
het hart minder moet pompen waardoor die ook minder snel hoeft
te pompen want minder druk geeft → bijwerking is lage bloeddruk
2. onderhoud: langwerkende nitraten, Beta-blokker, calciumantagonist
Bètablokker zorgt ervoor de de hartfrequentie afneemt en zorgt dat
het hart minder hard hoeft te werken → bijwerking is vermoeidheid,
minder inspanning levering
Nitrobaat: vaatverwijdend medicijn waardoor het hart minder hoeft
te werken en meer zuurstof krijgt (want minder zuurstof nodig door
minder hard te werken)
3. preventie: Leefstijlinterventie, antistolling, bloeddrukverlaging,
cholesterolverlaging
Acuut coronair syndroom: overkoepelende term voor ernstige hartaandoeningen die
ontstaan door een plotselinge vernauwing of verstopping van de kransslagaders.
- anamnese punten: retrosternale beklemmende pijn, duur van de klachten,
vegetatieve verschijnselen, dyspneu, voorgeschiedenis
→ let op: bij vrouwen kunnen deze klachten anders zijn
- lichamelijk onderzoek: observatie, pols (frequentie en ritme), bloeddruk, auscultatie,
palpatie
- onderverdeling acuut coronair syndroom
- instabiele angina pectoris
- Myocardinfarct
- Non-ST-elevated myocard infarct (non-STEMI)r
, -
ST-elevated myocard infarct (STEMI)
→ ST in de ECG ligt hoger
- behandeling acuut: pijnbestrijding, antistolling, zuurstof, opname CCU,
reperfusietherapie
1. trombolyse,
2. percutane coronaire interventie (PCI) (ballon)
3. coronaire artery bypass graft (CABG)
complicaties: ritmestoornissen, hartfalen, embolie, ruptuur, kleplijden
→ hangt af waar het weefsel dood gaat, daar kan het complicaties geven
prognose: Hangt af van de grootte van het infarct, lokalisatie van infarct en comorbiditeit
klachten in rust ECG afwijking rust biomarkers
Angina pectoris nee nee nee
Instabiele Angina ja (+) ja (+) nee
Pectoris
Non-STEMI ja (++) ja (+) ja (+++)
STEMI ja (++) ja (+++) ja (+++)
WCO 1 beeldvormende technieken
coronaal = frontaal (bij radiologie)
dextra = rechts
sinistra = links
mri = magnetisch veld, weefsel reageert op verscillende manieren en maakt plaatje van
weke dele letsel =
- kan niet patiënten met pacemaker, of ijzeren platen, ouderwetse protheses -
contraindicatie
- goed voor spieren en pezen
T1
zwart: lucht, kalk, corticaal bot, snel stromend bloed
wit: vet, bloed, gladolinium (contrast), melanine, eiwit
→ in een bot middenin zit vet en bloed
→ vet mag niet in bloed zitten want zorgt voor verstoppingen
→ wanneer het bot niet meer wit is van binnen, is er iets mis, er groeit weefsel
naar binnen bijvoorbeeld kanker, breuk
T2
zwart: lucht, kalk, corticaal bot, snel stromend bloed
wit: eiwitarmvocht(oedeem), liqor (hersenvocht), blaas, gal, nieren, urine