Romeins Recht:
________________________________________________________________________________________________
Romeins Procesrecht:
- Executoriale titel: titel tot ten uitvoerlegging, medewerking overheid
3 Procesvormen:
- Leges actio-proces: juiste woorden gebruiken. Al had je gelijk, als je de verkeerde woorden gebruikte
verloor je.
- Cognitio extraordinara: kon naar rechters toe, die uit naam van de keizers spraken. Kennen we nog
steeds.
- Proces formulam: schriftelijk proces. 2 fasen:
> In iure (praetor): juridische fase, praetor bepaalde welke zaken hij naar de rechter zou sturen.
> In iudicia: feitelijk. Privé-persoon die oordeelde over de feiten.
Hoe begon het proces?
- In iure bij de praetor; dagvaarding
- Praetor had machtsmiddelen waardoor beide partijen meewerkte:
> Indefenus: als medewerking werd geweigerd kon de preator hem indefendus verklaren:
Persoonlijkheid werd geëxecuteerd -> slaaf (later: vermogen).
Persoonlijke actie, tegen een persoon:
> Dreiging: twee opties: verdedigen en je raakt €100 kwijt, niet verdedigen en €1000 kwijt.
Zakelijke actie:
> Als iemand zich niet verdedigde, raakte hij de zaak gewoon kwijt
Omnia iudicia pecuniaria sunto: alle vonnissen worden in geldbedragen uitgedrukt.
- Rechter mag dus alleen veroordelen tot betaling van geldbedrag, hij mag het bezit niet vorderen.
- Restitutieclausule: als gedaagde de zaak niet terug wilde geven, dan ging de rechter een
waardeschatting maken van de zaak. Deze schatting was veel hoger dan de echte waarde -> indirect
middel, dwangsom.
Procesovereenkomst:
- De door de partijen in gebrachte rechtsbetrekking ging teniet.
- Hiervoor in de plaats kwam een voorwaardelijke rechtsbetrekking.
- Het vervangen van de oude rechtsbetrekking door een voorwaardelijke nieuwe rechtsbetrekking wordt
ook wel gedwongen schuldvernieuwing genoemd.
> Als er een veroordeling heeft plaatsgevonden, is er ook al een procesovereenkomst tot stand
gekomen, waardoor schuldvernieuwing heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de oude vordering teniet
gegaan.
- Rechtsgevolgen teniet gaan rechtsbetrekking: nieuwe rechtsbetrekking overerfelijk. Erfgenaam
aansprakelijk voor de OD vanaf het moment dat de procesovk tot stand was gekomen.
________________________________________________________________________________________________
Personen- en familierecht
Slaven:
- Executie vonnis: als je een schuld had en deze niet kon betalen, dan had de schuldeiser het recht de
schuldenaar te verkopen en hem zo slaaf te maken.
- Slaven waren eigendom van een persoon, met vermogen
- Je kon bij leven of testament je slaaf vrijlaten
- Slaven hadden handgeld, het was niet hun eigen geld maar hij had toestemming daarmee te handelen.
Hij kon hier zaken van kopen dat door de eigenaar niet kan worden teruggevorderd.
- Eigenlijk sprak je de eigenaar van de slaaf aan, want slaaf heeft geen eigen vermogen
BV: slaaf pleegt OD:
> eigenaar beperkt aanspreken, die kreeg keus: schade betalen of eigendom slaaf afstaan.
> slaaf heeft wel schuld maar geen aansprakelijkheid -> natuurlijke verbintenis
> na vrijlating kon je hem wel aanspreken
Familia:
- Alleen pater familia had eigen vermogen
- Sui iuris: eigen recht; iemand die een zelfstandige positie inneemt binnen de familie: pater familias
- Alieni iuris: juridisch niet zelfstandig; geen eigen vermogen: iedereen die daaronder zat
, - Gevolg: alles wat zij verworven wordt eigendom van de pater familias
In de vaderlijke macht komen:
Adoptie:
- Kind dat wel een pater familias had, maar over ging van de ene naar een andere familie
- Handig voor opvolging: keizer heeft alleen dochters; adopteert een zoon
Adrogatie:
- Klein kind was zelf pater familias, sui iuris. Maar nog niet bekwaam om vermogen te beheren
- Kind werd in andere familie gezet
- Sui -> alieni
- Gevolg: er verdwijnt een familie + vermogen gaat over
- Opvolging onder algemene titel
Uit de vaderlijke macht halen:
Emancipatio:
- Alieni iuris -> sui iuris
- Als zoon 3x in de slavernij werd verkocht door zijn vader, werd hij bevrijd van de vaderlijke macht
- Gevolg: zoon werd zelf sui iuris
- Dochter 1x verkopen op grond van interpretatie.
Huwelijk:
- Schenkingen tussen echtgenoten zijn nietig
Handelingsonbekwaamheid:
- Sui iuris!
- Gevolg: nietig, tenzij: minderjarigheid, dan vernietigbaar
Minderjarigheid:
<7 nietig tutor
<12/14 vernietigbaar tutor
Meisjes > 12 vernietigbaar als curator tot 25
Jongens > 14 benadeling
> 25 handelingsbekwaam
- Wel nog steeds aansprakelijk (?)
________________________________________________________________________________________________
Verbintenissenrecht
- Minimum voorwaarde ontstaan verbintenis: voldoende duidelijke overeenkomst, betaalbaarheid.
- Derden kon je niet binden
Alternatieve verbintenis:
- Verbintenis waarbij er een alternatief is voor de crediteur dan wel de debiteur die kan kiezen tussen twee
prestaties.
BV: een paard of een koe.
- Normaliter ligt de keus bij de crediteur
- Door keuze kenbaar te maken (paard of koe), wordt de alternatieve verbintenis een enkelvoudige
verbintenis
Stipulatio:
- Plechtige, formele en mondelinge belofte
- Hiermee kon je procederen
- ‘Belooft u mij dat paard te geven’ = stipulatie
- ‘Belooft u mij dat paard te verkopen’ = koopovereenkomst, geen stipulatio
Problemen bij de stipulatio:
1. Overmacht bij stipulatio
- Enkelvoudige verbintenis: (keuze dus al gemaakt)
> X moest paard geven, maar mogelijkheid wordt hem ontnomen
________________________________________________________________________________________________
Romeins Procesrecht:
- Executoriale titel: titel tot ten uitvoerlegging, medewerking overheid
3 Procesvormen:
- Leges actio-proces: juiste woorden gebruiken. Al had je gelijk, als je de verkeerde woorden gebruikte
verloor je.
- Cognitio extraordinara: kon naar rechters toe, die uit naam van de keizers spraken. Kennen we nog
steeds.
- Proces formulam: schriftelijk proces. 2 fasen:
> In iure (praetor): juridische fase, praetor bepaalde welke zaken hij naar de rechter zou sturen.
> In iudicia: feitelijk. Privé-persoon die oordeelde over de feiten.
Hoe begon het proces?
- In iure bij de praetor; dagvaarding
- Praetor had machtsmiddelen waardoor beide partijen meewerkte:
> Indefenus: als medewerking werd geweigerd kon de preator hem indefendus verklaren:
Persoonlijkheid werd geëxecuteerd -> slaaf (later: vermogen).
Persoonlijke actie, tegen een persoon:
> Dreiging: twee opties: verdedigen en je raakt €100 kwijt, niet verdedigen en €1000 kwijt.
Zakelijke actie:
> Als iemand zich niet verdedigde, raakte hij de zaak gewoon kwijt
Omnia iudicia pecuniaria sunto: alle vonnissen worden in geldbedragen uitgedrukt.
- Rechter mag dus alleen veroordelen tot betaling van geldbedrag, hij mag het bezit niet vorderen.
- Restitutieclausule: als gedaagde de zaak niet terug wilde geven, dan ging de rechter een
waardeschatting maken van de zaak. Deze schatting was veel hoger dan de echte waarde -> indirect
middel, dwangsom.
Procesovereenkomst:
- De door de partijen in gebrachte rechtsbetrekking ging teniet.
- Hiervoor in de plaats kwam een voorwaardelijke rechtsbetrekking.
- Het vervangen van de oude rechtsbetrekking door een voorwaardelijke nieuwe rechtsbetrekking wordt
ook wel gedwongen schuldvernieuwing genoemd.
> Als er een veroordeling heeft plaatsgevonden, is er ook al een procesovereenkomst tot stand
gekomen, waardoor schuldvernieuwing heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de oude vordering teniet
gegaan.
- Rechtsgevolgen teniet gaan rechtsbetrekking: nieuwe rechtsbetrekking overerfelijk. Erfgenaam
aansprakelijk voor de OD vanaf het moment dat de procesovk tot stand was gekomen.
________________________________________________________________________________________________
Personen- en familierecht
Slaven:
- Executie vonnis: als je een schuld had en deze niet kon betalen, dan had de schuldeiser het recht de
schuldenaar te verkopen en hem zo slaaf te maken.
- Slaven waren eigendom van een persoon, met vermogen
- Je kon bij leven of testament je slaaf vrijlaten
- Slaven hadden handgeld, het was niet hun eigen geld maar hij had toestemming daarmee te handelen.
Hij kon hier zaken van kopen dat door de eigenaar niet kan worden teruggevorderd.
- Eigenlijk sprak je de eigenaar van de slaaf aan, want slaaf heeft geen eigen vermogen
BV: slaaf pleegt OD:
> eigenaar beperkt aanspreken, die kreeg keus: schade betalen of eigendom slaaf afstaan.
> slaaf heeft wel schuld maar geen aansprakelijkheid -> natuurlijke verbintenis
> na vrijlating kon je hem wel aanspreken
Familia:
- Alleen pater familia had eigen vermogen
- Sui iuris: eigen recht; iemand die een zelfstandige positie inneemt binnen de familie: pater familias
- Alieni iuris: juridisch niet zelfstandig; geen eigen vermogen: iedereen die daaronder zat
, - Gevolg: alles wat zij verworven wordt eigendom van de pater familias
In de vaderlijke macht komen:
Adoptie:
- Kind dat wel een pater familias had, maar over ging van de ene naar een andere familie
- Handig voor opvolging: keizer heeft alleen dochters; adopteert een zoon
Adrogatie:
- Klein kind was zelf pater familias, sui iuris. Maar nog niet bekwaam om vermogen te beheren
- Kind werd in andere familie gezet
- Sui -> alieni
- Gevolg: er verdwijnt een familie + vermogen gaat over
- Opvolging onder algemene titel
Uit de vaderlijke macht halen:
Emancipatio:
- Alieni iuris -> sui iuris
- Als zoon 3x in de slavernij werd verkocht door zijn vader, werd hij bevrijd van de vaderlijke macht
- Gevolg: zoon werd zelf sui iuris
- Dochter 1x verkopen op grond van interpretatie.
Huwelijk:
- Schenkingen tussen echtgenoten zijn nietig
Handelingsonbekwaamheid:
- Sui iuris!
- Gevolg: nietig, tenzij: minderjarigheid, dan vernietigbaar
Minderjarigheid:
<7 nietig tutor
<12/14 vernietigbaar tutor
Meisjes > 12 vernietigbaar als curator tot 25
Jongens > 14 benadeling
> 25 handelingsbekwaam
- Wel nog steeds aansprakelijk (?)
________________________________________________________________________________________________
Verbintenissenrecht
- Minimum voorwaarde ontstaan verbintenis: voldoende duidelijke overeenkomst, betaalbaarheid.
- Derden kon je niet binden
Alternatieve verbintenis:
- Verbintenis waarbij er een alternatief is voor de crediteur dan wel de debiteur die kan kiezen tussen twee
prestaties.
BV: een paard of een koe.
- Normaliter ligt de keus bij de crediteur
- Door keuze kenbaar te maken (paard of koe), wordt de alternatieve verbintenis een enkelvoudige
verbintenis
Stipulatio:
- Plechtige, formele en mondelinge belofte
- Hiermee kon je procederen
- ‘Belooft u mij dat paard te geven’ = stipulatie
- ‘Belooft u mij dat paard te verkopen’ = koopovereenkomst, geen stipulatio
Problemen bij de stipulatio:
1. Overmacht bij stipulatio
- Enkelvoudige verbintenis: (keuze dus al gemaakt)
> X moest paard geven, maar mogelijkheid wordt hem ontnomen