Voorbeeld juridische en rechtssociologische vraag over:
Blokkeerfriezen: is er een schending en hoe is de ophef onder de blokkeerfriezen ontstaan?
Kinderasiel: is een land veilig en in hoeverre is het ethisch verantwoord om een kind na 7
jaar terug te sturen?
DNA onderzoek: zou dit mogelijk moeten zijn en wat vindt de gemiddelde Nederland
hiervan?
Rookverbod: mag een 16 jarige sigaretten kopen en wat vindt de Nederlandse maatschappij
van roken in het algemeen?
Schuldig in een rechtszaak:
Wat voor soort vragen we stellen, wat is het onderwerp van de vraag en met welk materiaal
kan je antwoord geven.
Juridisch gezichtspunt
Gaat over de inhoud over het geldende recht; de toepassing in concrete situaties. Het
onderwerp is rechtmatigheid; is het strafbaar/behoorlijk? De bronnen zijn de geschreven
bronnen zoals wetgeving, jurisprudentie, verdragen en de ongeschreven regels; de doctrine.
Empirisch gezichtspunt
Gaat over de vragen over de werkelijkheid. De onderwerpen zijn voor, tijdens en na de
rechtszaak. Dus wat is de achtergrond, wat weten we over de hoofdrolspelers, hoe stelt de
rechter zich op, hoe ervaren partijen het proces en wat zijn de effecten van het vonnis. De
bronnen zijn de feiten over de werkelijkheid en de empirische theorie. Empirisch is vaak het
vaststellen van feiten. De theorie is de verklaring waarom dit zo is. Dit is het
rechtssociologische deel.
(Rechtsfilosofisch perspectief)
Dit gaat om de beoordeling van de werkelijkheid van het geldend recht. Mag het? Is het goed?
Rechtvaardig? Democratisch? De bronnen hierbij zijn de algemene moraal, geweten of de
religie.
De betekenis van het contractrecht in de zakenwereld
Mecauley ging onderwijs geven over contracten en heeft een rechtssociologisch onderzoek
gedaan over de praktijk en de contracten. De onderzoeksvraag was; wanneer wordt het
contractenrecht wel of niet gebruikt en waarom? Gaat dus over de beschrijving van de feiten.
Mecauley heeft feiten verzameld en heeft daar een theorie bij bedacht. Mede hierdoor is er
een grotere waarde gehecht aan de rechtssociologie.
Ruiltransacties kunnen min of meer contractueel zijn. Operationalisering van het contract:
omzetten naar begrippen. Een contract omvat rationele planning (van tevoren) en juridische
sancties (als het contract niet wordt nageleefd). Dit heet operationalisering: abstracte
concepten uit een theorie concreet formuleren en als meetbare grootheid definiëren.
Voor tentamen: waarom is de tekst van Mecauley belangrijk?
Macauley laat duidelijk zien dat wat er in de boeken staat niet de praktijk gebeurt.
Uitzending van de Rechtbank:
, Juridische vraag: is het weigeren van een blaastest strafbaar?
Rechtssociologische vraag: wat is het effect in de Nederlandse maatschappij en in de
Nederlandse rechtsorde als blaastesten voortaan geweigerd mogen worden?
Week 3
De term semi-autonoom sociaal veld komt van Sally Moore. Aan de hand van twee
voorbeelden laat ze zien dat dit overal voorkomt. Eerste voorbeeld is een stam bij de
Kilimanjaro en het tweede voorbeeld is de mode industrie in New York City. Ze laat zien dat
de wetgever probeert regels op te leggen aan de maatschappij, maar de informele regels zijn
in het semi-autonome sociale veld sterker. De interne regels en de informele controle zijn dus
sterker.
Een semi-autonoom sociaal veld is eigenlijk een groep. Een veld staat gelijk aan groep. Dit is
een term voor het beschrijven van concrete sociale context. Er zijn twee functionele
kenmerken van een groep: er zijn interne regels en er bestaat interne handhaving. Waarom is
het nu semi-autonoom? Deels autonoom, ze zijn deels onderworpen aan regulerende
invloeden van buitenaf. Er zijn dus eigen regels, maar ook regels van buitenaf kunnen naar
binnen worden gebracht. Je kan als persoon in meerdere velden zitten, zoals een gezin en
studenten. In elk veld zijn eigen normen, die informeel en formeel gecontroleerd kunnen
worden. Er is geen scherp onderscheid.
Sociale controle is erg belangrijk in de semi-autonome sociale velden. Bij Macaulay was
sociale controle ook belangrijk: men gaat geen juridische clausules aan elkaar voorlezen, als
men ooit nog zaken wil doen. Niet meteen naar een advocaat rennen.
Relationele afstand these
Hoe groter de relationele afstand, des te groter de kans op meer formele vormen van
geschilbeslechting (en andersom).
Galanter
Galanter kijkt naar procespartijen. Vanuit juridisch perspectief kijk je naar het rechtssysteem;
wat zijn de regels? Je kijkt dus naar het procesrecht. Het rechtssociologische perspectief gaat
over de procespartijen; als er verschillen zijn, in hoeverre heeft dat invloed op de rest van het
proces?
Galanter zegt dat er twee typen partijen zijn te onderscheiden: de one-shotters en de repeat-
players. One-shotters zijn partijen die een enkele keer met het recht in aanraking komen. Die
nemen zelden toevlucht tot de rechtbank. Typisch voorbeeld is een scheidingszaak. Een one-
shotter hecht heel veel waarde aan de uitspraak van die specifieke zaak. Deze is vaak
emotioneel. Vaak kleine groepen, niet rijk. De positie van de one-shotter kan versterkt worden
door advocaten, institutionele voorzieningen of door regels. Galenter is daar niet heel
enthousiast over.
Advocaten
Weinig invloed op positie van de one-shotter. Dit komt door een lager niveau van juridische
professie, problemen met mobiliseren klantenkring, eenmalige karakter van de zaak, strategie
op lange termijn onethisch en de loyaliteit van de bemiddelaar. Een gespecialiseerde groep
advocaten kan wel invloed hebben op de positie van de one-shotter. Advocaten hebben er
belang bij om regels complex en mystiek te houden.