Diabetes Mellitus
De eilandjes van Langerhans in de alvleesklier bepalen de bloedsuikerspiegel. Deze
eilandjes bevatten alfa- en bètacellen. De bètacellen produceren insuline.
Insuline → zorgt ervoor dat lichaamscellen glucose opnemen en omzetten in
glycogeen. Hierdoor kan de bloedsuikerspiegel constant worden gehouden.
Ongeveer 50% van de insuline wordt door de lever opgenomen en afgebroken. Tijdens
het vasten reguleert insuline de glucosesecretie van de lever. Na het eten promoot de
insuline het opnemen van glucose door vet en spierweefsel.
Diabetes type I
Diabetes mellitus type I wordt veroorzaakt door een auto-immuunreactie. Een antigeen
op de bètacellen wordt als lichaamsvreemd gezien. Hierdoor raken de bètacellen
ontstoken en zullen ze afgebroken worden. Hierdoor kan de alvleesklier (bijna) geen
insuline meer aanmaken. Er is dus sprake van een insulinedeficiëntie.
Hoeveel insuline er door het lichaam wordt aangemaakt, kan gemeten worden door het
c-peptide te meten. Dit is een bijproduct van de reactie waarbij pro-insuline wordt
omgezet naar insuline.
Kenmerken van diabetes type I:
- Klachten op jonge leeftijd.
- Niet genetisch.
- Insulinedeficiëntie.
- Behandeling met insuline.
- Acute klachten.
- 10% van alle diabetespatiënten.
Diabetes type II
Diabetes mellitus type II wordt veroorzaakt door een pancreasdysfunctie en
insulineresistentie. De pancreasdysfunctie kan veroorzaakt worden doordat de
bètacellen harder gaan werken en vervolgens uitgeput raken. Insulineresistentie wordt
onder andere veroorzaakt door inflammatie. De oorzaak hiervan is multifactorieel. Bij
insulineresistentie is de insulinereceptor ongevoelig, waardoor insuline geen functie
heeft.
,Risicofactoren bij DM2:
- Obesitas
- Weinig bewegen
- Ongezonde leefstijl
- Stress
- Hoge leeftijd
- Genetische predispositie
Diabetes type 2 is reversibel (leefstijl aanpassen), omdat de bètacellen niet kapot zijn,
maar de insulinereceptoren ongevoelig zijn.
Zwangerschapsdiabetes en ouderdomsdiabetes zijn vormen van diabetes type 2
waarbij er al aanleg voor DM2 bestond, maar de ziekte pas ontwikkeld is tijdens de
zwangerschap of na verloop van tijd.
Kenmerken diabetes type II:
- Overgewicht
- Erfelijkheid speelt een grote rol
- Reversibel
- Langzaam beloop, wordt per toeval ontdekt.
- Geen insulinebehandeling.
- Leefstijlverandering als eerste behandeling, eventueel metformine als leefstijl
niet genoeg is.
MODY
MODY is een vorm van diabetes die volledig genetisch bepaald wordt door het optreden
van een puntmutatie. Deze mutatie zorgt voor een insulinedeficiëntie. De symptomen
komen overeen met die van DM1.
Klachten bij diabetes
- Veel plassen → door veel glucose in urine (hoge osmotische waarde).
- Dorst → door veel plassen.
- Gewichtsverlies.
- Moeheid.
- Slecht zien.
- Infecties.
- Jeuk.
- Tintelingen
- Sufheid
- Hypo- of hyperglycemie.
, Hypoglycemie → ontstaat wanneer er een te lage glucosegehalte in het bloed is (< 4).
Dit kan doordat er teveel insuline is toegediend. Een hypo kan leiden tot
bewusteloosheid. Je kan een hypo behandelen door een snelle suiker te nemen met
daarnaast een langzame suiker.
Symptomen bij een hypo:
- Hoofdpijn.
- Bleekheid.
- Moeheid.
- Zweten.
- Honger.
- Duizeligheid.
- Beven.
- Slecht zien.
Hyperglycemie → wordt veroorzaakt door een te hoog glucosegehalte in het bloed (>
10). Dit kan worden behandelt door insuline toe te dienen.
Symptomen bij een hyper:
- Moeheid.
- Slaperigheid.
- Droge tong.
- Veel plassen.
- Dorst.
Complicaties bij diabetes
De complicaties op korte termijn zijn hierboven genoemd. Op de lange termijn kunnen er
ook permanente complicaties ontstaan. Deze zijn te verdelen in macro- en
microvasculaire complicaties.
Microvasculaire complicaties:
- Retinopathie → Verminderd zicht door aangetaste bloedvaten in het oog.
- Neuropathie → zenuwen worden aangetast en gaan minder functioneren. Dit kan
je testen door in de voetzool te prikken.
- Nierfalen → diabetes veroorzaakt bindweefselvorming in nieren.
Macrovasculaire complicaties:
- Vasculaire schade → leidt tot bloedvatvernauwing en hoger risico op
hart/herseninfarcten. Vaatwanden gaan licht ontsteken, waardoor er schade
ontstaat.