Middeleeuwen:
Het idee in de middeleeuwen was memento mori(gedenk te sterven). In deze tijd stond
God centraal. Je leefde voor de eeuwige tijd na je dood. De schrijvers van verhalen
waren vaak anoniem omdat de schrijver niet de bedenker is maar de vastlegger is van
een bestaand verhaal en zijn talent is een gift van God. Hiervoor moet je dan ook
dankbaar zijn en niet zoeken naar lof.
Echter is er wel een schrijver die we kennen van die tijd namelijk Willem die Madocke
maakte. Het document is nooit gevonden maar we weten uit zijn verhaal Reynaart de
Vos dat hij ook Madocke heeft gemaakt. Hij citeerde in het verhaal zichzelf(Willem die
Madocke maakte). De genres in die tijd waren Arthurroman(verhalen over Arthur en
zijn ridders die hulp aanbieden van de ronde tafel aan wie het nodig heeft. Ze zijn trouw,
edelmoedig en hoffelijk), Karelroman(ridderverhalen rondom Karel de Grote),
Mariamirakel(Maria verricht een wonder om gelovige te helpen of te redden) &
Allegorie(vorm van beeldspraak, er wordt iets anders bedoeld dan wat er letterlijk
gebeurt. Personen, dieren of dingen stellen ideeën of eigenschappen op zoals goed of
kwaad). De samenleving in de middeleeuwen was Hoofs(ridders zijn trouwe vechters,
edelmoedig en hoffelijk tegenover vrouwen), Mystiek(het streven naar een directe
persoonlijke ervaring van God. Dit zijn vaak de vrouwen want ze kunnen geen carrière
hebben binnen de kerk) en Boetedoening(iemand voert een straf of taak uit om zo
vergeving te krijgen van zijn zonden en naar de Hemel gaat.
Verhalen uit die tijd:
· Reynaart de Vos = het verhaal gaat over Reynaart hij is een slimme en sluwe vos die
door andere dieren wordt aangeklaagd bij koning Nobel (de leeuw). Ze beschuldigen
heb van diefstal, bedrog en geweld. De koning stuurt verschillende dieren om Reynaart
te halen, maar hij weet hen steeds te misleiden of af te schrikken. Uiteindelijk komt
Reynaart zelf naar het hof en verzint een leugen over een verborgen schat om zichzelf te
, redden. Door zijn slimme praatjes weet hij zelfs de koning te overtuigen en wordt hij
vrijgesproken terwijl de anderen dieren worden gestraft.
· Mariken van Nieumeghen = een middeleeuws mirakelspel over een jong meisje
Mariken dat uit huis wegloopt en in handen valt van de duivel (Moenen). Ze leeft zeven
jaar in zonde met hem door onder anderen te feesten. Uiteindelijk keert ze berouwvol
terug en zoekt naar boetedoening en krijgt dankzij Maria vergeving van god. Ze moet 3
dikke metalen ringen om haar nek en armen dragen tot het eraf valt.
· Karel en de Elegast = een middeleeuws ridderverhaal waarin keizer Karel de Grote
een droom van god krijgt. Hij moet die nacht gaan stelen. Hoewel dat vreemd klinkt
voor een keizer gehoorzaamt Karel. In het bos ontmoet hij Elegast
een eerlijke maar verbannen ridder die leeft van diefstal. Samen besluiten ze in te
breken bij Eggeric Karels zwager. Daar hoort Elegast dat Eggeric een plan heeft om
Karel te vermoorden. Karel keert terug naar zijn paleis en laat de volgende dag Eggeric
gevangennemen en veroordeelt hem. Elegast krijgt een eerherstel en wordt een
gerespecteerde ridder en mag trouwen met de zus van Karel de Grote.
· Beatrijs = een non die haar klooster verlaat om met haar geliefde te leven. Ze krijgt
kinderen, maar wordt later arm en verlaten. In haar wanhoop bidt ze tot Maria en
besluit terug te keren naar het klooster. Daar ontdekt ze dat Maria al die jaren haar
plaats heeft ingenomen, zodat niemand haar afwezigheid heeft gemerkt. Beatrijs wordt
vergeven en mag blijven.
Renaissance:
Het idee in de Renaissance was carpe diem(pluk de dag) in die tijd stond de mens
centraal. Het was de wedergeboorte in de nieuwe interesse in de klassieke oudheden. In
deze tijd stond God minder centraal. Hij was nog wel belangrijk maar de tijd voor je
dood is ook belangrijk en daarom moet je de wereld ontdekken. Tijdens de Renaissance
mochten de schrijvers wel hun namen op hun boek, schilderij etc. zetten. Bekende
namen zijn dan ook Joost van den Vondel & Constantijn.
De genres uit die tijd zijn Sonnet(gedicht van 14 regels met een vaste vorm en
rijmschema. Het bestaat uit 2 strofes met twee kwatrijnen en twee van terzetten. De
wending gebeurt vaak na de volta, oftewel na de eerste 8 regels), tragedie een verhaal
of een toneelstuk met een droevige afloop, waarin de hoofdpersoon vaak ten onder gaat
door eigen fouten, zonden etc.), epigram(een gedicht met een spottende, grappige of