Bedrijfsbeslissingen en financiële verantwoording aantekeningen en
PowerPoints
Bedrijfseconomie:
Bedrijfsprocessen meetbaar maken in financiële termen om zo managers te helpen
met het nemen van beslissingen.
Bedrijfseconomie houdt zich bezig met het maken van keuzen binnen een bedrijf,
waarbij financiële aspecten een rol spelen.
Vertaald naar geld: wat kost het? Hoeveel cash is er nodig? Hoeveel kost het product
om te maken? wat is de winstmarge?
Financiële overzichten:
Er kan veel gezegd worden over de financiële toestand van een bedrijf door te kijken
naar de balans, winst- en verliesrekening en de liquiditeitsbegroting.
,Investeringsbegroting
Linkerzijde van de balans (debet)
Wat is er nodig om een bedrijf te starten?
Welke activa (productiemiddelen) zijn nodig:
- Gebouwen
- Inventaris
- Machines
- Voorraden (voor productie)
- Kasgeld (winkel)
De activa kan verschillen door de aard van het bedrijf
Vaste activa looptijd > 1 jaar:
- Pand
- Machines
- Inventaris
Vlottende activa looptijd < 1 jaar:
- Voorraden (grond- en hulpstoffen, eind- en handelsproducten)
- Debiteuren (je krijgt nog geld)
Liquide middelen:
- Kasgeld (winkel)
- Banktegoeden (rekening)
Voorbeeld van een investeringsbegroting
Een groep ondernemers van 4 personen start per 1 januari 2021 een
handelsonderneming. De onderneming verkoopt tablets en mobiele telefoons.
Benodigde activa:
- Gebouw: De ondernemers kopen een winkelpand. De aanschafwaarde
bedraagt €250.000.
- Inventaris: De aanschafwaarde van de inventaris van de winkel bedraagt
€50.000.
- Voorraad handelsgoederen: Beginvoorraad tablets en mobiele telefoons heeft
een waarde van €10.000.
- Overige voorraad: Waarde €1.000.
- Liquide middelen: Er is een minimale behoefte aan liquide middelen van
€10.000
,Investeringsbegroting
Vaste activa:
Gebouw €250.000
Inventaris €50.000
Vlottende activa:
Voorraad handelsgoed. €10.000
Voorraad overig €1.000
Liquide middelen:
Kas/bank €10.000
Totaal €321.000
, Financieringsplan
Rechterzijde van een balans (credit)
In een financieringsplan staat de wijze van financiering (= vermogen) van de begrote
investeringen. Onderscheid tussen: Eigen vermogen en Vreemd vermogen.
• Eigen vermogen: Vermogen dat door de eigenaren van onderneming
permanent ter beschikking is gesteld aan de onderneming. Of eigen vermogen
dat je aantrekt door de verkoop van aandelen.
• Vreemd vermogen: Vermogen dat door externen tijdelijk ter beschikking is
gesteld aan onderneming.
- lang vreemd vermogen: Verplichtingen die na een jaar of langer moeten
worden voldaan.
1. Hypothecaire lening met onroerend goed als onderpand.
2. Banklening met looptijd van 10 jaar.
- kort vreemd vermogen: Verplichtingen die binnen een jaar moeten worden
voldaan.
1. Crediteuren: Schulden aan leveranciers.
2. Overige kortlopende schulden: nog te betalen nota’s
3. Rekening-courant: Rekening bij bank waarmee betalingen worden
verricht en waarop betalingen worden ontvangen.
Voorbeeld van een financieringsplan
De ondernemers beschikken over de volgende financieringsmogelijkheden:
• Eigen vermogen: 4 ondernemers elk €10.000 storten.
• Hypothecaire lening: Het winkelpand ad. €250.000 zal worden gefinancierd
met een hypothecaire lening.
• Overige langlopende lening: Voor de financiering van de beginvoorraad en
een deel van de inventaris is een langlopende lening afgesloten ad. €15.000.
• Het restant van de benodigde financiering zal in de vorm van een rekening-
courantkrediet bij de bank worden opgenomen.
Financieringsplan
Eigen vermogen €40.000
Lang vreemd vermogen:
Hypothecaire lening €250.000
Overige lening €15.000
Kort vreemd vermogen:
r/c krediet bank €16.000
Totaal €321.000
Eigen vermogen + lang vreemd vermogen => €40.000 + €250.000 + €15.000 =
€305.000
Totale investeringsbehoefte is €321.000
Nog benodigde financiering = €321.000 - €305.000 = €16.000
PowerPoints
Bedrijfseconomie:
Bedrijfsprocessen meetbaar maken in financiële termen om zo managers te helpen
met het nemen van beslissingen.
Bedrijfseconomie houdt zich bezig met het maken van keuzen binnen een bedrijf,
waarbij financiële aspecten een rol spelen.
Vertaald naar geld: wat kost het? Hoeveel cash is er nodig? Hoeveel kost het product
om te maken? wat is de winstmarge?
Financiële overzichten:
Er kan veel gezegd worden over de financiële toestand van een bedrijf door te kijken
naar de balans, winst- en verliesrekening en de liquiditeitsbegroting.
,Investeringsbegroting
Linkerzijde van de balans (debet)
Wat is er nodig om een bedrijf te starten?
Welke activa (productiemiddelen) zijn nodig:
- Gebouwen
- Inventaris
- Machines
- Voorraden (voor productie)
- Kasgeld (winkel)
De activa kan verschillen door de aard van het bedrijf
Vaste activa looptijd > 1 jaar:
- Pand
- Machines
- Inventaris
Vlottende activa looptijd < 1 jaar:
- Voorraden (grond- en hulpstoffen, eind- en handelsproducten)
- Debiteuren (je krijgt nog geld)
Liquide middelen:
- Kasgeld (winkel)
- Banktegoeden (rekening)
Voorbeeld van een investeringsbegroting
Een groep ondernemers van 4 personen start per 1 januari 2021 een
handelsonderneming. De onderneming verkoopt tablets en mobiele telefoons.
Benodigde activa:
- Gebouw: De ondernemers kopen een winkelpand. De aanschafwaarde
bedraagt €250.000.
- Inventaris: De aanschafwaarde van de inventaris van de winkel bedraagt
€50.000.
- Voorraad handelsgoederen: Beginvoorraad tablets en mobiele telefoons heeft
een waarde van €10.000.
- Overige voorraad: Waarde €1.000.
- Liquide middelen: Er is een minimale behoefte aan liquide middelen van
€10.000
,Investeringsbegroting
Vaste activa:
Gebouw €250.000
Inventaris €50.000
Vlottende activa:
Voorraad handelsgoed. €10.000
Voorraad overig €1.000
Liquide middelen:
Kas/bank €10.000
Totaal €321.000
, Financieringsplan
Rechterzijde van een balans (credit)
In een financieringsplan staat de wijze van financiering (= vermogen) van de begrote
investeringen. Onderscheid tussen: Eigen vermogen en Vreemd vermogen.
• Eigen vermogen: Vermogen dat door de eigenaren van onderneming
permanent ter beschikking is gesteld aan de onderneming. Of eigen vermogen
dat je aantrekt door de verkoop van aandelen.
• Vreemd vermogen: Vermogen dat door externen tijdelijk ter beschikking is
gesteld aan onderneming.
- lang vreemd vermogen: Verplichtingen die na een jaar of langer moeten
worden voldaan.
1. Hypothecaire lening met onroerend goed als onderpand.
2. Banklening met looptijd van 10 jaar.
- kort vreemd vermogen: Verplichtingen die binnen een jaar moeten worden
voldaan.
1. Crediteuren: Schulden aan leveranciers.
2. Overige kortlopende schulden: nog te betalen nota’s
3. Rekening-courant: Rekening bij bank waarmee betalingen worden
verricht en waarop betalingen worden ontvangen.
Voorbeeld van een financieringsplan
De ondernemers beschikken over de volgende financieringsmogelijkheden:
• Eigen vermogen: 4 ondernemers elk €10.000 storten.
• Hypothecaire lening: Het winkelpand ad. €250.000 zal worden gefinancierd
met een hypothecaire lening.
• Overige langlopende lening: Voor de financiering van de beginvoorraad en
een deel van de inventaris is een langlopende lening afgesloten ad. €15.000.
• Het restant van de benodigde financiering zal in de vorm van een rekening-
courantkrediet bij de bank worden opgenomen.
Financieringsplan
Eigen vermogen €40.000
Lang vreemd vermogen:
Hypothecaire lening €250.000
Overige lening €15.000
Kort vreemd vermogen:
r/c krediet bank €16.000
Totaal €321.000
Eigen vermogen + lang vreemd vermogen => €40.000 + €250.000 + €15.000 =
€305.000
Totale investeringsbehoefte is €321.000
Nog benodigde financiering = €321.000 - €305.000 = €16.000