STAATSRECHT
Staats- en bestuursrechtelijke aspecten voor de SJD’er – Kwartiel 1.2
Saxion Hogeschool Deventer
Sociaal-Juridische Dienstverlening
,Hoofdstuk 2 Rechtstaat
Het staatsrecht houdt zich bezig met de organisatie van de overheid. Welke organen zijn er, welke
taken en bevoegdheden hebben die en hoe functioneren die.
Koninkrijk der Nederlanden -> Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten
2.1 Kenmerken van een staat
B e v o lk in g - 'o n d e rd a n e n ' v a n d e s ta a t
S ta a G ro n d g e b ie d - e e n g e b ie d w a a r d e s ta a t m a c h t k a n u ito e fe n e n
S ta a ts g e za g - o rg a n is a ti e m e t d e h o o g s te m a c h t
t
Staten zijn soeverein -> ze zijn de hoogste en onafhankelijke macht om wetten te maken en toe te
passen binnen de eigen grenzen en om internationale betrekkingen te onderhouden.
Leveren soms een stuk van deze macht vrijwillig in om internationaal samen te werken.
Europese Unie -> samenwerkingsverband van 28 landen in Europa.
o Verordeningen en richtlijnen -> belangrijkste besluiten van de Europese Unie.
o Lidstaten zijn verbonden aan besluiten en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering
hiervan.
2.2 Nederlanderschap
Het Nederlanderschap geeft het recht in ons land te verblijven, om aan verkiezingen deel te nemen
en om van voorzieningen gebruik te maken, zoals uitkeringen en scholing. Bij verblijf in het
buitenland kan een beroep gedaan worden op ondersteuning door ambassade of consulaat van
Nederland.
Ontstaan van Nederlanderschap:
o Geboorte (art. 3 RWN)
- Indien een of beide ouders Nederlander is (ook als het kind buiten Nederland
geboren wordt).
o Naturalisatie (art. 7 t/m 13 RWN)
- De bewuste keuze om de Nederlandse identiteit aan te nemen.
- Hoofdregel -> verblijft al min. 5 jaar in Nederland en is in het bezit van een
verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (art. 8 lid 1 RWN).
- Bijkomende eis -> proberen afstand te doen van de oude nationaliteit, anders
dubbele nationaliteit.
2.3 Vreemdelingen in Nederland
Tot de bewoners van Nederland hoort ook een groot aantal buitenlanders en mensen die van origine
uit een ander land komen, maar hiervoor kortere of langere tijd verblijven en (nog) niet over de
Nederlandse nationaliteit beschikken.
o Toeristen van buiten de EU moeten een visum aanvragen.
Nederlandse overheid beoordeelt of hun verblijf in Nederland is toegestaan.
o Buitenlanders voor langdurig verblijf
1
, Hangt van het verblijfsdoel af of Nederland iemand toelaat (VW 2000).
o Burgers van de andere EU-lidstaten kunnen zonder voorafgaande toestemming van de
nationale overheid een ander EU-land inreizen.
Ze hebben het recht om hier werk te zoeken, te studeren of rentenieren.
o Vreemdelingen van buiten de EU
Lidstaten bepalen zelf, op basis van wetten, wie ze wel en wie ze niet toelaten.
2.4 Uitgangspunten van de rechtsstaat
2.4.1 De trias politica
o Wetgevende macht
•
Regering (koning en ministers) + Staten-
Wetgevende macht
Generaal (Eerste en Tweede Kamer).
• Formele wetgever.
• Opstellen van algemeen verbindende regels.
• Voorstellen van een wet kunnen worden
Uitvoerende macht Rechterlijke macht
ingediend door of vanwege de koning en door
de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
o Uitvoerende macht
• Regering, daarbij geholpen door ambtenaren en uitvoeringsdiensten.
• Centrale overheid (het Rijk), de provincies en de gemeenten.
• Voert de wetten van de wetgevende macht uit.
• Regering is verantwoordelijk voor de uitvoering van landelijke regels.
o Rechterlijke macht
• Onafhankelijke rechters.
• Spreken zich uit over juridische geschillen tussen burgers (burgerlijke rechter)
onderling en tussen burgers en overheidsinstanties (strafrechter of bestuursrechter).
• Rechters worden voor het leven benoemd (art. 117 GW).
De trias politica is van groot belang omdat door scheiding der machten, waarbij iedere macht een
eigen rol speelt, niemand te veel macht krijgt en de macht gecontroleerd wordt.
2.4.2 Legaliteitsbeginsel
De overheid moet haar optreden altijd kunnen verantwoorden met verwijzing naar haar bij wet
gegeven bevoegdheden (art. 16 GW).
2.5 De Grondwet
Voor het functioneren van de overheid (zowel op rijks- als op lager niveau) is de Grondwet het
belangrijkste document.
Klassieke grondrechten (vrijheidsrechten)
Grondrechten die de overheid moet accepteren - artikelen 1 t/m 18 GW
Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst etc.
Sociale grondrechten (actieve opdracht aan de overheid)
Geen rechtstreekse werking, maar instructienorm voor de overheid - artikelen 19 t/m 23 GW
Recht op onderwijs, recht op arbeid etc.
2