SCREENEN/DIAGNOSTICEREN/PLANNEN EN
BEHANDELEN
1) 5 HYPOTHESES + ONDERZOEKSPLAN OPSTELLEN
De hypotheses stel je op aan de hand van het ICF-model.
(functie stoornis, activiteiten, participatie en de externe- en interne factoren.
Ik verwacht dit …, omdat …
Achter de “omdat” moet altijd een controleerbaar feit staan, bijvoorbeeld uit het passieve onderzoek
dat je afneemt bij de patiënt.
Methodisch fysiotherapeutisch handelen
o Aanmelding
o Anamnese
o Onderzoek
– Observatie (totaal en lokaal)
– Palpatie
– ADL
– Actief onderzoek
– Passief onderzoek
– Weerstandstest
o palpatie
o Afsluiting
2) ANAMNESE AFNEMEN
Anamnese bij een kind
Heteroanamnese afnemen bij de ouders/verzorgers van het kind als er geen directe communicatie
mogelijk is met het kind.
Als er wel communicatie mogelijk stel je spelenderwijs vragen aan het kind, hoe hij/zij zich bijv. voelt
bij de achterstand met klasgenootjes.
Heteroanamnese
Je vraagt uit:
– Aard van het probleem: motorisch, sensorisch,…
– Basis van het vermoeden van problematiek
– Tijdstip van ontstaan van achterstand/problemen
– Sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling
– Motorische mijlpalen/ontwikkeling
– Beperkingen; compensatie motoriek
– Zwangerschap: verloop; ziekte, medicatie, alcohol, roken, leeftijd moeder
– Geboorte: verloop, prematuriteit, dismaturiteit, zuurstoftekort, andere
bijzonderheden, APGAR-score
– Hoe voelt het kind zich? Invloed op sociale leven, school, vrije tijd, dagelijkse leven
APGAR-score
, = een snelle indruk van de algemene toestand van een pasgeboren baby (neonaat); 5 vitale
aandachtspunten.
Deze testen worden afgenomen 1,5 en 10 minuten na de geboorte.
Max. 10 punten, <4 punten → onmiddellijke ondersteunende hulp vereist.
Bij een kind onderzoek je: observatie motoriek en gedrag en je voert motorische testen uit.
Bewegingscomponenten:
- Flexie/ extensie
- Rotatie/ derotatie
- Verlenging/verkorting
- Gewichtsverplaatsing
Arbeidsgerelateerde anamnese
De 4 A’s
Arbeidsomstandigheden:
• Fysieke aspecten (trilling, lawaai, klimaat..)
• Biologische- of chemische stoffen (luchtverontreiniging)
• Fysieke aspecten (werkplek, etc.)
• Gevaar
• Hygiëne
• Beschikbaarheid beschermingsmiddelen
Arbeidsverhoudingen:
• Relaties met boven- en ondergeschikten (sociale ondersteuning leidinggevende/collega’s)
• Managementstijl (stijl leidinggevende)
• Overlegvormen (beslisruimte, participatie)
Arbeidsvoorwaarden:
• Salaris of beloningsstructuur
• Functie-omschrijvingen
• Secundaire arbeidsomstandigheden (kinderopvang, verlofregeling, kantine-faciliteiten)
• Werktijden (arbeid/rust, ploegendienst, deeltijd, vakantieplanning…)
Arbeidsinhoud:
• Organisatie van het werk