Om tot een classificatie en een mogelijke diagnose te komen, gebruiken behandelaars verschillende
beoordelingsmethoden, zoals interviews, psychologische test, zelfbeoordelingschalen,
observatieschalen en fysiologische meetinstrumenten.
Classificatie psychiatrische stoornissen
- DSM IV
- ICD (International Statistical Classification of Diseases and Relates Health Problems)
Uitgangspunt van de DSM-IV en ICD-10 is dat er sprake is van:
- Emotioneel lijden (vaak als gevolg van depressie of angst);
- Ernstige belemmeringen in het functioneren (problemen op het werk, in het gezin of in de
maatschappij in het algemeen);
- Gedrag dat kan leiden tot persoonlijk lijden, pijn, invaliditeit, zelfverminking of de dood (krassen en
snijden, zelfmoordpogingen, alcoholmisbruik, gebruik van harddrugs);
- Een langere tijd aanhoudende belemmering die niet past in een normale reactie binnen een
bepaalde (culturele) context.
De DSM beschouwt afwijkende gedragingen als uitingen of symptomen van onderliggende
stoornissen of ziekten. De DSM-IV wordt gebruikt bij het classificeren van stoornissen, niet van
mensen (je noemt iemand geen schizofreen, maar een patiënt met schizofrenie).
Voor elk toestandbeeld worden criteria gegeven waaraan moet zijn voldaan om de betreffende
diagnose te rechtvaardigen.
Via de DSM-IV dient de patiënt beoordeel te worden volgens vijf factoren, of assen. Samen leveren
deze vijf assen een diagnose op, plus heel veel aanvullende informatie over het functioneren van de
betrokkene.
As Soort informatie Korte omschrijving
I Klinische stoornissen Stoornissen die het functioneren van de betrokkene belemmeren en
stress oproepen.
Bijvoorbeeld: angststoornissen, stemmingsstoornissen, schizofrenie,
omvat ook relatieproblemen.
II Persoonlijkheidsstoornissen Zijn langdurig, hardnekkig en ongepaste vormen van gedrag.
Zwakzinnigheid Bijvoorbeeld antisociale, narcistische en
bordelinepersoonlijkheidsstoornis.
III Somatische aandoeningen Chronische en acute ziekten en somatische aandoeningen die een
belangrijke rol spelen in het ontstaan, het verloop of de behandeling van
de psychische stoornis.
Bijvoorbeeld iemand krijgt een hevige depressie door een vertraagde
werking van de schildklier.
IV Psychosociale en Problemen in de sociale of fysieke omgeving die invloed hebben op de
omgevingsproblemen diagnose, behandeling en het verloop van de psychische stoornis
V Globale beoordeling van het Algemeen oordeel over het huidige functioneren op psychologisch,
functioneren sociaal en beroepsmatig niveau.
,Biologisch georiënteerde theorieën
Naast psychotherapeutische en sociale interventie spelen biologische georiënteerde interventies een
belangrijke rol in de behandeling van patiënten met psychische en psychiatrische problemen.
Denk hierbij niet alleen aan medicatie maar bijvoorbeeld ook aan lichttherapie, biofeedback en
elektroconvulsietherapie.
Medicatie
Bij de behandeling van veel stoornissen wordt gebruikgemaakt van verschillende soorten medicijnen
die we psychofarmaca noemen. Deze beïnvloeden de neurotransmittersystemen in de hersenen,
waar ze het kwetsbare chemische evenwicht beïnvloeden dat verantwoordelijk is voor transport van
zenuwimpulsen van het ene neuron naar het andere. De belangrijkste klassen van psychotrope
medicijnen zijn: angstremmers, antipsychotische medicijnen, antidepressiva en
stemmingsstabilisatoren (lithium)
1 Angstremmers (anxiolitica) en slaapmiddelen (hypnotica) bestrijden angst, verminderen de
spierspanning en induceren slaap. Angstremmers verminderen de activiteit in bepaalde delen van
het CZS. Daarop vermindert het CZS de activiteit in het sympathische zenuwstelsel, wat een gunstig
effect heeft op de angst en spanning.
2 Antipsychotische medicijnen (neuroleptica) worden veel gebruikt om de positieve symptomen van
schizofrenie en andere psychotische stoornissen te behandelen, zoals hallucinaties, wanen,
gedragsproblemen en verwarring.
3 Antidepressiva: hierbij maken therapeuten gebruik van medicijnen uit drie belangrijke klassen:
- Tricyclische verbindingen
- Monoamine oxidase (MAO)-remmers
- Selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s): hebben met name invloed op het
functioneren van serotonine in de hersenen.
4 Stemmingsstabilisatoren: dit zijn middelen die de stemming bij patiënten met een bipolaire
stoornis stabiliseren. Lithiumcarbonaat heeft een stabiliserende werking op de dramatische
stemmingswisselingen.
Andere biologische interventies
Lichttherapie: therapie die zich erop richt om de slaap-waakritmes te synchroniseren (weer in pas te
brengen). Patiënten meet een seizoensgebonden depressie kunnen daar baat bij hebben.
Elektroconvulsietherapie: ECT wordt meestal op beide slapen een elektrode geplaatst en nadat de
patiënt onder narcose is gebracht krijgt hij een elektrische prikkel.
Psychochirurgie: de problemen die men met dit soort operaties probeert te behandelen zijn onder
meer onhandelbare agressie, depressie en psychotisch gedrag; chronische pijn; sommige vormen van
epilepsie en langdurige obsessieve-compulsieve stoornis.
, Cognitieve stoornissen
Dit zijn verstoringen van het denken of het geheugen die duidelijk afwijken van het vroegere niveau
waarop de betrokkene functioneerde. Ze zijn het gevolg van lichamelijke aandoeningen, inclusief
drugs- en medicijngebruik of –onthouding, die invloed hebben op het functioneren van de hersenen.
De omgvang en de ernst van de verslechtering in functioneren zijn afhankelijk van de hoeveelheid
beschadigd hersenweefsel. Ook de locatie van de beschadiging
Schade aan temporaalkwab → defecten in geheugen en aandacht
Schade aan occipitaalkwab → defect visueel ruimtelijke sfeer
Dementie, delirium en amnestische stoornissen zijn de drie belangrijkste vormen van cognitieve
stoornissen.
Delirium
Delirium betekent ‘’uit het goede spoor raken’’ of ‘’van de norm afdwalen. Een delirium is een
toestand van extreme geestelijke verwarring waarbij de betrokkene moeite heeft om zich te
concentreren en niet duielijk en samenhangend kan praten. Slachtoffers hebben moeite om
irrelevante stimuli weg te filteren of om hun aandacht op een nieuwe taak te richten.
Er kan desoriëntatie plaatsvinden is personen (is zeldzaam), tijd en plaats. Soms ervaren mensen
hallucinaties.
Een delirium kan het gevolg zijn van diverse somatische aandoeningen, waaronder hoofdtruama,
stofwisselingsstoornissen zoals hypoglykemie; verstoord evenwicht tussen vocht en elektrolyten;
attaques (epilepsie); tekort aan vitamine B1
Amnestische stoornis
wordt gekenmerkt door een ernstige achteruitgang van de geheugenfunctie die niet samenhangt
met een delirium of met dementie. Een amnestische stoornis is het onvermogen om nieuwe
informatie te leren (defecten in kortetermijngeheugen) of eerder wel toegankelijke informatie over
gebeurtenissen uit het eigen verleden terug te halen (defecten langetermijngeheugen).
Een amnestische stoornis is vaak het gevolg van een traumatische gebeurtenis zoals een klap op het
hoofd, een elektrische shock of een operatie.
Een hoofdwond kan ertoe leiden dat het slachtoffer zich niets herinnert van de voorafgaande
gebeurtenissen (retrogade amnesie). Mensen herinneren zich vaak niet wat ze net gedaan hebben,
maar juist dingen uit de kindertijd.
Anterograde amnesie is het onvermogen tot of moeite met het vormen of behouden van nieuwe
herinneringen. Mensen kunnen gedesoriënteerd zijn, vaker in verband met plaats en tijd dan ten
opzichte van zichzelf (eigen naam).
Vaak vullen ze de gaten op in hun geheugen met imaginaire gebeurtenissen (confabulatie). Andere
oorzaken van amnesie zijn onder meer hersenoperaties; hypoxie, oftewel plotselinge onderbreking
van de zuurstoftoevoer naar de hersenen, herseninfecties en hersenziekten; infarcering, oftewel
blokkade van de bloedvaten die de hersenen moeten bevoorraden, en langdurig gebruik van
psychoactieve middelen (bv alcohol)