SOCIALISATIE EN METHODEN
VAN SAMENLEVEN
HOOFDSTUK 7
7.1 PRAKTISCHE EN DISCURSIEVE KENNIS
Praktische kennis: kennis die we kunnen gebruiken maar niet verwoorden (Kennis die ons
toelaat de regels te gebruiken en toe te passen zonder dat we ze expliciet kunnen formuleren)
Discursieve kennis: kennis die we kunnen verwoorden (De uitdrukkelijke formulering of
interpretatie van de regels of de normen die inzicht geven in het gedrag)
Socialisatie = geheel van de processen waardoor een persoon de regels,
verwachtingen, kennis en vaardigheden leert die nodig zijn om in een bepaalde
samenleving bepaalde rollen te vervullen
- Verwerven van de praktische en discursieve kennis
- Dus niet alles “uit de boekskes” leren
- Rol van participatie en peergroup (groep van gelijken)
7.2 LICHAAMSTAAL
Aantal ongeschreven regels die vrij getrouw worden gevolgd
Handelen -> ook net vaak dingen niet doen
Norbert Elias
- Zelfdwang: omgangsregels die we ons zo eigen hebben gemaakt dat ze een
tweede natuur worden
- Overtreden veroorzaakt lichamelijke reactie (schaamte, walging…)
Erving Goffman (1971)
- Territories of the Self: beschreven hoe mensen een territorium proberen af te
bakenen (bv. In wachtkamers, op het strand, in de lift,…)
- Personal space: de ruimte aan te duiden die een individu mentaal rond zichzelf
afbakent en waarvan het binnendringen wordt beleefd als een intrusie of een
onbeschoftheid
o Groter voor het gezicht dan achter het achterhoofd
- The stall: als een individu voor een langere tijd aanspraak maakt op een bepaald
territorium
- Vaststelling van Goffman = mensen in interactie met elkaar dragen bijzonder veel
informatie over via anderen kanalen dan het gesproken woord -> lichaamstaal
Boden en Moltoch: face-to-face interactie op vele vlakken superieur aan door technologie
bemiddelde interactie
- ftf contact biedt meer informatieoverdracht, via onder andere non-verbale kanalen
1
Hoofdstuk 7
, Deel II: Bouwstenen van de samenleving
- ftf contact biedt de mogelijkheid om sneller te anticiperen bij storingen in de communicatie
7.3 ETNOMETHODOLOGIE
- Goffman beschrijft sociale regels en normen die voor ons herkenbaar en
vertrouwd zijn, daardoor lijkt zijn werk soms alsof hij met moeilijke woorden
alledaagse dingen beschrijft
- Dat toont dat mensen, vaak onbewust, een complex geheel van regels en
verwachtingen volgen in hun dagelijks leven
- Sommige sociologen probeerden deze praktische regels discursief te
interpreteren — dus ze te benoemen en te analyseren — wat uiteindelijk leidde
tot een doctrine met twee kernstellingen:
1. Door observatie kan men de regels ontdekken die het sociale leven
beheersen
2. Omdat mensen deze regels kennen en volgen, wordt het sociale leven
voorspelbaar
Dit heet de ‘blauwdruktheorie’: regels zouden het grondplan of
blauwdruk van de sociale orde vormen
- Harold Garfinkel testte deze stellingen met zijn ordeverstorende
experimenten.
o Zijn methode bestond uit het stellen van onnodig verduidelijkende vragen
in gewone gesprekken (Bv. op “Ik had een platte band” reageren met “Wat
bedoel je?”).
o Zulke vragen doorbreken de vanzelfsprekendheid van communicatie en
veroorzaken wrevel -> dit toont aan dat mensen bij communicatie
vertrouwen op stilzwijgende achtergrondkennis die ze niet telkens expliciet
maken
- Dergelijke experimenten, waarbij impliciete regels bewust geschonden worden,
noemt men “interactioneel vandalisme”
- In een ander experiment moesten studenten een gesprek volledig uitleggen
zodat iemand zonder culturele kennis het zou begrijpen
o Ze gaven het op, omdat het onmogelijk bleek alle impliciete betekenissen
en regels te expliciteren
o Conclusie: mensen kunnen sociale regels toepassen zonder ze te kunnen
verwoorden
- Garfinkel besluit dat het sociale leven niet rust op vaste normen die iedereen
kent, maar op de wederzijdse interpretatie van gedrag: mensen begrijpen
elkaar doordat ze gezamenlijk betekenissen construeren
- Etnomethodologie = de studie van de methoden die gewone mensen gebruiken
om elkaars gedrag te interpreteren en zo tot wederzijds begrip en verwachtingen
te komen
- Verschil met andere benaderingen:
2
Hoofdstuk 7