Het kustlandschap
Het zuiderzeegebied
Bodem voornamelijk dekzand van de
Boxtelformatie. In het zuidelijke ontbreekt
het dekzand hier bestaat het uit Pleistocene
rivierafzettingen van de Rijn en Vecht
(kreftenheye formatie).
Naaldwijk formatie
Holocene ontwikkeling vergelijkbaar met de
van West-Nederland. Pleistoceen veen
daarboven op Wormer- afzettingen. Land
inwaarts groot veenmoeras. Erosie
aantasting daardoor detritus gevormd. In
het Midden-Subboreaal werd bergen laag
afgezet in het Westelijke deel veengebied.
Rest van Zuiderzeegebied rustig tijdens
Subboreaal. Door zee inbraken West-
Friesland en vanuit Oer-IJ gaten in
Hollandveenpakket, ontstaan zeeboezems.
Dit zijn de Jonge Detritus gyttja in
classificatie Zagwijn & Van Staalduinen. In
Mulder zitten ze in Nieuwkoop formatie. In
Oer-IJ detritus enkele meter dik nauwe
delen dicht geslibd. Sommige meren gebleven en in Romeinse tijd het meer Flevo ontstaan. In de
Middeleeuwen meer tot Almere tot circa 1250 AD. Hier uit mineraal materiaal toegevoegd uit het
Oer-IJ ontstaan van brakke Almere-laag; bestaand uit siltig materiaal korrel 2-16um (sloef) opnieuw
verbinding rond 1500 AD Waddenzee Noordzee weer zout als resultaat. Meeste zeezand tussen
Stavoren en Enkhuizen, gevolg van Breedte Zuiderzee. Zand bij Urk en De Voorst(Noordoostpolder)
afkomstig uit glaciale afzettingen (Keileem). Bekend als Zuiderzee laag (onderdeel van Naaldwijk
Formatie)
Kwelderwallen randgebieden Zuiderzee
Randgebieden Zuiderzee onder invloed golven en
wind tussen Nijkerk en Kampen zwak ontwikkelde
kwelderwallen, zandige kalkrijke klei daarachter
zwaardere kalkloze klei. Klei landinwaarts dikte af.
Alleen langs zuid en noord randen Zuiderzee.
IJsselmeer en Noordoostpolder Ramspolzand.
IJsseldelta nooit bedijkt afsluiting Zuiderzee vrij
getijdenwerking.
, Afsluitdijk 1932: IJsselmeer verzoette geen link Waddenzee maar link IJssel (IJsselmeer laag) Door
ploegen niet herkenbaar.
Drooglegging Zuiderzeepolder: Proefpolder Andijk (1927) Wieringermeer (1930) waren in zout
aangelegd. Noordoostpolder (1937-1942) Oostelijk Flevoland (1950-1957) Zuidelijk Flevoland (1959-
1968) Markerwaard voorzien ringdijk maar drooglegging voorlopig niet. Afzetting
Wieringermeerpolder Wormer Laagpakket.
Zuiderzee 4 eilanden Wieringen en Urk kleileemresten reiken 7 tot 9 m +NAP Schokland deel klei en
veen. Marken jonge mariene afzettingen.
Water en bodem
Belangrijk zoetwaterreservoir landbouw Groningen, Noord-Holland en Friesland. Andijk en
Wieringermeer veel last van verzilting door aanleg zout milieu. Noordoostpolder last te diepe
bemaling 4,5 m -NAP. Grondwater Overijsel zo laag dat verdroging optrad nieuw polder randmeer
aangelegd. Beide polder bemalen door 4 gemalen.
Begroeiing
Oorspronkelijke begroeiing vergelijkbaar met West-NL veengebied. Droogmakerij nooit
oorspronkelijk begroeiing eerst inzaai riet voor bodem rijping OVP uitzondering grondwater
kunstmatig hoog.
Landgebruik
Oorspronkelijk alleen landbouw na tweede wereldoorlog doestelling verschoven naar meer natuur
en stedelijk. Ramden Zuiderzee voornamelijk graslanden door brakke omstandigheden bloot
stonden.
Bodem
IJselmeerpolder Kalkrijke zavel, zandige klei en klei. Klei noordwest zuidoost toe. Bodemvormende
processen ssinds drooglegging ontkaling nog niet geen bodem fauna (geen regenwormen). Weinig
ruiping komende eeuw nog aanzienlijk inklinking sommige ong. 1,5m.
Bodems IJsselmeerpolder Behoren tot hydromorfe vaaggronden; overwegend kalkrijke
poldervaaggronden, nesvaaggronden en kalkrijke vlakvaaggronden.
Historische ontwikkeling landschap
Urk, Schokland, Marken en Wieringen uitzondering verder allemaal 20e eeuw verkaveling grote
rechthoekige blokken. Boerderijen omgeven van windsingels.
Het zuiderzeegebied
Bodem voornamelijk dekzand van de
Boxtelformatie. In het zuidelijke ontbreekt
het dekzand hier bestaat het uit Pleistocene
rivierafzettingen van de Rijn en Vecht
(kreftenheye formatie).
Naaldwijk formatie
Holocene ontwikkeling vergelijkbaar met de
van West-Nederland. Pleistoceen veen
daarboven op Wormer- afzettingen. Land
inwaarts groot veenmoeras. Erosie
aantasting daardoor detritus gevormd. In
het Midden-Subboreaal werd bergen laag
afgezet in het Westelijke deel veengebied.
Rest van Zuiderzeegebied rustig tijdens
Subboreaal. Door zee inbraken West-
Friesland en vanuit Oer-IJ gaten in
Hollandveenpakket, ontstaan zeeboezems.
Dit zijn de Jonge Detritus gyttja in
classificatie Zagwijn & Van Staalduinen. In
Mulder zitten ze in Nieuwkoop formatie. In
Oer-IJ detritus enkele meter dik nauwe
delen dicht geslibd. Sommige meren gebleven en in Romeinse tijd het meer Flevo ontstaan. In de
Middeleeuwen meer tot Almere tot circa 1250 AD. Hier uit mineraal materiaal toegevoegd uit het
Oer-IJ ontstaan van brakke Almere-laag; bestaand uit siltig materiaal korrel 2-16um (sloef) opnieuw
verbinding rond 1500 AD Waddenzee Noordzee weer zout als resultaat. Meeste zeezand tussen
Stavoren en Enkhuizen, gevolg van Breedte Zuiderzee. Zand bij Urk en De Voorst(Noordoostpolder)
afkomstig uit glaciale afzettingen (Keileem). Bekend als Zuiderzee laag (onderdeel van Naaldwijk
Formatie)
Kwelderwallen randgebieden Zuiderzee
Randgebieden Zuiderzee onder invloed golven en
wind tussen Nijkerk en Kampen zwak ontwikkelde
kwelderwallen, zandige kalkrijke klei daarachter
zwaardere kalkloze klei. Klei landinwaarts dikte af.
Alleen langs zuid en noord randen Zuiderzee.
IJsselmeer en Noordoostpolder Ramspolzand.
IJsseldelta nooit bedijkt afsluiting Zuiderzee vrij
getijdenwerking.
, Afsluitdijk 1932: IJsselmeer verzoette geen link Waddenzee maar link IJssel (IJsselmeer laag) Door
ploegen niet herkenbaar.
Drooglegging Zuiderzeepolder: Proefpolder Andijk (1927) Wieringermeer (1930) waren in zout
aangelegd. Noordoostpolder (1937-1942) Oostelijk Flevoland (1950-1957) Zuidelijk Flevoland (1959-
1968) Markerwaard voorzien ringdijk maar drooglegging voorlopig niet. Afzetting
Wieringermeerpolder Wormer Laagpakket.
Zuiderzee 4 eilanden Wieringen en Urk kleileemresten reiken 7 tot 9 m +NAP Schokland deel klei en
veen. Marken jonge mariene afzettingen.
Water en bodem
Belangrijk zoetwaterreservoir landbouw Groningen, Noord-Holland en Friesland. Andijk en
Wieringermeer veel last van verzilting door aanleg zout milieu. Noordoostpolder last te diepe
bemaling 4,5 m -NAP. Grondwater Overijsel zo laag dat verdroging optrad nieuw polder randmeer
aangelegd. Beide polder bemalen door 4 gemalen.
Begroeiing
Oorspronkelijke begroeiing vergelijkbaar met West-NL veengebied. Droogmakerij nooit
oorspronkelijk begroeiing eerst inzaai riet voor bodem rijping OVP uitzondering grondwater
kunstmatig hoog.
Landgebruik
Oorspronkelijk alleen landbouw na tweede wereldoorlog doestelling verschoven naar meer natuur
en stedelijk. Ramden Zuiderzee voornamelijk graslanden door brakke omstandigheden bloot
stonden.
Bodem
IJselmeerpolder Kalkrijke zavel, zandige klei en klei. Klei noordwest zuidoost toe. Bodemvormende
processen ssinds drooglegging ontkaling nog niet geen bodem fauna (geen regenwormen). Weinig
ruiping komende eeuw nog aanzienlijk inklinking sommige ong. 1,5m.
Bodems IJsselmeerpolder Behoren tot hydromorfe vaaggronden; overwegend kalkrijke
poldervaaggronden, nesvaaggronden en kalkrijke vlakvaaggronden.
Historische ontwikkeling landschap
Urk, Schokland, Marken en Wieringen uitzondering verder allemaal 20e eeuw verkaveling grote
rechthoekige blokken. Boerderijen omgeven van windsingels.