geschreven door:
Paulinebb
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Samenvatting Internationaal recht
Week 1
- Kern van het internationaal publiekrecht, h2, 4, 6 en 14
Rechtssubjecten
Rechtssubjectiviteit is een status die het mogelijk maakt dat
entiteiten deelnemen aan het rechtsverkeer. Het begrip
rechtssubjectiviteit maakt het mogelijk te bepalen wie de juridisch
relevante actoren in de internationale samenleving zijn. Tot de
rechtssubjecten in de internationale rechtsorde behoren, naast
staten, ook internationale organisaties, bevrijdingsbewegingen, de
facto-regimes en individuen. We kunnen onderscheiden tussen
subjecten met volledige en subjecten met beperkte
rechtssubjectiviteit. Een subject met volledige rechtssubjectiviteit
bezit de bekwaamheid om op elke manier aan het rechtsverkeer
deel te nmen of daarin te worden betrokken. Een entiteit met
beperkte rechtssubjectiviteit heeft een aantal, maar niet alle,
bekwaamheden dat uit rechtssubjectiviteit kan voortvloeien. Alleen
aan de staat komt volledige rechtssubjectiviteit toe. De vraag wie in
de internationale rechtsorde rechtssubject zijn, wordt uitsluitend
bepaald door de internationale rechtsorde zelf. Nationaal recht is
hierbij in beginsel niet van belang. Wie de internationale rechtsorde
als rechtssubject beschouwt, kan alleen uit de praktijk worden
afgeleid. Enigszins simplificerend kan worden aangenoemn dat
entiteiten en personen rechtssubjectiviteit bezitten indien zijn
internationale bevoegdheden, rechten of plichten bezitten
circulair karakter: rechtssubjectiviteit duidt op het vermogen van
personen of instituties om bevoegdheden, rechten of plichten te
bezitten; tegelijkertijd kan rechtssubjectiviteit worden afgeleid van
de toedeling van bevoegdheden, rechten of plichten.
Staten zijn de belangrijkste subjecten in het internationaal
publiekrecht. Staten zijn rechtssubjecten die zich kenmerken door
een structuur die publiek gezag uitoefent over een grondgebied en
de daar levende bevolking, en die onafhankelijk is van andere
staten.
De term internationale organisaties duidt op intergouvernementele
organisaties. Internationale organisaties zijn opgericht door
entiteiten die publiek gezag uitoefenen teneinde publieke taken uit
te voeren. Anders dan staten hebben deze organisaties geen
algemene rechten en plichten en geen algemene bevoegdheid om
rechtshandelingeen in de internationale rechtsorde te verrichten. Zij
hebben uitsluitend die bevoegdheden, rechten en plichten die
staten uitdrukkelijk dan wel impliciet aan hen hebben toegekend
(specialiteitsbeginsel).
Internationaal recht kan zich ook rechten tot de facto-regimes.
Wanneer dit niet zou kunnen, zou de bevolking die leeft in een door
een de facto-regime beheerst gebied, verstoken zijn van
internationale juridische bescherming. Alleen door de erkenning van
een zekere mate van internationale rechtssubjectiviteit kunnen deze
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
regimes door internationaal recht worden gereguleerd. Op grond
van het algemeen gevoelde onrecht van koloniale overheersing en
bezetting kent de internationale rechtsorde aan
bevrijdingsbewegingen een vollere rechtssubjectiviteit toe dan aan
de facto-regimes.
Internationale non-gouvermentele organisaties zijn private
organisaties die grensoverschrijdend opereren. Via mobilisatie van
een achterban of de publieke opinie kunnen NGO’s grote invloed
uitoefenen op de totstandkoming en naleving van internationaal
recht. Anders dan intergouvermentele organisaties kent de
internationale rechtsorde NGO’s in beginsel geen internationale
rechtssubjectiviteit toe.
Multinationale ondernemingen hebben in beginsel uitsluitend
rechtssubjectiviteit binnen de nationale rechtsorde waarbinnen zij
zijn geregistreerd of gevestigd. In de laatste decenia hebben
multinationale ondernemingen echter een zekere status in de
internationale rechtsorde verkregen.
De internationale rechtsorde bepaalt dat individuen bepaalde
individuele rechten hebben, zonder afhankelijk te zijn van de
nationale rechtsorde. In een beperkt aantal gevallen hebben
individuen ook de procedurele mogelijkheid hun rechten zelf op
internationaal niveau af te dwingen. Men zou nog kunnen zeggen
dat deze vorm van internationale rechtssubjectiviteit afhankelijk is
van de instemming van staten. Zij kan echter niet meer worden
ontkend. De meest fundamentele rechten van individuen zijn
onderdeel van het internationale gewoonterecht en gelden derhalve
wereldwijd, onafhankelijk van de instemming van staten. Daarnaast
laat de internationale gemeenschap bestraffing van individuen voor
ernstige misdrijven niet langer uitsluitend over aan de nationale
rechtsorde.
Rechtsbronnen
Gewoonterecht; gewoonterecht ontstaat uit een opeenvolging van
elkaar ondersteunende gedragingen van staten die, door actief aan
een praktijk deel te nemen dan wel deze te dulden, deze praktijk
zodanig aanvaarden dat erop mag worden vertrouwd dat zij zich ook
in de toekomst volgens die praktijk zullen gedragen. De meeste
regels van gewoonterecht vormen algemeen geldend recht in de
internationale rechtsorde. Internationaal gewoonterecht ontstaat
indien aan twee voorwaarden is voldaan: (1) een algemene praktijk,
objectief en (2) een rechtsovertuiging, subjectief. Uit deze
voorwaarden wordt wel afgeleid dat gewoonterecht uiteindleijk is
gebaseerd op de wil van staten.
(1) Algemene praktijk: de praktijk van staten kan bestaan uit
handelingen van alle staatsorganen. Statenpraktijk kan ook bestaan
uit verdragspraktijk. Statenpraktijk moet aan twee eisen voldoen, ze
moet omvangrijk (extensive), door relatief veel staten, en vrijwel
uniform (virtually uniform), voldoende consistent zijn. Bij de
beoordeling van de vraag of voldoende staten een bepaalde praktijk
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
volgen om van een ‘algemene praktijk’ te kunnen spreken, komt een
bijzonder gewicht toe aan staten die een belang bij de regel hebben.
Er is geen bijzondere tijdsduur vereist gedurende welke de praktijk
moet voortduren. (2) Praktijk kan uitsluitend leiden tot
gewoonterecht indien deze is vergezeld van een rechtsovertuiging.
Rechtsovertuiging laat zich eenvoudig vaststellen indien staten
uitdrukkelijk aangeven dat zij van oordeel zijn dat een bepaalde
praktijk door het recht wordt vereist of toegestaand, dan wel
onrechtmatig is. Teneinde het probleem van het vaststellen van
rechtsovertuiging te omzeilen, wordt rechtsovertuiging ook wel
afgeleid uit een algemene praktijk. Indien er sprake is van een
algemene praktijk en er geen uitdrukkelijk bewijs is van een
tegengestelde rechtsovertuiging kan worden aangenomen dat
praktijk rechtsovertuiging impliceert. Indien een regel van
gewoonterecht eenmaal is gevestigd, hoeft afwijkende praktijk niet
te leiden tot wijziging van de regel zolang de regel ondersteund blijft
door rechtsovertuiging.
Hoewel gewoonterecht in het algemeen alle staten bindt, kunnen
ook bijzondere rechtsbetrekkingen tussen staten ontstaan, waarbij
gewoonterecht niet universeel van toepassing is. We onderscheiden
tussen drie gevallen waarbij meer beperkte vormen van
gewoonterecht bestaan:
- regionaal gewoonterecht, bepaalde praktijk wordt slechts in een
bepaalde regio gevolgd
- persistent objector, een staat kan zich onttrekken aan de vorming
van een regel van algemeen gewoonterecht door, gedurende de
periode waarin deze regel zich ontwikkelt, regelmatig te kennen te
geven dat hij deze regel niet als gewoonterecht aanvaardt. Deze
staat wordt dan aangeduid als een ‘persistent objector’ en de regel
kan deze staat niet worden tegengeworpen.
- bilaterale rechtsbetrekkingen, indien de stand van het algemene
gewoonterecht onzeker is, vooral als een regel aan een proces van
wijziging onderhevig is, kunnen tussen staten bilaterale
rechtsbetrekkingen ontstaan.
Verdragen; verdragen zijn overeenkomsten die op grond van
internationaal recht verbindend zijn tussen de partijen en die door
het internationaal publiekrecht worden beheerst. Zij worden meestal
schriftelijk gesloten, maar kan ook mondeling. Het recht dat van
toepassing is op de totstandkoming en werking van verdragen wordt
aangeduid als het ‘verdragenrecht’. De juridische binding van
verdragen vloeit voort uit de wilsovereenstemming tussen twee of
meer staten. Indien staten niet uitdrukkelijk hebben aangegeven dat
zij de bedoeling hadden een verdrag te sluiten, moet uit de aard en
inhoud van de overeenkomst alsmede uit de overige
omstandigheden van het geval worden afgeleid of er sprake is van
een verdrag. Van een staat die een verdrag heeft aanvaard wordt
vereist dat hij dat verdrag ook uitvoert. Dit wordt uitgedruk in het
beginsel pacta sunt servanda: gesloten vedragen moeten worden
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.