Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Klinische Psychologie 2 (PB2002) - Samenvatting - Open Universiteit

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
08-11-2025
Geschreven in
2025/2026

Gestructureerde samenvatting van het volledige vak Klinische Psychologie 2 (PB2002) aan de Open Universiteit. In de samenvatting (Nederlandstalig) komt alle leerstof van de cursus aan bod met: - Klinische Psychologie: diagnostiek en behandeling - Digitale leeromgeving: theorie en integratie oefentoets

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

1 KADERING VAN DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING
1.1 Psychodiagnostiek
Psychodiagnostiek: diagnostische cyclus
Bij psychodiagnostiek staat het opstellen en toetsen van en verklarende hypothese centraal. Bij het
onderzoek wordt de empirische cyclus zoals gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek gehanteerd. De
diagnostisch cyclus is hierop gebaseerd en bestaat uit vier fasen:
Fase Beschrijving
Klachtanalyse Wat is de vraag?
- Aanmelding: wat is de aanleiding | wat is de verwijzing | wat verwacht de aanvrager?
- Hulpvraag: wat is de hulpvraag?
Probleemanalyse Wat is het probleem? Welke theorie zou de problemen kunnen verklaren?
- Gestandaardiseerde klachtinventarisatie: symptomatische vragenlijsten | OQ-45 | ROM.
- Speciële anamnese: specifieke klachten in beeld brengen, accent op huidige problemen.
- Psychiatrische anamnese: symptomen | aandacht | geheugen | waarneming | spraak.
- Biografische anamnese en heteroanamnese: factoren uit de levensgeschiedenis.
- Huidig functioneren: sociale relaties | financiën | woning | hobby’s.
Verklaringsanalys Waar komen de klachten vandaan? Welke hypothese wordt opgesteld? Hoe worden ze onderzocht?
e - Onderzoeksvragen en hypothesen: hoe kunnen de problemen verklaard worden?
- Instrumenten: keuze op basis van passende methode | kwaliteit COTAN | normgroep.
 (Semi)gestructureerd interview: SCID-5-S | SCID-5-P | Y-BOCS bij dwangmatigheid.
 Capaciteitentest: WAIS-IV | SON-R (= non-verbale intelligentietest)
 Zelfrapportage vragenlijsten
 Indirecte methoden: projectieve tests | IAT bij automatische attitudes.
 Structurele persoonlijkheidsinterview: NKPV | NVM MMPI.
- Integratie van onderzoeksresultaten: vormt de basis voor de indicatieanalyse.
- Terugkoppelingsgesprek: conclusie van het onderzoek wordt gerapporteerd aan de cliënt.
Indicatieanalyse Wat is de beste aanpak? Advies voor de aanvrager van het onderzoek.
- Predictie (= over de veranderbaarheid van de klachten en het probleemgedrag in de toekomst).
- Indicatie (= over de wijze, de duur, locatie en door wie de behandeling plaatsvindt).


Psychodiagnostiek: van wetenschap naar praktijk
Een wetenschappelijke houding is van groot belang in de
diagnostische cyclus. Een systematische, hypothesetoetsende
aanpak vergroot immers de betrouwbaarheid van de diagnostiek.
In de praktijk zijn enkele risicofactoren waar men alert op moet zijn.
Vanwege onderstaande factoren is supervisie, intervisie en scholing
van belang.

- Beperkte tijd en capaciteit Beperkte tijd en capaciteit in het psychodiagnostisch onderzoek.
- Motivatie en onderzoekbaarheid Kan beperkt zijn bij cliënt: vraagt om souplesse van de onderzoeker.
- Klinisch oordeel Dit oordeel van onderzoeker is subjectief en hangt af van ervaring.
- Confirmation bias Neiging informatie te interpreteren die de eerste indruk bevestigt.


1.2 Indicatiestelling
Indicatiestelling: stappen
Indicatiestelling bestaat uit het besluitvormingsproces dat resulteert in een behandelaanbod voor de
cliënt. Het vindt vooral plaats aan het eind van de diagnostische cyclus. Het doel van indicatiestelling
is om tot een verantwoord, wetenschappelijk onderbouwd voorstel van de behandeling te komen die
leidt tot een optimaal behandelingsresultaat. De indicatiestelling kent vijf stappen:
Stap Vraagstelling
1 Is professionele hulp nodig?
2 Wat zijn de behandeldoelen?
3 Wat is het therapieaanbod?
4 Wat is de beste behandelcontext?
5 Welke therapeut heeft de voorkeur?

1

,Indicatiestelling: stappen en voorwaarden
De indicatiestelling wordt beschreven aan de hand van vier modellen:
Model Beschrijving
Expertmodel De clinicus is de expert: hij heeft kennis over de behandelmogelijkheden voor de klachten
van de individuele cliënt. Besluitvorming speelt vooral af in het hoofd van de clinicus.
Vertegenwoordigersmode De clinicus heeft kennis over de behandelmogelijkheden, maar heeft ook oog voor de cliënt.
l De cliënt kan oordelen welke behandeling past bij zijn voorkeuren en verwachtingen.
Consumentenmodel De clinicus is de informatiebron van de cliënt. Het is een eenzijdige informatie-uitwisseling,
waarbij de cliënt de uiteindelijke beslissing neemt.
Overlegmodel De clinicus en cliënt overleggen en bespreken gezamenlijk de behandelopties. De clinicus is
degene met de kennis en informatie, maar de cliënt heeft een centrale rol.
- Collaborative care (= shared decision making) is tegenwoordig het meest popular.

Hieronder staan enkele voorwaarden waaraan de indicatiesteller dient te voldoen:
Voorwaarde Beschrijving
Behandeleffecten De indicatiesteller moet kennis hebben van de behandeleffecten van specifieke stoornissen.
Individuele cliënt De indicatiesteller moet de vertaling maken naar de individuele cliënt.
Sociale kaart De indicatiesteller moet goed thuis zijn in lokale behandelmogelijkheden.
Diverse behandelvormen De indicatiesteller moet kennis hebben over verschillende behandelvormen en behandelaars.
Inschatting De indicatiesteller moet een inschatting maken van de mate waarin de cliënt de voorgestelde
behandeling wel of niet zal aannemen.

Indicatiestelling: voorspellers van behandelresultaten
In Nederland werden eerst multidisciplinaire richtlijnen ontwikkeld, bestaande uit evidence based
practice interventies. Dit was gebaseerd op wetenschappelijk bewijs voor bepaalde interventies. In
eerste instantie verschenen richtlijnen voor specifieke stoornissen. Echter, het cliëntenperspectief
ontbrak vaak en de behandelingen waren in de klinische praktijk niet altijd toepasbaar. Vervolgens
zijn er voor verschillende stoornissen zorgstandaarden ontwikkeld: gebaseerd op multidisciplinaire
richtlijnen én het cliëntenperspectief. Het doel is dat deze zorgstandaarden beter aansluiten bij de
praktijk. Naast stoornisspecifieke zorgstandaarden zijn er ook generieke zorgstandaarden. Denk aan
de generieke zorgstandaard psychotherapie, zonder dat dit gekoppeld is aan één specifieke stoornis.

Cliëntvariabelen, therapeutkenmerken en behandelcontexten zijn drie belangrijke voorspellers van
behandelresultaten. Met betrekking tot cliëntvariabelen dient de indicatiesteller rekening te houden
met onder andere: voorgeschiedenis | comorbiditeiten | leeftijd | motivatie | therapietrouwheid |
neiging tot zelfreflectie. Er is meer aandacht voor motivatie middels motivational interviewing. Met
betrekking tot therapeutkenmerken zijn onderstaande bevindingen aangetoond:
- Demografische kenmerken (leeftijd | geslacht) Geen voorspellende waarde.
- Professionele kenmerken (ervaring | training) Geen voorspellende waarde.
- Relatief stabiele karaktertrekken (stabiliteit | waarden) Goed kunnen reageren op moeilijke cliënten.
- Tijdelijke, variabele gedragingen (therapeutische relatie) Flexibele modelgetrouwheid is beter.

Met betrekking tot de behandelcontext kan gekeken worden naar groepsbehandeling of individueel.
Er is geen eenduidig wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit ten opzichte van elkaar. Ook is
er verschil in intensiteit: ambulant | deeltijd | klinische opname. Bij ernstig psychische aandoening (=
EPA: niet in staat een reguliere behandeling te volgen en vaak zorg mijden) is FACT effectief.
- FACT Flexibele assertive community treatment.

Indicatiestelling: Nederlandse GGZ
Sinds 2014 is de Nederlandse GGZ opgesplitst in basis-ggz en specialistische ggz. Daarnaast is er nog
de POH-GGZ binnen de huisartspraktijk. Deze kan de huisarts ondersteunen wanneer er geen sprake
is van een DSM-diagnose. Bij het indiceren naar de basis-ggz moet men aan vijf criteria voldoen:
DSM-diagnose | lichte tot matige problematiek | laagrisico | enkelvoudig beeld | persisterende klachten.

2

, In de basis-ggz wordt veel gewerkt met het KOP-model (= klachten | omgeving | persoonlijk stijl). De
behandelproducten staan hieronder en zijn allen inclusief e-health:
Kort (5 sessies) | Middel (8 sessies) | Intensief (12 sessies) | Chronisch (12 per jaar: mensen vanuit s-ggz).


Bij ernstige, complexe problematiek kan men terecht bij specialistische ggz. De indicatiecriteria zijn:
Acute, ernstige klachten | Hoog complex beeld | Hoogrisico op suïcide, automutilatie, huiselijk geweld.


1.3 Transdiagnostische benadering
Transdiagnostische benadering: definitie
Een stoornisspecifieke benadering is de werkwijze waarbij de DSM-diagnose een centrale rol speelt.
Er is echter ook kritiek op: want welk protocol moet je volgen wanneer iemand meerdere diagnosen
tegelijk heeft? Tevens gaat de DSM uit van een categoriale indeling in plaats van een dimensionale.
Een ander kritiekpunt is het feit dat veel mensen een stoornis hebben vanwege het DSM-systeem.

Een transdiagnostische benadering richt zich op aspecten van de problematiek en behandeling die de
specifieke stoornissen en behandelingen overstijgen, of gemeenschappelijk hebben. Het gaat dus om
de rol bij verschillende psychische aandoeningen. Transdiagnostische factoren kunnen zijn: gelijke
symptomen (slaapproblemen | angstgevoelens), gelijke gedragingen (verslaving | vermijding), gelijke
coping (piekeren | vermijding), gelijke cognitieve factoren (laag zelfbeeld | aandacht en geheugen),
informatieverwerking (aandachts- | geheugenbias), veerkracht en onderliggende neurobiologische
factoren. Er zijn drie therapeutische niveaus: aangrijpingspunt, context en systeem.
Therapeutisch niveau Beschrijving
Therapeutisch aangrijpingspunt Het belangrijkste niveau: welke aspecten in het denken/doen van de cliënt veroorzaakt
problemen? En welke interventies kunnen hierbij helpen?
- Individuele zoekschema’s - Idiosyncratische zoekschema’s probleemanalyse en interventiekeuze (bv FA en BA).
- Functieanalyse - FA: hypothese geformuleerd over de factoren die probleemgedrag in stand houden.
- Betekenisanalyse - BA: hypothese geformuleerd over de persoonlijke associaties die de cliënt heeft.
Therapeutische context Contextuele aspecten van de behandeling: motivering van patiënt | organisatorische
aspecten van de zorg | financiële kosten van behandeling | aantal therapeuten.
- Therapeutische relatie - Cliëntgerichte therapie: empathie | echtheid | onvoorwaardelijke acceptatie.
- Didactisch coach-pupil - Gedragstherapeutische visie: therapeut heeft een coachende rol.
- Collaborative empiricism - Cognitieve visie: socratische dialoog: therapeut stelt nieuwsgierig ‘leidende’ vragen.
- Common factorsverklaring - Gemeenschappelijke factoren die in elke therapie aanwezig moeten zijn.
Positief: gestructureerde behandeling | concrete therapiedoelen | patiëntparticipatie |
behandelintensiteit in het begin hoog, daarna verlagen.
Therapeutisch systeem Nadenken over betrekken van anderen: partner | kinderen | huisarts inschakelen.


Transdiagnostische interventies
Er zijn verschillende transdiagnostische interventies, specifiek op bepaalde processen. Hieronder een
overzicht van enkele voorbeelden van interventies.
Doel Beschrijving
Informatieverwerkingsproces - CBM (= cognitieve biasmodificatie) training. Bv bij angstklachten of PTSS.
- Interpretatiebias corrigerende training: negatieve kant omvormen naar evenwicht.
- Approach-avoidance-training. Bv bij verslavingen.
- MEST (= memory specifity training) bij depressive en PTSS.
Veerkrachtbevorderend - Psychologische factoren: autonomie | zelfacceptatie | competentie | affectie.
- Welbevinden: zou beschermen tegen de ontwikkeling van emotionele problemen.
- COMET (= versterking van de zelfwaardering).


Transdiagnostische interventies: recente ontwikkelingen
Het unified protocol is en poging om verschillende protocollen die nu worden toegepast bij diverse
angst- en stemmingsstoornissen, terug te brengen tot één enkel protocol. Dit kwam mede doordat er
veel parallelle (= gelijktijdig) en sequentiële (= verschillende momenten in het leven) comorbiditeiten

3

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
8 november 2025
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€11,98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
hva99 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
610
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
325
Documenten
74
Laatst verkocht
2 dagen geleden

4,1

89 beoordelingen

5
34
4
34
3
19
2
2
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen