Probleem 3
Vignet 1
- Wat zijn de DSM criteria voor bipolaire stoornis 1 en 2, en cyclothyme?
- Wat zijn de feiten over de prevalentie?
- Wat zijn de risicofactoren?
- Hoe verloopt het ziekteproces?
Vignet 2
- Welke psychologische behandelingen zijn er?
- Wat is het bewijs voor effectiviteit behandelingen?
- Welke fase van de stoornis heeft invloed op de effectiviteit?
Vignet 3
- Welke somatische behandelingen zijn er? (focus op medicatie)
- Wat is het bewijs voor effectiviteit behandelingen?
- Welke fase van de stoornis heeft invloed op de effectiviteit?
Artikel Heinz Grunze: alleen introductie en conclusies
Vignet 4
- Hoe verschillen hersenfunctie en hersenstructuur tussen bipolaire en controle mensen?
- Hoe verschillen hersenfunctie en hersenstructuur tussen bipolaire en unipolaire (depressie)?
- Wat kunnen we zeggen over de fases van de stoornis en de betrokken neurotransmitters?
Artikel Han: hoofdlijnen
Artikel Whitton: focus op bipolair
3.1 Carvalho 2020 - Bipolar disorder
Belangrijkste karakteristiek van bipolaire stoornis is dat er een aanwezigheid is van herhaalde
manische of hypomanische episodes die kunnen afwisselen met depressie episodes.
Bipolaire type 1: Bipolaire I-stoornis wordt bepaald door de aanwezigheid van open manische
episodes met een scala aan manifestaties, waaronder overmoed, grootsheid, spraakzaamheid,
extreme ontremming, prikkelbaarheid, verminderde behoefte aan slaap, en zeer verheven
stemming. Psychotische symptomen zoals wanen en hallucinaties komen voor bij tot 75% van de
manische episodes, en episodes van elke ernst kunnen het psychosociaal functioneren zodanig in
gevaar brengen dat ziekenhuisopname vereist is.
Bipolaire type 2: Bipolaire II-stoornis wordt voornamelijk gekenmerkt door episodes van depressie,
maar wordt afgewisseld met hypomanie in plaats van manie. De aanwezigheid van minstens één
hypomane episode in een levenstraject wordt beschouwd als consistent met de diagnose van
bipolaire II-stoornis.
Cyclothymic disorder: Cyclothyme stoornis wordt gekenmerkt door recurring depressieve en
hypomanische toestanden, die ten minste 2 jaar aanhouden en die niet voldoen aan de diagnostische
drempel voor een ernstige affectieve episode.
Tijdens een manische episode kunnen ook depressieve symptomen ontstaan. Symptomen
moeten 1 week aanwezig zijn voor manische episode en 2 weken voor depressie.
Meestal ontstaat het rond 20 jarige leeftijd, en de eerste episode is vaan depressie. En depressieve
episodes duren langer dan manische episodes. Daarom wordt bipo vaak misgekwalificeerd als MDD.
Bipo kan ook overschat worden: als clinicians hun bevindingen alleen basseren op zelf
gerapporteerde screening instrumenten -> veel high false positives.
, Epidemiology and burden of illness
Bipo staat op nummer 17 van wereldwijde diseases. Lifetime 2.4% en 12 month prevalentie 1.5%.
Kan verschillen per land door cultuur en andere methodologische gebruiken. Bipo 1 is gelijk in gender
en bipo 2 meer bij vrouwen.
6 tot 7% van de mensen met bipo plegen zelfmoord.
Doordat bipo optreedt tijdens kinder / adolescentie -> functioneren wordt nadelig beïnvloed.
Bipo gaat vaak samen met anxiety.
Bipo vergeleken met normale populatie ook meer chronische medische condities zoals migraine.
Genetic and neurobiologic features
Erfelijkheid van bipo schommelt tussen 70-90%. Progressieve veranderingen in hersenstructuur en
cellulaire functie, neuroprogressie genoemd, is waargenomen in sommige onderzoeken naar
terugkerende episodes van affectieve stoornis. Een lange duur van de ziekte is in verband gebracht
met een verminderde corticale dikte van dergelijke hersengebieden als de prefrontale cortex, wat
een rol kan spelen in stressregulatie. Epigenetische mechanismen, deregulering van mitochondriale
functie, paden het ondersteunen van neuroplasticiteit, ontsteking en een toename van oxidatieve en
nitrosatieve stress allemaal voorgesteld als factoren die neuroprogressie bevorderen in de context
van bipolaire stoornis.
HPA-as: Neuroprogressie kan dit verklaren voor verslechtering van cognitieve en functionele
beperkingen.
Management
- General principles
Er zijn verschillende factoren die de selectie beïnvloeden van behandeling en medicijnen. Bovendien
moet er worden gezorgd dat stoornissen die lijken op bipo worden uitgesloten.
- Treatment of acute episodes
Acute Mania
Farmacologische behandeling met antipsychoticum of stemmingsstabilisatoren is de steunpilaar van
behandeling voor acute manie en hypomanie. Niet-farmacologische strategieën kunnen ook worden
gebruikt voor patiënten met therapieresistente of ernstige manie. Er is minimaal bewijs met
betrekking tot de keuze van medicatie voor hypomanie, en behandelingen voor manie worden vaak
gebruikt voor hypomanie.
Als er een acute manie is en medicijn werkt niet binnen 2 weken dan ander medicijn proberen. Als je
antipsychotica en stemming stabilisatoren gebruikt is het effectiever zeker voor ernstige patiënten.
Acute depression
Tijdens een depressieve episode hebben patiënten een groter aantal onaanvaardbare bijwerkingen
van farmacologische behandelingen dan tijdens een manische episode. Daarom een lage
aanvangsdosis met een geleidelijke dosisaanpassing wordt meestal gebruikt.
Antidepressiva kan worden gebruikt maar er bestaat een kans dat er een switch is naar manie. Dit
gebeurd vaker in bipo 1 en daarom antidepressiva hierbij vermeden.
Maintenance treatment
De chronische en terugkerende aard van een bipolaire stoornis maakt onderhoudsbehandeling
belangrijk. Een dergelijke behandeling, gericht op het voorkomen van het optreden van affectieve
episodes en belastende affectieve symptomen, vereist vaak een combinatie van farmacologische,
psychologische en leefstijlinterventies. Idealiter zou een onderhoudsbehandeling moeten zijn
worden gestart kort na het begin van de ziekte. Lithium wordt gezien als de meest effectieve
medicijn voor preventie van depressie en manie. Bijwerkingen: nierfalen, hypothyreoïdie,
polydipsie, polyurie, tremoren en een toename in perifeer calcium en bijschildklierhormoon
niveaus.
Vignet 1
- Wat zijn de DSM criteria voor bipolaire stoornis 1 en 2, en cyclothyme?
- Wat zijn de feiten over de prevalentie?
- Wat zijn de risicofactoren?
- Hoe verloopt het ziekteproces?
Vignet 2
- Welke psychologische behandelingen zijn er?
- Wat is het bewijs voor effectiviteit behandelingen?
- Welke fase van de stoornis heeft invloed op de effectiviteit?
Vignet 3
- Welke somatische behandelingen zijn er? (focus op medicatie)
- Wat is het bewijs voor effectiviteit behandelingen?
- Welke fase van de stoornis heeft invloed op de effectiviteit?
Artikel Heinz Grunze: alleen introductie en conclusies
Vignet 4
- Hoe verschillen hersenfunctie en hersenstructuur tussen bipolaire en controle mensen?
- Hoe verschillen hersenfunctie en hersenstructuur tussen bipolaire en unipolaire (depressie)?
- Wat kunnen we zeggen over de fases van de stoornis en de betrokken neurotransmitters?
Artikel Han: hoofdlijnen
Artikel Whitton: focus op bipolair
3.1 Carvalho 2020 - Bipolar disorder
Belangrijkste karakteristiek van bipolaire stoornis is dat er een aanwezigheid is van herhaalde
manische of hypomanische episodes die kunnen afwisselen met depressie episodes.
Bipolaire type 1: Bipolaire I-stoornis wordt bepaald door de aanwezigheid van open manische
episodes met een scala aan manifestaties, waaronder overmoed, grootsheid, spraakzaamheid,
extreme ontremming, prikkelbaarheid, verminderde behoefte aan slaap, en zeer verheven
stemming. Psychotische symptomen zoals wanen en hallucinaties komen voor bij tot 75% van de
manische episodes, en episodes van elke ernst kunnen het psychosociaal functioneren zodanig in
gevaar brengen dat ziekenhuisopname vereist is.
Bipolaire type 2: Bipolaire II-stoornis wordt voornamelijk gekenmerkt door episodes van depressie,
maar wordt afgewisseld met hypomanie in plaats van manie. De aanwezigheid van minstens één
hypomane episode in een levenstraject wordt beschouwd als consistent met de diagnose van
bipolaire II-stoornis.
Cyclothymic disorder: Cyclothyme stoornis wordt gekenmerkt door recurring depressieve en
hypomanische toestanden, die ten minste 2 jaar aanhouden en die niet voldoen aan de diagnostische
drempel voor een ernstige affectieve episode.
Tijdens een manische episode kunnen ook depressieve symptomen ontstaan. Symptomen
moeten 1 week aanwezig zijn voor manische episode en 2 weken voor depressie.
Meestal ontstaat het rond 20 jarige leeftijd, en de eerste episode is vaan depressie. En depressieve
episodes duren langer dan manische episodes. Daarom wordt bipo vaak misgekwalificeerd als MDD.
Bipo kan ook overschat worden: als clinicians hun bevindingen alleen basseren op zelf
gerapporteerde screening instrumenten -> veel high false positives.
, Epidemiology and burden of illness
Bipo staat op nummer 17 van wereldwijde diseases. Lifetime 2.4% en 12 month prevalentie 1.5%.
Kan verschillen per land door cultuur en andere methodologische gebruiken. Bipo 1 is gelijk in gender
en bipo 2 meer bij vrouwen.
6 tot 7% van de mensen met bipo plegen zelfmoord.
Doordat bipo optreedt tijdens kinder / adolescentie -> functioneren wordt nadelig beïnvloed.
Bipo gaat vaak samen met anxiety.
Bipo vergeleken met normale populatie ook meer chronische medische condities zoals migraine.
Genetic and neurobiologic features
Erfelijkheid van bipo schommelt tussen 70-90%. Progressieve veranderingen in hersenstructuur en
cellulaire functie, neuroprogressie genoemd, is waargenomen in sommige onderzoeken naar
terugkerende episodes van affectieve stoornis. Een lange duur van de ziekte is in verband gebracht
met een verminderde corticale dikte van dergelijke hersengebieden als de prefrontale cortex, wat
een rol kan spelen in stressregulatie. Epigenetische mechanismen, deregulering van mitochondriale
functie, paden het ondersteunen van neuroplasticiteit, ontsteking en een toename van oxidatieve en
nitrosatieve stress allemaal voorgesteld als factoren die neuroprogressie bevorderen in de context
van bipolaire stoornis.
HPA-as: Neuroprogressie kan dit verklaren voor verslechtering van cognitieve en functionele
beperkingen.
Management
- General principles
Er zijn verschillende factoren die de selectie beïnvloeden van behandeling en medicijnen. Bovendien
moet er worden gezorgd dat stoornissen die lijken op bipo worden uitgesloten.
- Treatment of acute episodes
Acute Mania
Farmacologische behandeling met antipsychoticum of stemmingsstabilisatoren is de steunpilaar van
behandeling voor acute manie en hypomanie. Niet-farmacologische strategieën kunnen ook worden
gebruikt voor patiënten met therapieresistente of ernstige manie. Er is minimaal bewijs met
betrekking tot de keuze van medicatie voor hypomanie, en behandelingen voor manie worden vaak
gebruikt voor hypomanie.
Als er een acute manie is en medicijn werkt niet binnen 2 weken dan ander medicijn proberen. Als je
antipsychotica en stemming stabilisatoren gebruikt is het effectiever zeker voor ernstige patiënten.
Acute depression
Tijdens een depressieve episode hebben patiënten een groter aantal onaanvaardbare bijwerkingen
van farmacologische behandelingen dan tijdens een manische episode. Daarom een lage
aanvangsdosis met een geleidelijke dosisaanpassing wordt meestal gebruikt.
Antidepressiva kan worden gebruikt maar er bestaat een kans dat er een switch is naar manie. Dit
gebeurd vaker in bipo 1 en daarom antidepressiva hierbij vermeden.
Maintenance treatment
De chronische en terugkerende aard van een bipolaire stoornis maakt onderhoudsbehandeling
belangrijk. Een dergelijke behandeling, gericht op het voorkomen van het optreden van affectieve
episodes en belastende affectieve symptomen, vereist vaak een combinatie van farmacologische,
psychologische en leefstijlinterventies. Idealiter zou een onderhoudsbehandeling moeten zijn
worden gestart kort na het begin van de ziekte. Lithium wordt gezien als de meest effectieve
medicijn voor preventie van depressie en manie. Bijwerkingen: nierfalen, hypothyreoïdie,
polydipsie, polyurie, tremoren en een toename in perifeer calcium en bijschildklierhormoon
niveaus.