Samenvatting Economie Hoofdstuk 6
Paragraaf 1:
Bbp: bruto binnenlands product, de waarde van alle
geproduceerde producten in een land in een jaar.
Als het Bbp stijgt spreek je van economische groei.
De economische groei kan ook tegenvallen. Als de groei
langere tijd daalt en lager is dan gemiddeld spreek je van
recessie.
Crisis: een langdurige recessie of een economische
krimp.
Nationaal inkomen: het inkomen dat verdiend word
door de bevolking van een land in een jaar.
Economische groei= productie stijgt -> bbp stijgt ->
werkgelegenheid stijgt -> nationaal inkomen stijgt ->
bestedingen stijgt -> productie stijgt.
Economische krimp= productie daalt -> bbp daalt ->
werkgelegenheid daalt -> nationaal inkomen daalt ->
bestedingen daalt -> productie daalt.
Begrotingstekort: de jaarlijkse uitgaven van de overheid
zijn groter dan de inkomsten van de overheid.
Staatsschuld: het totaal aantal leningen van de overheid
op een bepaald moment.
Paragraaf 1:
Bbp: bruto binnenlands product, de waarde van alle
geproduceerde producten in een land in een jaar.
Als het Bbp stijgt spreek je van economische groei.
De economische groei kan ook tegenvallen. Als de groei
langere tijd daalt en lager is dan gemiddeld spreek je van
recessie.
Crisis: een langdurige recessie of een economische
krimp.
Nationaal inkomen: het inkomen dat verdiend word
door de bevolking van een land in een jaar.
Economische groei= productie stijgt -> bbp stijgt ->
werkgelegenheid stijgt -> nationaal inkomen stijgt ->
bestedingen stijgt -> productie stijgt.
Economische krimp= productie daalt -> bbp daalt ->
werkgelegenheid daalt -> nationaal inkomen daalt ->
bestedingen daalt -> productie daalt.
Begrotingstekort: de jaarlijkse uitgaven van de overheid
zijn groter dan de inkomsten van de overheid.
Staatsschuld: het totaal aantal leningen van de overheid
op een bepaald moment.