INLEIDING
FDI
= Fédération Dentaire Internationale
• De toonaangevende organisatie die het tandheelkundige beroep vertegenwoordigd
• Belangrijkste representieve orgaan voor meer dan een miljoen tandartsen wereldwijd
• Gezondheidsbeleid en permanente educatieprogramma’s
• Verenigde stem
• Ondersteunt aangesloten verenigingen bij mondheidsgezondheidsbervorderingsactiviteiten
wereldwijd
Wat zeggen ze?
Mondgezondheid en algemene gezondheid lopen hand in hand, het is ook een fundamenteel
mensenrecht→ dit moeten we ook aan de patiënten leren, met een goede mondgezondheid kunnen we
gezondheid bereiken
LAST VAN ORALE ZIEKTEN WERELDWIJD
• Wereldwijd is orale ziekte de 4de duurste ziekte om te behandelen
− Preventie is dus zeer belangrijk
• Tandcariës treft de meeste volwassenen en 60-90% van de schoolkinderen
− Varieert veel als we kijken naar de verschillende aspecten kijken; zoals land, sociale klasse,
onderwijsniveau, fluoridering van het water (dit gebeurt niet in België: we hebben hier makkelijk
toegang tot andere preventieve middelen zoals tandpasta)
• Parodontitis is een belangrijke oorzaak van tandverlies bij volwassenen (vooral ouderen)
− Paradontaal probleem = ziektes van het tandvlees
− Eén studie zegt: vroeger verlies van tanden → meer kans op cognitieve problemen
→ Kauwen stimuleert zenuwen tussen tand en bot: deze zenuwen hangen vast aan deel in het
brein dat verbonden is aan cognitieve vaardigheden, en zo blijven die dus meer gestimuleer
→ Dit was wel 1 onderzoek, het bevestigd nog niks, er is iets maar er is nog iets anders nodig
EBD
• Mondkanker is de 8ste meest voorkomende kanker en de duurste om te behandelen
− Belangrijk om de hele mondholte te controleren, niet alleen de tanden
• Orale infectie is gerelateerd aan vele systemische aandoeningen van prematuur geboorte tot hart-
en vaatziekten
• Kauwen is de functie die het meest wordt geassocieerd met het menselijk gebit, maar tanden zijn
essentieel voor een goede spraak, sociaal contact en zelfbeheersing
− Grote invloed op het psychologisch aspect van het mensenleven (bv schamen om het uiterlijk van
de tanden kan invloed hebben op sociaal leven) → self-esteem teruggeven
1
,THE TOOTH DEATH SPIRAL
Traditioneel: Extension for prevension → (boren
om cariës te vermijden (Black) → geen goede
preventie
Nu: Minimally invasive dentistry
→ Als we de eerste boor op een eig gezonde tand
hadden vermeden dan moesten we geen kroon
plaatsen en ook geen implantaat → dit heeft de
patiënt uieindelijk een slechtere mondgezondheid
gegeven
Gestopte cariës → tandartsen denken dat het actieve cariës is → boren en
vullingen met amalgaan → niet mooi dus nieuwe vulling → wordt groter en gaat
naar regio’s waar het moeilijk poetsbaar is → cariës onder de vulling → opnieuw
boren → caries zo groot → kanaalbehandeling en kroon → slechte
randomplaatsing → biofilmophoging →soms terug caries onder de kroon → tand
trekken → implantaat zetten→ veel mensne kunnen dit niet betalen (2000 euro
voor 1 implantaat) → geen tand → bot gaat reabosrberen →niet genoeg bot om
inn de toekomst implantaat de plaatsen → tanden errond zullen ook beginnen te
bewegen om contact met een andere tand te zoeken → disfunctie met
consequenties voor de kauwefficiente en reinigbaarheid → meer kans op cariës
MINIMALE INTERVENTIE
• Risicofactoren identificeren (preventie)
• Herhaling van risicofactoren voorkomen (preventie)
• Cariës diagnose en behandeling indien van toepassing (minimaal invasief) → Cariologie
• Controle volgende de risicofactoren van de patiënt (preventie)
− Hangt af van cariësrisico wanneer ze moeten terugkomen
PROFESSIONELE TEVREDENHEID
De belangrijkste verantwoordelijkheid voor zorgverleners t.o.v. de patiënt → bevorderen van
mondgezondheid voor een betere kwaliteit van leven
Bv een kind: heeft ook angst, heeft pijn → conditioneren en behandelen (ziekte wegdoen), niet alleen de
caviteit dichtmaken
2
,TANDSTRUCTUUR: DE BASISKENNIS
GLAZUUR
• Meest gemineraliseerd weefsel (96% organisch materiaal → kristal
hydroxyapatiet)
− Een hard materiaal, beschermend
− 4%: ruimtes tussen kristallen waar zich water en proteïnen
bevinden)
• Niet-vitaal en ongevoelige structuur (geen bloedvaten of zenuwen)
− Je voelt geen pijn als je er bv in boort
• Het vorige zorgt dat glazuur geen regeneratieve eigenschappen
heeft
− Een caviteit kan zichzelf niet herstellen, er is geen reactie van glazuur zelf tegen cariës
− Voor er een caviteit is, is er wel remineralisatie
• Doorlatend: constante ionische uitwisseling met de mondholte, voornamelijk speeksel (ook al is
het strikt biologisch gezien een dood weefsel)
− Opname en verlies van calcium en fosfaat
DENTINE
• Volwassen: 70% uit anorganisch hydroxieapatiet, 20% organisch collageen type I en 10% water
• Gemineraliseerd, elastisch, avasculair weefsel dat de centrale pulpakamer omsluit
− Elastisch door de organische inhoud, het is ook flexibel
→ Resistentie aan de tand: Glazuur is hard, maar ook bros (kan makkelijk afbreken zoals
porselein) →de dentine daar onder gaat bewegen om de choque van beten te compenseren
→ choque demper effect
• Permeabel door opeengepakte tubili die de volledige dikte van de dentine doorlopen en die de
cytoplasmatische verlengingen van odontoblasten behouden
− Bij ouderdom worden de tubili smaller
• Intiem contact met de pulp (dentine-pulp complex) →
gevoelig
− Er is niet echt een grens, daarom een complex
• Constante vorming en regeneratiecapaciteit
− Cytoplasmatische eindlopers van odontoblasten
(hebben de dentine gevormd en zullen et ook behouden): als er een agressie zoals cariës
plaatsvindt zullen deze activeren en zullen ze dentine vormen om de pulpa te beschermen
PULPA
• Dentine en pulp zijn embryologisch en functioneel verwant en zullen samen beschouwd worden
(ondanks onderscheidende histologische kenmerken)
• Eenheid geïllustreerd door de klassieke functies van de pulp
− Vormend, omdat het dentine produceert dat de pulpa omringt
− Voedzaam, omdat het het avasculair dentine voedt
− Beschermend, omdat het zenuwen draagt die de dentine gevoeligheid
geven
− Herstellend, omdat het in staat is om indien nodig nieuwe dentine te
produceren
3
,ONDERSTEUNENDE WEEFSELS
Parodontale ligamenten (PDL) en het cementum verbinden de kaak met de tand
• Gespecialiseerd ondersteuningsapparaat dat bestaat uit het alveolaire bot
• Worden beschermd door tandvlees
• Cementum is een hard, gemineraliseerd en avasculair bindweefsel
− Bedekt de wortels
− Fixatie van de tand op het bot vio PDL
− Regeneratieve functie gerelateerd aan parodontale weefsels
• Parodontaal ligament
− Bindweefsel tussen de tand (cementum) en het alveolaire bot
− Werkt als schokdemper
→ Zal de tand laten bewegen binnen het bot
− Sensorische functie → adaptieve rol i.v.m. tandslijtage en beweging
→ Proprioceptors: zenuwen die binnen PDL verantwoordelijk zijn
waardoor we altijd beseffen dat we bv iets hard eten → bv een
onverwachte pit dan zullen we automatisch stoppen met bijten zonder dat het afbreekt (of
probeert het toch) → sturen dus snel berichten naar het brein
→ Zo weten we ook wanneer tanden in contact met elkaar komen
• Haaien en de meeste submammale gewervelde dieren
Hebben geen PDL→ tand direct gefusioneerd in het bot → tanden meer vatbaar op afbreken tijdens
normale functie→ geen choque demper effect, dus wanneer de haai iets hard eet zullen er tanden
afbreken → geen probleem voor de tand want ze hebben heel veel gebitten
• Bij mensen en de meeste zoogdieren loopt een beperkte opeenvolging van tanden nog steeds, niet
om voortdurend verlies van tanden te compenseren, maar om de groei van het gezicht en de kaken op
te vangen. Haaien hebben een eindeloze voorraad tanden, met een gebit dat gedurende het hele
leven constant regenereert. Bij sommige haaien ontwikkelt zich elke twee weken een nieuwe set
tanden!
• 2 dentines zijn altijd aanwezig → omdat het gebit vervangen wordt betekent niet dat het melkgebit
niet goed verzorgd moet worden anders creëer je een omgeviong waar de cariësziekte aanwezig is
Cariës kan ook voor pijn en infecties zorgen, het kan ook de kauwfunctie verhinderen → impact op de
algemene gezondheid
• Tand is al binnen het bot aanwezig → de tand gaat beginnen erupteren wanneer de wortel begint te
vormen → de wortel gaat de tand in de mond duwen
RADIOGRAFIE VOOR CARIËSDIAGNOSE
2D structuur die eig 3D is op x-ray beeld → gemaakt met röntgenstralen die door de structuren dringt en
door de structuren verzwakt is, hangt af van de densiteit (interproximaal meer evident dan occlusaal, door
de niet regelmatige anatomie)
Radiopaak: wit op het x-ray beeld --> dense structuren, die de
rontgenstralen dus niet laten doordringen (bv glazuur)
Radioluscent: donker beeld op x-ray --> geen dense structuren, gaat de Cariës
rontgenstralen dus laten doordringen (bv pulpa en cariës)
4
,EMBRYOLOGIE, HISTOLOGIE EN TANDONTWIKKELING (DEEL I)
• Tanden ontstaan uit ectodermale oorsprong (neurale lijst mesenchym)
• De ingroeiende bloedvaten zijn echter van mesodermale oorsprong
• Na ongeveer 37 dagen van intra-uteriene ontwikkeling, vormt zich een ononderbroken band (hoefijzer
vorm) van odontogeen epitheel rond de boven- en onderkaak (pharyngeale of orale epitheel)
− Deze corresponderen in positie van toekomstige tandbogen van de boven- en onderkaken
• Tijdens de morfogenese worden de verschillende histologische fasen waargenomen: knop, kap en
bel
• Op een later moment van de bel-fase beginnen de cellen te differentiëren en gaan glazuur en dentine
produceren (differentiatie fase). Mineralisatie van deze harde weefsels begint ook in deze fase
• Verschillende signaalmoleculen induceren deze histologische modificaties
− Verantwoordelijk zijn voor de inductie van elk van deze fasen op cellulair niveau (zie histologie)
• Na de vorming van de kroon beginnen de wortels zich te ontwikkelen en duwt de richting het
tandvlees totdat deze volledig is doorgebroken
• Tandontwikkeling is afhankelijk van de interactie van orale epitheliale en onderliggende
(ecto)mesenchymale cellen
• Tandvorming kan worden beïnvloed door tekorten aan vitamine A, wat belangrijk is bij epitheelgroei;
vitamine C, wat belangrijk is bij de ontwikkeling van bindweefsel; en vitamine D, dat essentieel is bij
verkalking. Andere vitamirmineralen en hormonen beïnvloeden ook de tandontwikkeling
ONTWIKKELING VAN DE BLIJVENDE TANDEN (ZIE OOK FILMPJE)
• Ontwikkeling van tanden:
− Melk- en blijvend gebit gevormd op dezelfde manier, maar op verschillende tijdstippen.
• Melkgebit:
− Start: 6-8 weken embryonale ontwikkeling.
• Blijvend gebit:
− Incisieven, hoektanden, premolaren: week 20 in utero – 10 maanden na geboorte
− Molaren:
→ Eerste kies: week 20 in utero
→ Derde kies: 5 jaar
• Vorming van blijvende incisieven, hoektanden, premolaren:
− Ontstaan door proliferatieve activiteit in tandlijst (diepste extremiteit)
− Extra tandknop vormt aan de linguale zijde van melktandkiem
→ Blijft tijdelijk inactief (latent → voor erna de permanente tanden te ontwikkelen)
• Afwijkingen:
− Ontbrekende of extra tanden
− Fluorosis: te hoge conc aan fluoride in de tanden
→ Tanden worden alleen angetast als de kroon nog aan het vormen is, de gevormde
kronenworden niet meer aangetast
5
,EMBRYONALE FASE: MORPHOGENESE FASE
• Ectomesenchym
− Geconcentreerd onder het pharyngeale epitheel (dunne en dikke
laag)
• Knopfase ("Bud stage")
− Na profilatie (groei): de stamcellen gaan communiceren met
weefsels en geven signalen door aan elkaar
→ Eerste instulping van epitheel in het ectomesenchym van de
kaak (epitheliale knop)
− Epitheelcellen tonen weinig verandering in vorm of functie
− Ectomesenchymale cellen verdichten zich onder en rondom de
epitheliale knop
− Verdere proliferatie verhoogt de cellulaire dichtheid rondom de
epitheliale uitgroei
→ Dit proces wordt "condensatie van het ectomesenchym"
genoemd.
• Kapfase ("Cap stage")
− Verdere proliferatie van het epitheel vormt het glazuurorgaan
("enamel organ")
− Ectomesenchymale cellen condenseren en vormen de dentale
papil
− Glazuurorgaan ligt als een kap over de dentale papil
− Dentale papil vormt later het dentine en de pulpa
− Verdichting van ectomesenchym rond de dentale papil vormt het dentale follikel
→ Dentale follikel geeft later aanleiding tot de steunweefsels van de tand
− Glazuurorgaan blijft via de dentale lamina verbonden met het epitheel
• Dentale orgaan ("Tooth germ")
− Bestaat uit:
→ Glazuurorgaan (vormt glazuur)
→ Dentale papil (vormt dentine en pulpa)
→ Dentale follikel (vormt steunweefsels zoals parodontaal ligament en cementum)
DIFFERENTIATIE FASE
• Bel fase ("Bell stage") → klokstadium
− Voortdurende groei van het tandkiem leidt tot deze fase, de
fase van histologische en morfologische diff.
→ Glazuurorgaan krijgt een klokvorm door verdieping van
de binnenzijde
→ De tandvorm is al bepaald (morfodifferentiatie)
→ Cellen die harde tandweefsels vormen (ameloblasten en
odontoblasten) ontwikkelen hun specifieke functie (histodifferentiatie)
• Mineralisatie
− Beginnende vorming van dentine en glazuur bij de top van het
gevouwen binnenste glazuurepitheel
→ Dentale lamina desintegreert, waardoor de tand zich verder
ontwikkelt zonder verbinding met het orale epitheel
6
, → De melktand ontstaat uit een externe en interne glazuurepitheellaag = ameloblastenlaag en
de ectomesenchymcellen differentiëren tot odontoblastencellenlaag
• Epitheliale resten ("Epithelial pearls")
− Ontstaan door fragmentatie van de dentale lamina
→ Meestal degenereren ze, maar sommige blijven bestaan
→ Kunnen leiden tot:
1. Eruptiecysten → mogelijke vertraging in tanddoorbraak
2. Odontomen (goedaardige tandtumoren)
3. Vorming van extra tanden (supernumeraire tanden)
• Glazuurorgaan bestaat uit:
− Centrale stervormige reticulum, extern glazuurepitheel en het intern
glazuurepitheel
Frontale secties van de onderkaak van een menselijk embryo na ongeveer 12 weken ontwikkeling
(gekleurd met hematoxiline en eosine). Eerste centrale incisiven in de zich ontwikkelende mandibulaire
symphysis
• Ter hoogte van de incisale rand
− Papillen beginnen tanstructuur af te zetten
− Glazuurvorming afgesloten
− Interne en externe ameloblastenlagen hebben zich verenigd:
De glazuurvorming stopt, omdat het geen voedingsstoffen meer
krijgt vanuit stratum intermedium
→ Ameloblasten krijgen nogsteeds voedingsstoffen: glazuur,
zullen binnenin bewegen tot ze contact hebben met externe
glazuurepithelium, hierna stoppen ze met werken (geen
stervormig reticulum meer)
→ Odontoblasten: dentine, levenslang functioneel
• Mineralisatie
− Groei in verschillende zones van de ontwikkelende kroon
→ Cuspidetip
→ Intercuspidale zone
→ Cervicale zone
• Glazuurorgaan en epitheel
− Buitenste laag cellen vormen laag kubisch epitheel → buitenste
glazuurepitheel
− Binnenste en buitenste glazuurepitheel komen samen in de
cervicale lus
− Cellen blijven hier delen tot de kroon volledig gevormd is
→ Na de kroonvorming draagt deze zone bij aan de vorming van
de wortel
• Cuspontwikkeling
− Eerste differentiatie van binnenste glazuurepitheel markeert de
toekomstige cusp
− Cellen beginnen te profileren in de top van de wortel
• Ondertussen ontstaan pulpakamer, bloedvaatjes en zenuwweefsels. Het glazuurorgaan heeft zijn
taak volbracht. Het glazuur is volledig gevormd. Het
glazuurepitheel is structuurloos geworden en vormen de
glazuurcuticula (dit heeft zijn functie tijdens de doorbraak van
de tand en zal nadien uiteenvallen). In het dentine zitten
uitlopers van zenuwvezels. De odontoblasten liggen in het
verlengde van hun dentinetubuli.
7
,VORMING GLAZUURLAG EN
• Mineralisatie van de tand
− Vorming van dentine en glazuur in lagen
➝ Eerst wordt een dentinelaag gevormd door odontoblasten
➝ Vervolgens een glazuurlaag door ameloblasten
➝ Dit proces herhaalt zich afwisselend tot de kroon volledig is gevormd
• Circadiane klok en laagvorming
− Laagjes worden per dag afgezet → bepaald door dag- en nachtritme
➝ Onvoldoende slaap tijdens vroege ontwikkeling kan leiden tot zwakker glazuur
• Retziuslijnen
− Interne grenzen tussen de glazuurlagen
➝ Maken glazuur poreuzer
➝ Zuren kunnen deze ruimtes binnendringen → verhoogde kans op cariës
➝ Kleurstoffen (zoals uit koffie en cola) dringen in deze poriën → donkere
verkleuring
➝ Bleekmiddelen werken door zuurstof in deze poriën te laten
doordringen en pigmenten af te breken
• Perikymata
− Oppervlakkige kenmerken van het glazuur
→ Maakt de tande opaquer
→ Ontstaan door de stapeling van laagjes →
dakpanstructuur aan de buitenkant van de tand
→ Zichtbaar op jonge tanden met het blote oog
(verdwijnt met de tijd door abrasiva)
KAPSTADIUM
• Cap-fase
− Vergroting van de epitheliale knop
→ Concave oppervlak ontstaat (begin kapfase)
− Epitheelcellen vormen tandorgaan (glazuurcellen)
→ Blijft verbonden met dentale lamina
− Mesenchym vormt dentale papilla → wordt tandpulpa
− Dentale follikel (weefsel rond 2 structuren) vormt
ondersteunende weefsels (cement, parodontale
ligamenten)
• Dentale Papilla:
− Dicht gepakte cellen
− Cel-dichtheid blijft hoog naarmate groei glazuurorgaan
− Bloedvaten en zenuwvezels verschijnen in centrale regio (tand papilla) → stervormig reticulum
vol bloedvaten
− Bloedvaten leveren voeding
• Vorming van Dentine:
− Cellulaire veranderingen → vorming dentine rond centrale papilla
− Papilla wordt tandpulpa
8
,BEL (KLOK)STADIUM
• histodifferentiatie van de cellen:
− De cellen van het binnenste epitheel van het tandorgaan (IEE)
nemen de vorm aan van de tand die ze gaan vormen
− Deze cellen differentiëren zich verder in ameloblasten, die
verantwoordelijk zijn voor de vorming van het tandglazuur van de
kroon
• Stellate reticulum (stervormig reticulum):
− Tussen de binnenste en buitenste epitheelcellen bevindt zich het
stellate reticulum, bestaande uit stervormige cellen die met
elkaar verbonden zijn
− Ondersteunt het proces van tandvorming
• Buitenste epitheel van het tandorgaan (OEE):
− Organiseren een netwerk van bloedvaten (capillairen) die voeding naar de ameloblasten
transporteren → glazuur gevormd kan worden
• Degeneratie van de tandlamina:
− Nadat het tandorgaan gedifferentieerd is
− Belangrijk teken is van de voortgang in het ontwikkelingsproces van
de tand
• Differentiatie van de odontoblasten:
− Cellen aan de rand van de dentale papilla differentiëren zich tot
odontoblasten
− Deze cellen ontstaan uit mesenchymale cellen
• Elongatie en vorming van predentine:
− De odontoblasten worden kolomvormig en beginnen een matrix van collageenvezels te vormen,
die predentine wordt genoemd
• Mineralisatie van predentine:
− Na ongeveer 24 uur calcificeert dit predentine en wordt het omgezet in dentine
• Begin van dentinevorming:
− Gebeurt op de cusps van de tand
• Vorming van Glazuur na Dentine:
− Dentinogenese voorafgaand aan amelogenese
− Meerdere dentine-incrementen gevormd
− Gedifferentieerde ameloblasten beginnen glazuurmatrix af
te zetten
• Activiteit van Ameloblasten:
− Enkele ameloblasten activeren aan de punt van de cusps
− Naarmate het proces vordert, worden meer ameloblasten actief
− Glazuurmatrix-incrementen worden prominenter
9
, TANDONTWIKKELING II: TANDSTRUCTUUR EN KLINISCHE KENMERKEN
KORTE HERZIENING
• Knop fase
• Kap fase
• Bel fase
• Dentinogenesis (fase van differentiatie → pluripotente cellen worden odontoblasten) en
amelogenesis (cellen van het glazuurorgaan → ameloblasten)
• Kroonontwikkeling
• Wortel ontwikkeling → eruptie
• Functie
DENTINOGENESE EN AMELOGENESE
Odontoblasten → dentinevormende cellen
Ameloblasten → Glazuurvormende cellen
Cellen communiceren via moleculaire signalering (effectors & receptoren op celoppervlak)
− Ameloblast differentieert eerst → stuurt positie van voorlopercel odontoblast
− Odontoblast positioneert zich naast ameloblast en differentieert
− Samen vormen ze basaalmembraan → vormt dentinematrix
− Na dentinematrixvorming produceert ameloblast glazuurmatrix
− Voorbeeld van reciprocale inductie (cellen beïnvloeden elkaars differentiatie)
Celkernen naar boven en organellen naar
beneden (ertussen mitochrondria voor
energie) → organellen werken daar om de
eiwitten en de organisceh matrix van
glazuur af te zetten
Maturatie → mineraliseren
Protection: de enigste functie van
ameloblasten → glazuur beschermen,
geen ontwikkeling meer
Pre-dentine → enkel organisch materiaal
(collageen) → daarna mineralisatie van de
structuur
10