H1: Inleiding in de sportmarketing:
Marketing = inspelen op behoefte en wensen van afnemers.
Doel van marketing: om als organisatie een band op te bouwen met afnemers. Zo langdurige relatie
ontstaan en organisatiedoelen georganiseerd worden.
Bij marketing volgende elementen centraal:
- Richten op wensen en behoeften afnemers.
- Waarde creeeren bij deze afnemers door op wensen en behoeften in te spelen.
- Toegevoegde waarde leveren om lange termijnrelatie met deze afnemers mogelijk te
maken.
Marketingmix:
- Plaats
- Prijs
- Promotie
- Product
- (persoon)
Marketingbenaderingsconcepten: Uitleg:
Productieconcept Lage prijs en hoge beschikbaarheid
Productconcept Beste productkwaliteit
Verkoopconcept Verkopen en promotie
Marketingconcept Wensen en behoeften
Maatschappelijke marketingconcept Wensen, behoeften en welzijn
Integratiemarketingconcept Cocreatie Vergaande relatie tussen aanbieder
en afnemer. Zo best passende product.
Sport: alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt en waarbij de
inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdelementen bevat of aan bepaalde spelregels voldoet.
Sport als marketingmiddel: inzet betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere
doelstellingen te realiseren.
- Bedrijfsmatige-
- Economische-
- Politieke-
- Sociale-Doelstellingen
Van Abellmodel: de assen definieren de markt aan de hand van afnemersgroepen,
afnemersbehoeften en wijze van behoeftebevrediging. Kubus geeft aan waar organisatie zich op
richt. Delen vd assen die buiten kubus vallen, geven dinamiek in de markt aan waarlangs een
organisatie zich zou kunnen ontwikkelen. =groeistrategie.
Kwantitatieve markten:
, - Potentiele markt
= maximaal aantal afnemers met zelfde globale behoefte.
- Beschikbare markt
= potentiele markt- aantal afnemers dat door barrieres niet tot aanschaf overgaan.
- Bediende markt
= doelmarkt die bediend gaat worden door de eigen organisatie.
- Gepenetreerde markt
= de markt waar al ruiltransacties mee zijn.
Marktsegmenten= homogene groepen afnemers binnen een markt met overeenkomstige wensen en
behoeften.
Sporten:
Traditioneel georganiseerd
verenigingen
Anders georganiseerd
fitnesscentra
Ongeorganiseerd
spontane sportactiviteiten
Consumentisme: individualisering. = koopgedrag van consumenten. Hogere vergoeding en weinig
plichten.
De sportconsument:
Sport is emotioneel product en hoge mate van betrokkenheid.
Bij sportmarketing inspelen op wensen, behoeften en motieven sportconsument.
Consumentengedrag: het gedrag dat een consument vertoont ten opzichte van een organisatie die
een waardepropositie richting de consument formuleert.
Koopbeslissingsproces: geeft aan wat er in het hoofd van de consument omgaat bij het doen van een
bepaalde aankoop.
8 basismotieven:
NEGATIEF 1. Probleemopheffing
2. Probleemvermijding
3. Onvolledige satisfactie
4. Gemengde approach-avoidance
MATIG NEGATIEF 5. Normale vermindering
POSITIEF 6. Zintuigelijk genot
7. Intellectuele stimulatie
8. Sociale goedkeuring
Betrokkenheid: mate waarin een potentiele koper verwacht dat de keuze en aanschaf van product
belangrijke consequenties en risico’s voor hem inhouden.
Risico’s:
- Functioneel
Marketing = inspelen op behoefte en wensen van afnemers.
Doel van marketing: om als organisatie een band op te bouwen met afnemers. Zo langdurige relatie
ontstaan en organisatiedoelen georganiseerd worden.
Bij marketing volgende elementen centraal:
- Richten op wensen en behoeften afnemers.
- Waarde creeeren bij deze afnemers door op wensen en behoeften in te spelen.
- Toegevoegde waarde leveren om lange termijnrelatie met deze afnemers mogelijk te
maken.
Marketingmix:
- Plaats
- Prijs
- Promotie
- Product
- (persoon)
Marketingbenaderingsconcepten: Uitleg:
Productieconcept Lage prijs en hoge beschikbaarheid
Productconcept Beste productkwaliteit
Verkoopconcept Verkopen en promotie
Marketingconcept Wensen en behoeften
Maatschappelijke marketingconcept Wensen, behoeften en welzijn
Integratiemarketingconcept Cocreatie Vergaande relatie tussen aanbieder
en afnemer. Zo best passende product.
Sport: alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt en waarbij de
inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdelementen bevat of aan bepaalde spelregels voldoet.
Sport als marketingmiddel: inzet betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere
doelstellingen te realiseren.
- Bedrijfsmatige-
- Economische-
- Politieke-
- Sociale-Doelstellingen
Van Abellmodel: de assen definieren de markt aan de hand van afnemersgroepen,
afnemersbehoeften en wijze van behoeftebevrediging. Kubus geeft aan waar organisatie zich op
richt. Delen vd assen die buiten kubus vallen, geven dinamiek in de markt aan waarlangs een
organisatie zich zou kunnen ontwikkelen. =groeistrategie.
Kwantitatieve markten:
, - Potentiele markt
= maximaal aantal afnemers met zelfde globale behoefte.
- Beschikbare markt
= potentiele markt- aantal afnemers dat door barrieres niet tot aanschaf overgaan.
- Bediende markt
= doelmarkt die bediend gaat worden door de eigen organisatie.
- Gepenetreerde markt
= de markt waar al ruiltransacties mee zijn.
Marktsegmenten= homogene groepen afnemers binnen een markt met overeenkomstige wensen en
behoeften.
Sporten:
Traditioneel georganiseerd
verenigingen
Anders georganiseerd
fitnesscentra
Ongeorganiseerd
spontane sportactiviteiten
Consumentisme: individualisering. = koopgedrag van consumenten. Hogere vergoeding en weinig
plichten.
De sportconsument:
Sport is emotioneel product en hoge mate van betrokkenheid.
Bij sportmarketing inspelen op wensen, behoeften en motieven sportconsument.
Consumentengedrag: het gedrag dat een consument vertoont ten opzichte van een organisatie die
een waardepropositie richting de consument formuleert.
Koopbeslissingsproces: geeft aan wat er in het hoofd van de consument omgaat bij het doen van een
bepaalde aankoop.
8 basismotieven:
NEGATIEF 1. Probleemopheffing
2. Probleemvermijding
3. Onvolledige satisfactie
4. Gemengde approach-avoidance
MATIG NEGATIEF 5. Normale vermindering
POSITIEF 6. Zintuigelijk genot
7. Intellectuele stimulatie
8. Sociale goedkeuring
Betrokkenheid: mate waarin een potentiele koper verwacht dat de keuze en aanschaf van product
belangrijke consequenties en risico’s voor hem inhouden.
Risico’s:
- Functioneel